Alleen

Foto: HardLuckKing op Flickr.com.

Het oude zweet kleefde aan zijn lijf

De verdorde cola maakte zijn tanden los

Een mixer klauwde door zijn ingewanden

Zijn schedel werd ingeslagen met een koevoet

De schimmel verspreidde zich van tenen tot bovenbenen

Het oorsmeer druppelde over zijn schaamharen

Zijn mannenlucht had de atmosfeer bevrucht

Zijn lichaam kraakte als een Syrisch waterrad

Zijn ogen puilden naar zijn achterhoofd

Zijn lippen ketsten als ijzersteen

Hij was alleen…

Maar voor de rest ging alles goed met hem

Opgesloten

Foto: Dylan J. Kurzawa.

De pijn om het verdriet

Dat jij niet ziet

Dat er altijd is

Gewis

Angst om niet alleen te kunnen zijn

Opgesloten in een voortrazende trein

Mensen als huilende wolven in de wind

IJzeren platen die schuren over het grind

De hunker naar een leeg glas

Toen alles stil en rustig was

Je stervende ziel dag na dag

Zij enkel horend hun beklag

De leegte van het bestaan exploderen

Doornvogels zonder pluim of veren

Levend begraven in hun drukte

Uit mijn eigen wereld weggerukt

Een laatste adem om te vluchten

Naar waar ze elkaar niet kusten

De leeuwin

Foto:Johnny Cooman.

Verborgen tussen het groen

Van de laatste restjes omwalde stad

Een schim, een bevlekt jong

Beschermd voor de ochtendjacht

Als moeder moet gaan rennen

Impala, gazelle, zebra en buffel

Bliezen ze van grasvlaktes en savanne

Wurgden of verstikten alle rivalen

Maar zij, zonder manen, nu heel alleen

Goudkleurige ogen, zandgele vacht

De staart al in balans

Brede kop, korte snuit

Zal zij een vogel of rat vinden

Daar in het Lepoldpark

Alleen in de massa (Eenzaam)

Foto: Aad Van den bos.

Ik slenter door drukke winkelstraten

Voor mijn ogen alleen spinnendraden

Ze kijken elkaar in de ogen aangenaam

Voor mij de hel, moet hier vandaan

Het gejoel van de kinderen horen ze niet

Ik hoor zelf de kleuren die niemand ziet

Voor mij was het heel banaal

Iedereen zoals ik dat is normaal

Maar ze begrijpen niet mijn angst, mijn verdriet

Omdat ik anders leef en voel, een eigen lied

Ben ik een alleenling, zonderling of nietmijnding

Omdat ik telkens te veel prikkels ving

En samen zo niet mijn ding

Geef mij mijn ruimte, geef mij tijd

En niet dat oordeel, dat verwijt

Liedekerke strand

(Liedtekst:)

Waar ben ik toch beland?

Een strand zonder zand

Ik gaf mijn hart in jou hand

Door zotte liefde overmand

Mijn jeans die nu al spant

In Liedekerke strand

We sprokkelden geluk bij elkaar

Van concurrenten geen gevaar

Onszelf zijn kan zowaar

Met jou wordt ik 80 jaar

Onze schuitje ligt al klaar

In Liedekerke strand

Om vijf uur slopen wij

Onze lijven van zweet en klei

Naar land van geluk en vrij

Onder lakens ons stormgetei

Vip plaatsen voor jou en mij

In Liedekerke strand

Daar waar alles kan

En dromen nooit stoppen zal

Schrijven we onze liefdesroman

Onze harten, één bouwplan

Voor afgunst en niemand bang

In Liedekerke strand

Leek de toekomst zo mooi

We speelden in het zomerhooi

Beminden in elke huidplooi

Onze zielen aan elkaar ten prooi

Vluchtelingen uit een gouden kooi

Daar was het strand dat alleen wij konden vinden

Daar was het land dat alleen wij beminden

In Liedekerke strand

In Liedekerke strand

In Liedekerke strand

Het leven: mijn eigen gril

Beeldig Lommel 2018

Foto: Sonja Hoeykens.

(Liedtekst:)

Ik had mijn eigen gril

En niemand die dat wil

Het was stil, het was stil, het was stil

Geen toekomst, honderd gaten

Dus vroeg ik maar aan mijn maten

Wat ze zaten, waar ze zaten, waar ze zaten

Toen opende het doek

Daar ontstond zowaar een vloek

Ik kreeg bezoek, ik kreeg bezoek, ik kreeg bezoek

Wat lekkers klaar gezet

Zo even weer aan zet

Wat een pret, wat een pret, wat een pret!

Toch bleef ik zo alleen

Met jeuksel daar be’neen

Aan mijn teen, aan mijn teen, aan mijn teen

Dus ‘k vroeg God een keer

Mijn hart doet zo zeer

Geef mij meer, geef mij meer, geef mij meer

En die ochtend diep in mei

Een vrouwtje kwam erbij

Aan mijn zij, aan mijn zij, aan mijn zij

Wij werden zo een paar

Het leven begon toen daar

Het was waar, het was waar, het was waar

Ik zag Madame Zaza

En deed de mensen na

Blablabla, blablabla, blablabla

Zo zitten op één lijn

Zou dit het leven zijn?

Het leek fijn, het leek fijn, het leek fijn

Te vroeg ging ik zweven

Straks oud en spontaan beven

Ik wil leven, ik wil leven, ik wil leven

Wat werd mijn leven zwaar

‘k Verloor toen al mijn haar

Ik was klaar, ik was klaar, ik was klaar

Al die herrie thuis erbij

Dat maakte mij niet blij

Ik wil vrij, ik wil vrij, ik wil vrij

Toen kwam zij dichterbij

En zei toen tegen mij:

Papegaai, papegaai, papegaai

Waarop heb ik zolang gewacht?

Foto: Jan Smets.

Waarop heb ik zolang gewacht?

Ik zou het moeten weten, mijn gedacht

Was het in de nacht of overdag?

Wie die mij dat zeggen kan?

Ik herinner mij iets, maar meestal niets

Het was op een woensdag of vrijdag misschien

Het wachten bleef duren

Het leken wel uren

En niets bewoog en niemand kwam

Tot men mij vond

Alleen en verward

Op het koertje voor het ouderenhuis

Zwarte tranen

Foto: Lorenza op Flickr.com.

Ik huil zwarte tranen

Als een niet te ontwaren kluwen

De zon schijnt, maar ik hoor donder en bliksem

Het geluk lacht

Mij uit in het gezicht

De pijn zit diep vanbinnen

Ik wil ze eruit krassen

Maar heb de moed niet

Ik voel mij alleen in de menigte

Ze zitten samen in mijn hoofd

De antoniemen van een autist

Ik ben de weg niet kwijt

Ik zie zelfs geen weg

Mijn ziel is verward

Mijn lichaam loopt over

Mijn geest verdampt

Zwarte tranen maken diepen groeven

In het parket van het leven

Labyrint

Labyrint op de Novalishoeve in Texel in Nederland.
Foto: Roel Wijnants.

Ik verdwaal in mijzelf

Een labyrint met tentakels in de verste hoeken

Als de grote hindoe-moedergodin Durga

Met vier, acht, tien of twintig armen

Grijpen in het heden

Maar het verleden niet kunnen ontrafelen

Beelden als lichtflitsen door het hoofd

Ik verdwaal in de carrousel van het leven

Dat te druk, te chaotisch is voor mij

Ik verlies alle controle

Ik ben bang, doodsbang

Ik ben triest, verschrikkelijk triest

Ik ben boos, boos op de hele wereld

Ik kan het even niet meer aan

Die drukke wereld, al die beelden, die emoties

Geef mij de tijd en ruimte

Die ik nodig heb om het verleden te verwerken

Ik zie vier keer meer dan jou

Ik hoor vijf keer meer dan jou

Geef mij mijn eigen stek

Laat mij alleen

Geef mij voldoende rust

Ik ben anders dan de anderen

Geef mij geborgenheid en zekerheden

Zodat ik een uitweg kan vinden

In het labyrint van het leven

Foto: Arnoud Dewit.

Kos

Foto: Bernard Vignault.

In de kuil van het vasteland tussen hier en ginder.

Sliepen twintig tinten blauw.

Uitgelachen door een zeevogel en vlinder.

Ze noemden het de zee en iedereen was mee.

Het laatste Griekse eiland omarmde Kos.

De greep verzwakte en het Turkse Rijk was om de hoek.

De zee zweeg en pijnigde blauwe fronsen.

Een schreeuw van een eenzame vogel.

Melkwitte boten vergaten verder te varen.

De wind genoot van de Griekse siësta.

Streelde de groene punkharen van de palmen.

Een snelwandelende vogel schelde een kreet.

De take-off was sneller dan het verstommen van elke schreeuw.

Een groene tarmac van het hoteldak.

Een vluchtig onthaal voor raaf en nachtegaal.

Het andere vasteland lag verloren in een zee van mist zoals reeds tevoren.

De namiddagzee stapte voetje voor voetje.

Bedeesd en bevreesd.

Bang de sultan en de Griekse goden wakker te maken.

Alleen door het blauwe laken

Konden zeilboten verder geraken.

Verder van huis of dichter bij thuis.

De kapitein nog in vertwijfeling.

De golven in hun laatste swing.

De siësta die zijn zwanenzang aanving.