De reden van mijn glimlach


“We know we’re gonna make it
You know you’re gonna like it
We know it’s the new hit
We know we’re gonna make it
You know you’re gonna like it for sure
You’re gonna love it”

Tekst en foto: Stefano Libertini.
Model: Paolo.

“Je weet dat wij het gaan maken
Je weet dat je ervan zal houden
We weten dat het de nieuwe hit is
We weten dat wij het gaan maken
Je weet beslist dat je ervan zal houden
Je zal ervan houden.”

Jij bent de reden van mijn glimlach.

Het genieten van het leven.

Het ontdekken van de dingen.

Je maakt mij zo gelukkig en compleet.

Ups en downs zijn er overal.

Weten wat je aan elkaar hebt, steun geven in goede en slechte dagen.

Zorg voor elkaar dragen.

Respect hebben voor de andere.

Met de goede en minder goede kantjes.

Ik zie je graag.

Advertenties

Een eend. Gelukkig.

Foto: Edkro.

Daar zit ze dan.

Alsof alles kan.

Alsof alles mag.

Voor haar is een dag nog een dag.

Maar voor ons is het op de trappers, een tocht, het moet.

Met de fiets vertrekken aan de pastorij bij ochtendgloed.

Spelletjes spelen en drankjes drinken echt heel zoet.

Alsmaar trappen met een versnelling kleine voet.

En spelletjes spelen, wij allen, dat doet goed.

De winnaar is gekozen.

Een herstelset voor de fiets, geen duizend rozen.

De tijd gaat snel, gebruik hem wel.

Foto: Gerrit de Vries.

Het hoofd zit vol, de eend vraagt tol.

Eenden in de beek, gelukkig zo het leek.

Wandelen langs kreken en beken.

Dat was het dat het ‘m deed.

Vervlogen de letters, vervlogen de woorden.

Een zin, een strofe, de akkoorden.

Wij de stress, weg de drukte.

Als dat even lukte.

Op stap naar huis, op stap naar daar.

Even rusten, kon het maar.

Het hoofd moet leeg, als alles eens even zweeg.

Op stap naar hier, op stap naar daar.

Terug de auto, wij zijn klaar.

Het eten is gaar. Geen zorgen, geen blaar.

Thuis is toch heel fijn.

Als ik daar weer kan zijn.

Het gemis van de woestijn

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de woestijn.

Elkaar verstrengelende wurgende planten.

Wat moet ik ermee? Ik mag er toch niets mee doen.

Rommel en rotzooi. Grijpend naar elke vierkante centimeter lucht.

Als kolonisten de binnenkoer bezetten als een gebetonneerde settlement.

Elkaar verslindend. Groene vampieren van de dag.

Muur en schutting, ruimte, breedte en hoogte opetend. Als groene koekiemonsters.

Ik mis de woestijn. Alleen zijn en eenzaamheid.

Het gewone geluk gekleefd als een stabiele trilling in een landschap van steppe en woestijnduinen.

Naar ongezuiverde kerosine ruikende highways van Amman tot Petra.

Een landschap van verdorde twijgen, autobanden, autowrakken en verlate wegrestaurants, autowerkplaatsen en théehuizen.

Kilometers van stof en zand en rust in mijn hoofd.

Het sociale koekiemonster eet al mijn weekends op.

Ik hunker naar rust en stilte.

Geen jojo die op en neer gaat.

Geen storende mug op de slaapkamer.

Een oneindig aantal sociale verplichtingen met een bord vol koetjes en kalfjes chocolade.

Ik voel mij leeg van geest en vol van hoofd.

Een marteling van vrijdagavond tot maandagmorgend.

De uren aftellend dat het weekend eindelijk is afgelopen.

Ik voel mij opgesloten en onnuttig in het weekend. Als een aap in een kooi.

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de routine. Ik mis elk overzicht, elke controle, elke regelmaat.

Het weekend doodt elke creativiteit, elke zin van ons bestaan. Ik wordt niet gelukkig van weekends.

Het weekend duurt twee dagen te lang. Van nutteloos gekwebbel, gezucht, verplichtingen, gezeur en rommel.

Ik moet mijn hoofd leegmaken van maandag tot vrijdag om het weekend te overleven. Het bomvolle weekend voelt leger dan leeg.

Rondjes fietsen en de pedalen verliezen tot je ter plaatse blijft trappelen.

De onrust, het altijd moeten, het altijd zijn, de noodzaak te leven – of is het langzaam sterven voor mij – breekt mijn hart en vult mijn hoofd met rommel.

Overvolle weekends wurgen al mijn creativiteit, eigenheid, mijzelf, …

Een marionet met handen en voeten gebonden. Bespeeld door anderen. Geleefd. Moe van geleefd te zijn. Doodmoe.

Verlangen naar rust die maar niet wil komen. Een zoektocht naar een sprankeltje mijzelf zijn. Mij nuttig voelen.

Niet meegesleept te worden in de heksenketel van rush, van vrijdagavond tot maandagochtend.

Wurgende planten, versmorende agenda, keelgrijpende weekends. Ik haat het! Ze doden mijn eigen ik.

Ik wil gelukkig zijn in het weekend. Blij zijn en voldaan zoals anderen. Ik mis mijn werk, mijn regelmaat, mijzelf.

Ik herken mij niet meer in de spiegel. Het glas is dof en mat.

Waar ben ik gebleven? Wanneer kan ik weer leven?

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.
Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.