Koud om mij heen

Colder Weather ♫♪
Foto: Murilo Tempest.

Koud was het om mij heen

In het schrikkeljaar dat zichzelf kopieerde

Het jaar met bosbranden op een heel continent

Toen aarde beefde en bleef beven

Puerto Rico, Turkije, Iran, Kroatië, Griekenland

Indonesië, Nieuw-Zeeland en China er ook van

Met mijn haren in de verwarring

Seksdriften haalden niet eens de behanging

Mijn adem kreeg zijn beperking

Door virologen die zich God waanden

Van het pad afdwaalden

En zich door een politiek moeras baanden

En we nauwelijks beseften wat is er gaande

Een jaar dat verloren leek

Eén van voortdurend keet

Politiek en wetenschap

Geloof en ongeloof

Verbinden en ontbinden

Haat en eigen zaad

Geblaat door de veelvraat

Stress omdat we geen stress meer kregen

Het kantoor opeens was verdwenen

En thuis een opvanghuis, crèche voor alles

Van huilende baby’s

Spelende kinderen

Toeterambulancerende vrouwen

Verdwenen dagen

Verdwenen weken

Verdwenen minnaars

Verdwenen minnaressen

Braaf thuis op kot

En lichaam op slot

In alles zat reeds de mot

En zij waanden zich God

En hij ook in dat Witte Huis

Dagelijks op onze buis

Het jaar van pijn

Het jaar dat niet hoorde te zijn

Cold
Foto: Chris P Bacon.

Verloren

Foto: Carl Vanassche.

Verloren voelde ik mij

In die dwaze wereld rondom jij

Waarin men de waarheid achterstevoren las

Waarin zijn belangrijker was dan fijn

Waar Niagarawatervallen van haat

De liefde verscheurden

En niemand dit betreurde

Waar abnormaal de normaalste zaak was

De werkdruk werd opgemeten door professoren

De leugen een Olympische medaille kreeg

En het klootjesvolk knikte en knikte

En schreeuwde om meer

Niet mijn dag

Het was niet de dag

Het was niet de dag die het zou moeten

Het was de dag die het zou worden

Een dag zonder lach

Omdat die lach was verdwenen

Omdat het onweer de dag kaapte

Het werd geen routine

Omdat de verandering mij gijzelde

Omdat chaos het losgeld betaalde

De regelmaat werd verkracht vannacht

Door Somalische piraten in mijn hoofd

Die mijn ochtend zouden bepalen

Het werd oorlog

Een strijd om te overleven

In een wereld van chaos

Waarin ik de weg kwijt raakte

Waarin ik verdwaalde in hersenspinsels

Waarin ik mijzelf verloor

Ik wilde roepen om hulp

Maar niemand heeft mij leren roepen

Ik zocht woorden om aandacht

Maar mijn zoekfunctie blokkeerde

Totaal en weer een keer

Een keer teveel

Te veel rotzooi

Om te ontsnappen uit de chaos

Chaos die ik alleen zie

Chaos die ik alleen beleef

Chaos mijn grootste vijand

Als piraten met kalashnikovs

Als rovers met zwaarden

Als terroristen met granaatwerpers

Als een woord een verwijt wordt

Als de rede wordt begraven

Als Cupido een schrikbewind voert

Een hart een handgranaat

Een pijl een oorlogswapen

De liefde de haat

Hoe fout kan het gaan

In een milliseconde van chaos

In een fractie van ontreddering

In een moment van totale onmacht

Het werd weer een dag

Die jij en ik niet zo graag mag

Het was jammer weer

Niet mijn dag

Maalbeek

Foto: Jelle Vanthuyne.

We gingen op weg zoals elke ochtend

We gingen op weg zoals telkens weer

Toen daalde de zwarte regen neer

Voor jou geen dinsdag meer

Drukke metro een laatste zoen

Vertrouwde stop waarom anders doen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Bedolven in stof van haat en woede

Bedolven in schoonheid zoet

Zo dichtbij de hel onder de grond

Waar onze liefde vond

Ontspoorde gekken gemene gril

Toen stierf de tijd en het werd stil

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Europa schrok en keek naar jou

Europa huilde om man en vrouw

Kon ik je maar een knuffel geven

Was jij maar bij mij gebleven

Verdronken rivier huilende dagen

Na woede nog zovele vragen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Onze ontmoeting daar plots gedaan

Onheil en een donkere traan

We omarmden elkaar daar zonder zorgen

Maar waar is nu de weg naar morgen

Je bleef daar achter op jankende treden

Heden werd toen het verleden

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Hun dromen maken wij vandaag

Hun namen als een tweede laag

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

De weken tellen geen dinsdagen meer

De uren zoeken minuten weer

Ach irissen zullen er altijd bloeien

Uit donker het licht blijven stoeien

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Tweede laureaat Nekka Liefde voor Lyriek wedstrijd 2019.

Maalbeek

Foto: Xoteroto op flickr.com

We gingen op weg zoals elke ochtend

We gingen op weg zoals telkens weer

Toen daalde de zwarte regen neer

Voor jou geen dinsdag meer

Drukke metro een laatste zoen

Vertrouwde stop waarom anders doen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Bedolven in stof van haat en woede

Bedolven in schoonheid zoet

Zo dichtbij de hel onder de grond

Waar onze liefde vond

Ontspoorde gekken gemene gril

Toen stierf de tijd en het werd stil

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Europa schrok en keek naar jou

Europa huilde om man en vrouw

Kon ik je maar een knuffel geven

Was jij maar bij mij gebleven

Verdronken rivier huilende dagen

Na woede nog zovele vragen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Onze ontmoeting daar plots gedaan

Onheil en een donkere traan

We omarmden elkaar daar zonder zorgen

Maar waar is nu de weg naar morgen

Je bleef daar achter op jankende treden

Heden werd toen het verleden

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Hun dromen maken wij vandaag

Hun namen als een tweede laag

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

De weken tellen geen dinsdagen meer

De uren zoeken minuten weer

Ach irissen zullen er altijd bloeien

Uit donker het licht blijven stoeien

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek.

Zwanger van stenen

De lucht is zwanger van zware stenen.

Die drukken zich omlaag naar Moeder Aarde.

Platte keiën als loodrechte muren.

Loopgraven waarin de mens zich kan schuilen.

Schuilen tegen de dagelijkse regen van zorgen, beslommeringen en problemen.

De lucht is zwanger van keiën zo plat.

Als licht- en donkergrijze vijgen, pladijzen.

Opeen gestapeld als de vergeten muur van Berlijn.

Hastings komt weder na 3.000 jaar afbraak.

De geschiedenis als rode draad.

Muren als verdediging, oorlogen en oproer, opstand en geweld, haat, racisme, welgesteld.

Loopgraven van oorlog, loopgraven van adel.

Kastelen en burchten zo hoog.

Krak des Chevalier, miniversie in Gravensteen.

Belforten, kerken en kathedralen.

Monsters van pracht en praal.

De vergeten rijke stinkerd in God’s portaal.

Grafstenen in de zij- en middengang.

Betonblokken en zerken duwen dieper dan ooit.

Dood is dood en blijven liggen zult gij.

Vergaan met de pieren en vergaan met de dood.

De keiën maken muren, zwakkeren moesten verduren.

Het hoofd voelt de druk.

Van opeengestapelde keiën, rotsblokken, een hand groot. Niemand die daar van genoot.

Onderdrukken, apartheid, verdelen, beheren, arm en rijk, Westen en Oosten, gelukzoeker, vluchteling, armoedezaaier, verschoppeling.

Verstotenen der aarde, vergeten door God.

Al eeuwen, al jaren bouwen we muren om ons heen. Muren van zorgen, verdelen en heersen.

Lijnen in het veld, afbakenen op het kadaster.

Stenen die drukken. Platter dan vijgen.

Van drie uur tot vijven. Geen tijd meer, beklijven.

De kameel kijkt mij aan. Blij, een hunker. Zonder zorgen, geen pijn. Zo zou het nu zijn.

Muren beklimmen, graffiti op beton. Met hamers en beitels. Muren afbreken en bouwen. De zinloosheid aanschouwen. Trabant in de mist.

Een vierkante blokkendoos. Toen Putin spion was in Berlijn. Vervlogen tijden, vervlogen zorgen.

Zoveel beter, zoveel slechter. De hunker naar gisteren, sterker dan de toekomst van morgen.

Geluk is broos. Verdriet zo groot.

De keiën… ze duwen. Dieper drukken, het hoofd zo vol. Verwachtingen en zorgen. Zo vol, zo druk, lawaai, rumoer, altijd weg, nooit thuis. Wanneer eens thuis? Thuis is zo ver weg.

Tussen Antwerpen en Brussel. Tussen Brussel en Oostende. Tussen verwegistan, tussen vandaag en morgen. Een huwelijk, een feest. Tot driemaal toe, maar nooit weg geweest.

De blijvende vluchteling. Vlucht uit vandaag, altijd op weg naar morgen. Geen thuis, de zorgen.

Koffers als mammoeten op de verzengende hitte van macadam, gesmolten asfalt, de rimpels in beton.

Kneggedeng, kneggedeng. En ik hoor het alleen.

Een beitel. Beton in brokken. Het stof. De wind. Blazen heel ver. Grijs stof, grijs beton. Bruine zandkorrels in de woestijn. Roodbruin als een vos in zijn burcht.

Rammelen, roodgroene letters van bierhandel De Man. Stapels bier en drank. Vaten heffen en kratten tillen.

Het gezoem van Utrecht tot Meppel, de auto. Een aangekondigd monster. 1.500 kilo staal. Rubber schurend over elke rimpel in het asfalt.

De vogels ze fluiten. Hoor ze zich eens uiten. De zorgen voor morgen.

Hoe kan je in de toekomst leven als vandaag mijn gisteren hier nog staat?

Als het fluiten niet wil stoppen. Groenrode pestkoppen. Wil slapen, wil rusten.

De keiën vermalen, de brokken betalen. Zand zal terug zand zijn. Stof tot stof wederkeren.

De tijd verbindt de steden. Tot stof zult gij wederkeren. De muren blijven staan langs grachten en tramsporen. Opletten en vluchten voor de aankomende tram. In een bocht. Toeterdetoet. Ik kom eraan. Maar voor de kasteelpoort blijven wij staan. Allen tezamen.

Muren zo dik. Kruisvaardersburcht in Homs. Ik mis je… die muren, duizendjarige stenen, versmolten tot pracht. Muren van rust. Stof om te bezinnen. Stof om te beminnen. Homs, Aleppo, wat doen ze je aan? In rust een duizend jaar bestaan.

Kasteelburcht van de Koerden.

Toen kwamen de kruisvaarders eraan. Ridders van Gent en ridders van Malta. La Valetta precies.

Moslims en christenen. Een zorgeloos bestaan.

Kalifaat en khalifa. Andalousië en Irak. Perzië, Iran.

Waarom die verdeeldheid, al die zorgen? Waarom altijd vechten, die strijd en die haat? Niemand die daarom vraagt.

Palestina, de joden, een eeuwig conflict. Een garen, een kleur, rode draad van bloed, de dageraad, de morgen. Duizend jarige haat.

Hoe mooi was het ooit. De graansikkel, het paradijs. Fruit in alle kleuren. De humus, de morgen.

De zeevaarders, zij varen uit. Van Beiroet, Libanon. De mare nostrum bevaren. Schepen, kajuiten. Ceder trees. Dadels, vijgen, mago’s, graan en de wijn.

De wierook uit Jemen. Met qad, de drugs, bolle wangen, de rust, de vaak, de slaap, de zorgen verdrongen. Op weg naar morgen.