Blauw

Flaauwers haven, Kerkwerve, Schouwen-Duiveland in Zeeland in Nederland.
Foto: Ruud Morijn.

Uit de blauwe hemel

Blauwe regen

Alles blauw

Een blauw shirt

Blauwe kleuren die alles omvatten

Het blauw dat alle kleuren kleurt

Blauw water

Blauwe berg

Blauwe boom

Blauwe gedachten

Blauwe huid

Als een verafgoding

Een plaats voor aanbidding

Een blauwe God

De kleur van de hoop

Blinkende ogen

Binnen in mijzelf

Met de handen op het hart

Aanvaard ik de werkelijkheid

De waarheid

Ik open opnieuw de ogen

Bemin en aanschouw

Blauw

Naaktheid

Mairena del Aljarafe in Sevilla in Spanje.
Foto: Alonso Diaz.

Uit alle takken

Eén voor één

Vielen alle bladeren naar beneden

De boom vond opnieuw zijn naaktheid

Herinner je jou de dag dat hij vriendschap sloot met de geesten?

In het landhuis van zijn hart werd hun naam geschreven

Foto: Sergio de Lara S.

De grote stad

Foto: byHSP op Flickr.com.

Oh mijn hart, kijk ook langzaam aan de rechterkant

Dit is de grote stad

Twee armen aan elke zijkant gestrekt tot mijn binnenkant

Het ritme van de vrijheid aanbid ik in extase

De rivier vergeet nooit de heilige aarde

Dit is de grote stad

Niemand weet hoeveel mensen ons roepen

Slaapwandelen om verloren te lopen in de zee

Als lichamen achterblijven

De deur open voor geven, ontmoeten en terugkeren

Dit is de grote stad

De enige mensen die in onze buurt kwamen

Waar zij in de ochtend

Toen niemand ons durfde te verlaten

Heb ik in hun stem melodietjes gehoord

Dat nog anderen gaan komen

Dit is de grote stad

De dag werd onderbroken door geschreeuw

In het hart van het hart

Werden we wakker door het geluid

Een groep mensen in huis maakte een groot probleem

Ze aanbaden de verkeerde goden

Dit is de grote stad

Het vuur brandde vlam na vlam

De toekomst werd door geld en het lot geschreven

Zorg voor verdrukten, luister naar die andere stem

Vrees zoveel je kan en beledig niemand

Laat de zielen leven

Aan het einde van een verschrikkelijke pijn

Dit is de grote stad

Kom vandaag naar mij toe

Van alle talen, van alle volkeren, van elke religie

Heb vrede

Omarm mij met al je armen

Kom naar mij toe en word verliefd

Maak je debuut op deze pelgrimstocht

Want dit is jou stad

Herinnering aan hem

Illustratiefoto: Ray Zamarripa.

Mijn ogen bloosden als roze kersen

In mijn mond de smaak van vroeg hooipersen

Een augustus waar zelfs het begin uitbleef

De zomer als stroop op mijn lippen dreef

Het was vijf voor sixpack dat moment

Zalig storend, intens latent

De iris versmachtte de puppy pupil

Zoals alleen een zwangere engel dat wil

Kuifharen bedaarden zijn jonge manjaren

Blote bast, bink van storm en duizend baren

Mijn kaasstengel zoetzure zoutbittere umami

Voor mijn hart … potenzialmente fatali

Jou neus een perfecte hoek van schoonheid

Mijn onmetelijke hunker een delicate slaafsheid

Kon ik jou maar opnieuw aanraken

Terugvinden onder een bezweet ochtendlaken

Al jou geuren verorberen als ontbijt

Innig kussen, zonder schaamte, zonder spijt

Als één moordtuig onze spieren elkaar belasten

Heet, ruig en vurig, mogelijkheden aftasten

Tot we ademden langs dezelfde mond

Gisteren en morgen niet langer bestond

Kon dat moment andermaal komen

Hij, herinnering, mijn brave dromen

Foto: Erre Castillo.

Eén van de 86 laureaten van de dichtwedstrijd Mijn herinnering van Gerard Rozeboom in samenwerking met uitgeverij aquaZZ, die gepubliceerd gaan worden in een gelijknamige dichtbundel. De uitslag onder 186 inzendingen werd bekend gemaakt op 6 juni 2019.

Lente

Foto: jack1972ok op Flickr.com.

Drie primus madeliefjes honoreerden de spijzen

Tandpijn en oogziektes niet langer te krijgen

Heesters te snoeien, kleine vosjes die stoeien, vroegers die bloeien,

Krokussen verschijnen, zwijntjes heel kleintjes, balkonbakken fijntjes

Wildemanskruid harig ranonkel, geel hart van meeldraden

Bonte kleuren, Diana Clare en Charles Lamont schilderen tuinpaden

Bollen en knollen worden bloemen en kleuren

Toverhazelaar en sneeuwbal geweldig die geuren

Bittere bessen van de Gelderse roos laten vogels afschrikken

Boeketjes gaspeldoorn beschermt door vlijmscherpe prikken

Magnolia klokken luiden het einde van nacht en van vorst

Camelia verslapen, Mimosa aan het gapen, wilgenkatjes zo’n dorst

Zilver grijsblauwe naalden van Libanese ceder

Insekten, konijntjes, zo klein en zo teder

Ooievaars klapperen hun eigen, hun toon

Roze bloemen te eten van de judasboom

De rhododendrons verlegen kijken omlaag

De lente is nu. Nu en vandaag.

Hoe lang was het geleden… de eeuwige stilte?

Foto: Trikke Van Roey.

Hoe lang was het geleden?

Het verhaal in het verleden voor de mensen van heden.

Hoe lang was het geleden?

Dat ze elkaar terug in de ogen konden kijken?

Een zerk ertussen.

Van de melkboer, die van zijn melk was toen zijn zaak van melk op de fles ging.

Tetra Pak. Dat was de toekomst hadden twee Zweden bedacht.

En het was afgelopen met melk en fruitsap in flessen.

Zijn zaak en zijn hart begaven het.

Nu ligt hij spelbreker te wezen tussen hen.

Zij die daar in elkaars ogen keken en zagen dat het goed was.

Die elkaars hart hoorden tikken.

Tot ze alleen hun dikke hoorapparaat nog zagen als ze hun dikke bokaalglazen met de wind voelden tikken op hun dikke neuzen die in tegenovergestelde richting stonden.

In melkwitte letters staan hun namen nu geschreven in dikke basalt.

En tussen hen in met gouden grote dikke krullen die van een melkboer die zijn tijd had gehad.

De koeien stonden werkloos in de wei.

Sojabonen moest het nieuwe stadsvolk hebben.

En tofu en glutenvrij brood.

De molenaar verbleekte op een oude prentbriefkaart.

De oude tijd zou verhuizen naar filmarchieven.

Zelfs de bibliotheken deden hun beeldenstorm met letters en woorden.

Digitalisering. Computerisering. Online.

Lenen en ontlenen zonder stof of zorgen.

De oude bank verdween. Versleten en niet vervangen.

Alleen de Leie bleef meanderen zoals voorheen.

Ze keek alleen in de bocht de andere kant op.

Weer drie knipogen de oude rivier verder de stad in begeleiden.

Een mist stak op. Het werd weer avond.

Alleen

Foto: FaHaD op Flickr.com

Ik ben samen, maar ik wil zo verdomd alleen zijn.

Alleen met mijzelf. Alleen met de wereld.

Weg van de racebaan van drukte, verplichtingen, poeha’s.

Mijn hoofd heeft een boksmatch gehad met vragen, onzekerheden.

De routine is opgeslokt door een groot vakantiemonster.

Het moeten weg gaan, het moeten zoeken en meenemen.

En de stress dat je dan toch iets vergeet en op je donder krijgt.

Weg uit mijn vertrouwde omgeving, mijn habitat.

Het voor mij bekende plaatje, mijn huis, gewoontes, werk.

Het aftellen is begonnen naar de dagelijkse gang van zaken.

De rust van de regelmaat en de planning.

Hoe bang ben ik weer?

Voor al het nieuwe, al het anders, al het onbekende.

Een weekend weg is als een stoorzender voor een radio.

Als een klap tegen je gezicht, de onzekerheid bonkt uit je hart.

Die marathon die je hebt gelopen voor je een voetstap zeg.

Een stap in het onbekende.

Ik ben doodop en de deur moet nog achter mij dicht.

De gevangenis zit aan de buitenkant.

Foto: Camilla Nilsson.

De oude ziel

Cheltenham Badlands nabij Toronto in Canada.
Foto: Lucia op Flickr.com.

De oude ziel zweeft hier nu rond. In de nacht komt hij tot leven en weer tot rust. Donker is licht en licht is donker. De beide voeten van de grond tot er geen voeten meer nodig zijn. De voeten zijn ballast. In een andere wereld alleen een last. Als ze verdwenen zijn, rest het hart en het hoofd.

De ziel en de mens. Tot ze één worden. De immense oerkracht, het helderste van het bestaan. De indrukken van het verleden meanderen in een kolkende rivier zichzelf voorbij razend tot de pijnen en de zorgen worden achtergelaten in het landschap van gisteren. Pas dan komt de oude ziel tot rust.

De kolkende rivier wordt opnieuw een rustig stromen. Van de dag bekomend, de transformatie verder zettend met de wederkerende cyclus van ons bestaan. Verlangend uitkijkend naar nieuwe groeven van straks en morgen die de rivier in de bedding van het leven snijdt. Tot straks en morgen tot stilstand komen in de zaligheid van het heden. Tot het karma zijn energie boost heeft verworven. En de oude ziel opnieuw tot rust komt, voldaan in het bestaan.

Aan de touwtjes van het leven

Ringen op het strand in Santa Monica dichtbij hotel ‘Shutters on the Beach’ in Californië in de Verenigde Staten.
Foto: Ross Pollack.

Aan de touwtjes van het leven, daar kan je van alles beleven.

Ga je op avontuur of wordt het leven je veel te duur?

Heb je diploma’s bij de vleet of raakt je relatie in de sleet?

Ga je dagelijks dineren in een driesterrenrestaurant of zoek je restjes in het vuilnis aan de kant?

Heb je gezondheid in drie lagen of moet je pijn en kreupel dragen en verdragen?

Is je vrouw Mega Mindy of een blonde toverfee?

Of sleurt ze je uit café en brult: “Jij moet mee!”

Misschien leef je elf dagen of kan je je aan een eeuw of meer wagen?

Wie gaat trekken aan de flosh, die is beslist de klos.

Wie blijft zitten in het verhaal, danst straks in de grote balzaal.

Wie te hard trekt aan de touwtjes van het leven, die zijn hart gaat het beslist begeven.

Diegenen die de touwtjes steekt in de fik, duikelt beslist in de dieperik.

De touwtjes zijn pas om te grijpen als jou mayonaise hierboven kan gaan rijpen.

Grijp je fout, dan strooi je zout.

Grijp je goed, dan krijg je moed.

Grijp niet te snel, dan lukt het jou wel.

Maar sleur je ze allen mee, dan zit je dag en nacht op de w.c.

Touwtje mee?

Een postzegel van de Olympische Spelen in Los Angeles in Amerika in 1984.
Foto: Mando Maniac op Flickr.com.

Op de atletiekpiste

Foto: dickgrayson66 op Flickr.com

Ze zitten in de tribune van een atletiekpiste en kijken naar de lopers.

Ze denken dat ze alles zien en weten.

Maar ze blijven toeschouwers.

Zelfs met honderden camera’s en commentatoren.

Ze zullen nooit aanvoelen hoe de lopers lopen.

Waarom ze beginnen te sprinten, versnellen en vertragen.

Hun hart en zweetdruppels voelen.

Ze blijven toeschouwers die denken dat ze alles zien, maar voelen niets.

Alleen de loper voelt zijn bloed verzuren, zijn hart in de borstkas bonken, de inspanningen opdrijven en weten wat er om gaat in het hoofd van de loper.

Alleen de loper kent de weg naar de top en de drijfveer om die te bereiken.

De mensen in de tribune blijven waarnemers, toeschouwers.

Ze kunnen de atleet steunen of breken met kritiek.

Maar nooit zullen zij ooit zelf in de achtbaan lopen en ervaren wat die atleet op dat moment voelt en waarom die op zijn parcours versnelt, vertraagd of waarneemt.

Alleen de loper moet zelf zijn baan lopen en zijn succes behalen.