Nymfomane

Foto: Jaune d’eau op Flickr.com.

Met jou stekels en jou dodendans

Dook je op bij professor Van Ranst

Jij hyperseksuele nepgodin

Drong er opeens in

In onze wereld lief en klein

Bracht je ellende en deed pijn

Je was een gestoorde vrouw

En lustte ons allemaal rouw

Jou anorgasmie was een fobie

Jou killer instinct een fantasie

Voor jou stonden dokters als lakei

Speelden kinderen thuis met boetseerklei

Voelden wij ons klein in een grote rij

Als een Giel in monnikspij

De wereld werd opnieuw ons dorp

Een buurtwinkel op schouderworp

Om achten allen uit de deur

Even klappen tegen de ophoksleur

Onze helden niet langer op tv

Maar zorg en politie mijn idee

De professoren, labo en de rest

Doen nu zo wreed hun best

De middelen zijn duur en schaars

De patiënt nu groen dan paars

Lange dagen, lange uren

Krijgen het zwaar verduren

Vele handen, vele bedden

Moeten onze toekomst zetten

Helden in wit, groen en blauw

Helden man en vrouw

Helden zonder handleiding

Vechten voor een blijde tijding

Vechten voor u en ik

Vechten voor een knik

Om even op adem te komen

En waakzaam te blijven dromen

Onthoofden zij het gevaar

Maar de nymfomane blijft daar

Als een gestoorde psychopaat

Die maar niet rusten gaat

Toen… herinneringen

Foto: Simon Sonnenblume.

Er was een tijd toen de aarde nog een ronde bol was

En niemand sprak over een piek of iets afvlakken

En je creativiteit niet werd gefnuikt

Door Corona doden en statistieken

Je nog vrij en zorgeloos kon rondlopen

Zonder afstanden of meters te tellen

Te wachten op mondkapjes uit China

En toestellen om weer op adem te komen

Toen mensen nog gewoon stierven in rusthuizen

Omdat ze gewoon oud werden

Toen we nog niet terecht kwamen in Whatsapp groepjes

En overstelpt werden met onzedelijke filmpjes

En met dwaze informatie onze handen wasten

Van mensen die ons eigenlijk geen knijt interesseren

En het geklaag van onderwijspersoneel die voor het eerst werken

Want dat waren ze nooit gewoon

Met als enige voordeel dat we dit jaar

Niet naar dat bekakte Songfestival moeten kijken

En eindelijk ademruimte vinden in onze agenda

Eindelijk de vakantiefoto’s van de voorbije zes reizen bekijken

Waarvan we al lang niet meer weten welke foto waarbij hoort

De enige open parken zijn autostrades geworden

Van ontregelde mensen en psychopaten

Die zich verbazen over hun eigen spiegel

Van agenten die niet langer op boeven jagen

Maar op alles wat sociaal in de omgang is

Van regels die vloeien uit een gewond dier

En schreeuwen in een donkere nacht

En stiltes die liggen te wachten op een begrafenis

Waarbij zelfs vier kaartspelers te veel zijn

Omdat we leven in andere tijden

Met zekerheden die pootje gelapt zijn

Met conflicten die verengen in tijd en ruimte

Exploderen in de woonkamer

Ontgroenen in de supermarkt

Tot niemand nog de moed kan vinden

Om de dag van gisteren toe te dekken

En het bed vandaag weer op te maken

Die ochtend (Verbondenheid)

Foto: wilma HW61 op Flickr.com.

Hij greep mijn borsten beet

Een aarzelende greep

Trillende handen

Die mij intens omarmden

We waren net opgestaan

De ochtendplas nog niet gedaan

Als een junk onze eerste knuffel nodig

Woorden en stof compleet overbodig

Houden van, aanraken kan

Een zoen van een kapoen, ik vandoen

Een streel in de ochtend vroeg

Liefde die ons samen droeg

Potjes lijmen en potjes breken

De rimpels steeds glad gestreken

Samen zoveel liefde gehad

Genieten in onze serviceflat

De niezende nietsnut

Een niezende nietsnut zit te niezen alsof zijn leven aan snottebellen vasthangt

Een door het leven doorweekte man

Met een falus en een status

Omdat ze zeggen dat het moet

De complimentjes smaken zoet

Zoals suikerbrood met bruine suiker en speculoospasta

Zijn falus en status gaan nog meer stijgen

Snottebellen van zijde die een oude geliefde opvrijen

Omdat de waarheid een leugen is

Die ’s morgens komt gluren en ’s avonds het licht uit doet

Zijn zoute lichaam hijst zich omhoog naar de bovenstad van de binnenstad

Om te perkamenten tussen vergeelde exploten uit vervlogen dagen

Om nietsnutten te verkopen twee voor de prijs van één

Toen dat nog kon en mocht

Maar de tijden veranderen

En alleen thuis speelt een andere ruis

Van snottebellen tussen de lenden

En het onnuttig noodzakelijke aan het aangename te combineren

In een wereld die alleen hij kent

En voor geen andere ogen bestemd

Waar de waarheid het haalt boven de alledaagse leugen

En hij het hef in eigen handen kan nemen

Zure regen en zuurstof

Dood bos door de zure regen in de Tsjechische republiek. Foto: Raman Boersbroek.

JUF JEDERMANN BLOG MET PASSIE – 24 februari 2012 – Zure regen, zoute drop, zet mijn glazen petje op, lekker lopen in de regen, niemand houdt de vogels tegen. Alle wolken waaien weg, regenjas met superpech. Zure regen, zoute drop, maar de zon die gaat niet op.

‘Grappig juf, al die onzin. Zure regen, haha.’ Wil reageert op het gedichtje dat ze het liefst nog wel twintig keer hardop zouden willen lezen met elkaar. Ze zijn gebiologeerd door het ritme, net als juf Jedermann. Ze begrijpen het ook, want anders zou Wil niet zo gereageerd hebben. ‘Nou Wil, dat moet je niet zeggen. Zure regen bestaat echt en daar is niemand blij mee.’ Ze wordt taxerend aangekeken door de hele groep. ‘Echt waar juf?’ ‘Echt waar, maar dat leren jullie later nog wel, dat is nog een beetje moeilijk.’ Nu willen ze het juíst weten. ‘Oké, ik vertel het, maar dan mag je het meteen weer vergeten.’

Ze hangen allemaal aan haar lip. En les geven als leerlingen aan je lip hangen, figuurlijk dan, want letterlijk is het geen pretje, is het heerlijkste dat bestaat. Voor ze het weet, houdt ze een hele verhandeling over de Aarde, de atmosfeer, de ozonlaag, het gat en de zure regen. Er ontstaat een tekening op het bord waar de ouders later vol ontzag naar kijken. En als ze de woorden lezen die erbij geschreven staan zoals ‘atmosfeer= dampkring’ en ‘ozonlaag’ lijkt het of ze in het V.O. terecht zijn gekomen in plaats van in groep 3. ‘Zo, leren ze dat nu al? Wat knap!’ In haar dagverslag houdt ze het simpel. Wat zou een inspecteur zeggen als hij het zou lezen? Ze schrijft dus Lezen: extra aandacht voor woordenschat en het gedicht (blz. 21). Bij WO schrijft ze: Het weerà  regen.  

 ‘Juf, zei u nou dat we zonder atmosfeer niet kunnen ademen? Hoe kan dat dan?’ ‘In de atmosfeer zit  zuurstof en als er geen zuurstof is, dan kun je niet meer ademen’, legt ze uit. ‘Een vuur bijvoorbeeld kan dan ook niet meer branden.’  Franks adem stokt even, want hij ‘stookt fikkies’ als ze mag afgaan op de vele aanstekers die ze al in haar la heeft liggen. Dat je dood gaat omdat er geen zuurstof is, is nog tot daar aan toe, maar dat je dan geen fikkies meer kan stoken dat is verschrikkelijk!

Er staat de volgende dag een aquarium in de klas als ze op school komen. Er zit een klein laagje water in. ‘Krijgen we vissen, juf?’ ‘Nee, ik ga jullie laten zien dat een vlam ook niet zonder zuurstof kan, dan gaat hij uit.’ Frank staat al bij de bak. Als iedereen er is, neemt ze een waxinelichtje en steekt het aan. Ze zet het voorzichtig op het water. Poeh, de spanning is om te snijden. Ze wordt er zelf een beetje door meegesleept. ‘Wat denken jullie dat erin zit?’, vraagt ze terwijl ze een leeg glas laat zien. Haha, die juf. Niets natuurlijk, dat zien ze zo wel. Ze hebben het mis. Er zit lucht met zuurstof in. Dat kan je niet zien, maar het is er wel. Als ze straks het glas over het kaarsje zet, kan het vlammetje nog even branden, maar als de zuurstof op is…… gaat het vlammetje vanzelf uit.

Alle ogen zijn vol spanning op het vlammetje gericht als ze het glas eroverheen zet. En ja hoor, even later begint de vlam te sputteren en gaat uit. Ze kijken allemaal meteen naar haar handen, maar ze is expres op afstand gaan staan om te laten zien dat het geen truc is. ‘Ja’, zegt Lieke. ‘Dat komt door het water!’ Ze denken nog steeds dat het een of andere goochel-act is. Heel voorzichtig haalt ze het glas weg en pakt het lichtje. Het kaarsje is nog steeds droog en als ze het aansteekt, brandt het meteen. Ze doet de proef nog een keer en als de vlam dreigt uit te gaan, tilt ze het glas voorzichtig op zodat er weer lucht bij kan komen. De vlam laait meteen weer op. ‘Mag ik het ook eens doen, juf?’ Ze laat een paar kinderen het glas optillen en weer terugzetten. Wil doet het te snel, het pitje is nu wél nat. Een mooi moment om te stoppen. Juf Jedermann vult deze keer in bij WO: Lucht.

Bron: Juf Jedermann.

Het gemis van de woestijn

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de woestijn.

Elkaar verstrengelende wurgende planten.

Wat moet ik ermee? Ik mag er toch niets mee doen.

Rommel en rotzooi. Grijpend naar elke vierkante centimeter lucht.

Als kolonisten de binnenkoer bezetten als een gebetonneerde settlement.

Elkaar verslindend. Groene vampieren van de dag.

Muur en schutting, ruimte, breedte en hoogte opetend. Als groene koekiemonsters.

Ik mis de woestijn. Alleen zijn en eenzaamheid.

Het gewone geluk gekleefd als een stabiele trilling in een landschap van steppe en woestijnduinen.

Naar ongezuiverde kerosine ruikende highways van Amman tot Petra.

Een landschap van verdorde twijgen, autobanden, autowrakken en verlate wegrestaurants, autowerkplaatsen en théehuizen.

Kilometers van stof en zand en rust in mijn hoofd.

Het sociale koekiemonster eet al mijn weekends op.

Ik hunker naar rust en stilte.

Geen jojo die op en neer gaat.

Geen storende mug op de slaapkamer.

Een oneindig aantal sociale verplichtingen met een bord vol koetjes en kalfjes chocolade.

Ik voel mij leeg van geest en vol van hoofd.

Een marteling van vrijdagavond tot maandagmorgend.

De uren aftellend dat het weekend eindelijk is afgelopen.

Ik voel mij opgesloten en onnuttig in het weekend. Als een aap in een kooi.

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de routine. Ik mis elk overzicht, elke controle, elke regelmaat.

Het weekend doodt elke creativiteit, elke zin van ons bestaan. Ik wordt niet gelukkig van weekends.

Het weekend duurt twee dagen te lang. Van nutteloos gekwebbel, gezucht, verplichtingen, gezeur en rommel.

Ik moet mijn hoofd leegmaken van maandag tot vrijdag om het weekend te overleven. Het bomvolle weekend voelt leger dan leeg.

Rondjes fietsen en de pedalen verliezen tot je ter plaatse blijft trappelen.

De onrust, het altijd moeten, het altijd zijn, de noodzaak te leven – of is het langzaam sterven voor mij – breekt mijn hart en vult mijn hoofd met rommel.

Overvolle weekends wurgen al mijn creativiteit, eigenheid, mijzelf, …

Een marionet met handen en voeten gebonden. Bespeeld door anderen. Geleefd. Moe van geleefd te zijn. Doodmoe.

Verlangen naar rust die maar niet wil komen. Een zoektocht naar een sprankeltje mijzelf zijn. Mij nuttig voelen.

Niet meegesleept te worden in de heksenketel van rush, van vrijdagavond tot maandagochtend.

Wurgende planten, versmorende agenda, keelgrijpende weekends. Ik haat het! Ze doden mijn eigen ik.

Ik wil gelukkig zijn in het weekend. Blij zijn en voldaan zoals anderen. Ik mis mijn werk, mijn regelmaat, mijzelf.

Ik herken mij niet meer in de spiegel. Het glas is dof en mat.

Waar ben ik gebleven? Wanneer kan ik weer leven?

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.
Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.