Uitgang metro

Foto: Baluka op Flickr.com.

Het leven speelde zich af

Drie centimeters boven

De donkergroene randen

Van haar bijzonder mondmasker

Om opnieuw te verdwijnen

In groenbruine pupillen

Van de Guerilla Girl

Die haar gorilla masker omruilde

Om de ongelijkheid in de zorg

Aan de kaak te stellen

Om ’s nachts te werken in catacomben van ziekenhuizen

Tegen de vijanden van haar vaderland

In rode en zwarte afdelingen

Waar het enige leven nog kleefde aan dode lichamen

Wiens namen in veel te mooi handschrift

Waren opgeschreven door witte engelen

Op kaartjes aan hun teen gebonden

Om straks te verdwijnen

Uitgezakt in lijkzakken

Van 50 tinten veel te zwart

Om snel beweend zonder veel getuigen

Weggestopt te worden in grote holen

In lemen en zandlemen gronden

Gewaardeerd al duizenden jaren

Door planten en tuinders

Maar nu de eindbestemming

Van een snel proces

Van besmette lichamen in zuivere zielen

Van een smeltkroes van bevlekking

Van verloren hoop en dromen

In een hoofdstad van de stilte

Waar groenbruine pupillen

Het laatste leven onder de doden smoren

Met handschoenen laag na laag

Zweetdruppels traan na traan

Body bags zak na zak

Zodat alles kan verdwijnen

En niets meer kan bezoedelen of onteren

Door een drammende dood

Waarna de wissel kan wegsluipen

Met een eenzame lange rit

Tot een nieuw teken van leven

Uitgang metro

Toen… herinneringen

Foto: Simon Sonnenblume.

Er was een tijd toen de aarde nog een ronde bol was

En niemand sprak over een piek of iets afvlakken

En je creativiteit niet werd gefnuikt

Door Corona doden en statistieken

Je nog vrij en zorgeloos kon rondlopen

Zonder afstanden of meters te tellen

Te wachten op mondkapjes uit China

En toestellen om weer op adem te komen

Toen mensen nog gewoon stierven in rusthuizen

Omdat ze gewoon oud werden

Toen we nog niet terecht kwamen in Whatsapp groepjes

En overstelpt werden met onzedelijke filmpjes

En met dwaze informatie onze handen wasten

Van mensen die ons eigenlijk geen knijt interesseren

En het geklaag van onderwijspersoneel die voor het eerst werken

Want dat waren ze nooit gewoon

Met als enige voordeel dat we dit jaar

Niet naar dat bekakte Songfestival moeten kijken

En eindelijk ademruimte vinden in onze agenda

Eindelijk de vakantiefoto’s van de voorbije zes reizen bekijken

Waarvan we al lang niet meer weten welke foto waarbij hoort

De enige open parken zijn autostrades geworden

Van ontregelde mensen en psychopaten

Die zich verbazen over hun eigen spiegel

Van agenten die niet langer op boeven jagen

Maar op alles wat sociaal in de omgang is

Van regels die vloeien uit een gewond dier

En schreeuwen in een donkere nacht

En stiltes die liggen te wachten op een begrafenis

Waarbij zelfs vier kaartspelers te veel zijn

Omdat we leven in andere tijden

Met zekerheden die pootje gelapt zijn

Met conflicten die verengen in tijd en ruimte

Exploderen in de woonkamer

Ontgroenen in de supermarkt

Tot niemand nog de moed kan vinden

Om de dag van gisteren toe te dekken

En het bed vandaag weer op te maken

Het gemis van de woestijn

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de woestijn.

Elkaar verstrengelende wurgende planten.

Wat moet ik ermee? Ik mag er toch niets mee doen.

Rommel en rotzooi. Grijpend naar elke vierkante centimeter lucht.

Als kolonisten de binnenkoer bezetten als een gebetonneerde settlement.

Elkaar verslindend. Groene vampieren van de dag.

Muur en schutting, ruimte, breedte en hoogte opetend. Als groene koekiemonsters.

Ik mis de woestijn. Alleen zijn en eenzaamheid.

Het gewone geluk gekleefd als een stabiele trilling in een landschap van steppe en woestijnduinen.

Naar ongezuiverde kerosine ruikende highways van Amman tot Petra.

Een landschap van verdorde twijgen, autobanden, autowrakken en verlate wegrestaurants, autowerkplaatsen en théehuizen.

Kilometers van stof en zand en rust in mijn hoofd.

Het sociale koekiemonster eet al mijn weekends op.

Ik hunker naar rust en stilte.

Geen jojo die op en neer gaat.

Geen storende mug op de slaapkamer.

Een oneindig aantal sociale verplichtingen met een bord vol koetjes en kalfjes chocolade.

Ik voel mij leeg van geest en vol van hoofd.

Een marteling van vrijdagavond tot maandagmorgend.

De uren aftellend dat het weekend eindelijk is afgelopen.

Ik voel mij opgesloten en onnuttig in het weekend. Als een aap in een kooi.

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de routine. Ik mis elk overzicht, elke controle, elke regelmaat.

Het weekend doodt elke creativiteit, elke zin van ons bestaan. Ik wordt niet gelukkig van weekends.

Het weekend duurt twee dagen te lang. Van nutteloos gekwebbel, gezucht, verplichtingen, gezeur en rommel.

Ik moet mijn hoofd leegmaken van maandag tot vrijdag om het weekend te overleven. Het bomvolle weekend voelt leger dan leeg.

Rondjes fietsen en de pedalen verliezen tot je ter plaatse blijft trappelen.

De onrust, het altijd moeten, het altijd zijn, de noodzaak te leven – of is het langzaam sterven voor mij – breekt mijn hart en vult mijn hoofd met rommel.

Overvolle weekends wurgen al mijn creativiteit, eigenheid, mijzelf, …

Een marionet met handen en voeten gebonden. Bespeeld door anderen. Geleefd. Moe van geleefd te zijn. Doodmoe.

Verlangen naar rust die maar niet wil komen. Een zoektocht naar een sprankeltje mijzelf zijn. Mij nuttig voelen.

Niet meegesleept te worden in de heksenketel van rush, van vrijdagavond tot maandagochtend.

Wurgende planten, versmorende agenda, keelgrijpende weekends. Ik haat het! Ze doden mijn eigen ik.

Ik wil gelukkig zijn in het weekend. Blij zijn en voldaan zoals anderen. Ik mis mijn werk, mijn regelmaat, mijzelf.

Ik herken mij niet meer in de spiegel. Het glas is dof en mat.

Waar ben ik gebleven? Wanneer kan ik weer leven?

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.
Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Hoor de wind

Hoor de wind tegen het tuinhek bonken.

De leeuwerik voor het laatst gezongen.

De zomer voor het laatst geroepen.

De stilte van de herfst nu op onze stoepen.

Onze eekhoorn maakt een wintervoorraad klaar.

Geen vruchtje, nootje hem te zwaar.

Pompoenen van het licht.

Doden hun gezicht.

De bruine beer het laatst ontbeten.

Lange slaap zijn appetijt vergeten.

Dikke jassen in de gang.

Straks duurt de winter weer zo lang.

Neusdruppels klein en in het groot.

Mist, regen en eekhoorntjesbrood.

Langer in het bed.

Het uur weer correct gezet.

Herfst in kleur, ach zo fijn.

Wou dat je altijd bij mij zou zijn.