De kans

Foto: Elly Snel.

Het blijven zoeken naar een verleden

Met elk laagje overhoop gelegen

Met zoveel vragen, zoveel zorgen

Altijd gisteren, nooit eens morgen

Het harde metaal krast over zieke zielen

Ze hielden ons voor gek en randdebielen

Ze deden ons wat aan, elke dag en elk jaar

Achter elke hoek angst voor ieder gevaar

Verscholen in een schelp zo diep

Die onder zee om hulp riep

Tranen gelaten, smart en veel pijn

Waarom nog leven, waarom nog zijn

De stekker eruit, de stekker erin

Afscheid genomen, een nieuw begin

Laat ons de zorgen, laat ons het verleden

We beginnen opnieuw, we kijken naar heden

Wat was komt nooit meer helemaal goed

Maar herpak je met kansen en nieuwe moed

Kijk nu vooruit, vergeef hen die kwaden

Ze wisten niet beter met domme domme daden

Spring er zelf in, het leven opnieuw

Je hebt nu een kans, je hebt nog een ziel

Maalbeek

Foto: Jelle Vanthuyne.

We gingen op weg zoals elke ochtend

We gingen op weg zoals telkens weer

Toen daalde de zwarte regen neer

Voor jou geen dinsdag meer

Drukke metro een laatste zoen

Vertrouwde stop waarom anders doen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Bedolven in stof van haat en woede

Bedolven in schoonheid zoet

Zo dichtbij de hel onder de grond

Waar onze liefde vond

Ontspoorde gekken gemene gril

Toen stierf de tijd en het werd stil

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Europa schrok en keek naar jou

Europa huilde om man en vrouw

Kon ik je maar een knuffel geven

Was jij maar bij mij gebleven

Verdronken rivier huilende dagen

Na woede nog zovele vragen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Onze ontmoeting daar plots gedaan

Onheil en een donkere traan

We omarmden elkaar daar zonder zorgen

Maar waar is nu de weg naar morgen

Je bleef daar achter op jankende treden

Heden werd toen het verleden

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Hun dromen maken wij vandaag

Hun namen als een tweede laag

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

De weken tellen geen dinsdagen meer

De uren zoeken minuten weer

Ach irissen zullen er altijd bloeien

Uit donker het licht blijven stoeien

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Tweede laureaat Nekka Liefde voor Lyriek wedstrijd 2019.

Herinnering aan hem

Illustratiefoto: Ray Zamarripa.

Mijn ogen bloosden als roze kersen

In mijn mond de smaak van vroeg hooipersen

Een augustus waar zelfs het begin uitbleef

De zomer als stroop op mijn lippen dreef

Het was vijf voor sixpack dat moment

Zalig storend, intens latent

De iris versmachtte de puppy pupil

Zoals alleen een zwangere engel dat wil

Kuifharen bedaarden zijn jonge manjaren

Blote bast, bink van storm en duizend baren

Mijn kaasstengel zoetzure zoutbittere umami

Voor mijn hart … potenzialmente fatali

Jou neus een perfecte hoek van schoonheid

Mijn onmetelijke hunker een delicate slaafsheid

Kon ik jou maar opnieuw aanraken

Terugvinden onder een bezweet ochtendlaken

Al jou geuren verorberen als ontbijt

Innig kussen, zonder schaamte, zonder spijt

Als één moordtuig onze spieren elkaar belasten

Heet, ruig en vurig, mogelijkheden aftasten

Tot we ademden langs dezelfde mond

Gisteren en morgen niet langer bestond

Kon dat moment andermaal komen

Hij, herinnering, mijn brave dromen

Foto: Erre Castillo.

Eén van de 86 laureaten van de dichtwedstrijd Mijn herinnering van Gerard Rozeboom in samenwerking met uitgeverij aquaZZ, die gepubliceerd gaan worden in een gelijknamige dichtbundel. De uitslag onder 186 inzendingen werd bekend gemaakt op 6 juni 2019.

Maalbeek

Foto: Xoteroto op flickr.com

We gingen op weg zoals elke ochtend

We gingen op weg zoals telkens weer

Toen daalde de zwarte regen neer

Voor jou geen dinsdag meer

Drukke metro een laatste zoen

Vertrouwde stop waarom anders doen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Bedolven in stof van haat en woede

Bedolven in schoonheid zoet

Zo dichtbij de hel onder de grond

Waar onze liefde vond

Ontspoorde gekken gemene gril

Toen stierf de tijd en het werd stil

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Europa schrok en keek naar jou

Europa huilde om man en vrouw

Kon ik je maar een knuffel geven

Was jij maar bij mij gebleven

Verdronken rivier huilende dagen

Na woede nog zovele vragen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Onze ontmoeting daar plots gedaan

Onheil en een donkere traan

We omarmden elkaar daar zonder zorgen

Maar waar is nu de weg naar morgen

Je bleef daar achter op jankende treden

Heden werd toen het verleden

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Hun dromen maken wij vandaag

Hun namen als een tweede laag

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

De weken tellen geen dinsdagen meer

De uren zoeken minuten weer

Ach irissen zullen er altijd bloeien

Uit donker het licht blijven stoeien

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek.

Kos

Foto: Bernard Vignault.

In de kuil van het vasteland tussen hier en ginder.

Sliepen twintig tinten blauw.

Uitgelachen door een zeevogel en vlinder.

Ze noemden het de zee en iedereen was mee.

Het laatste Griekse eiland omarmde Kos.

De greep verzwakte en het Turkse Rijk was om de hoek.

De zee zweeg en pijnigde blauwe fronsen.

Een schreeuw van een eenzame vogel.

Melkwitte boten vergaten verder te varen.

De wind genoot van de Griekse siësta.

Streelde de groene punkharen van de palmen.

Een snelwandelende vogel schelde een kreet.

De take-off was sneller dan het verstommen van elke schreeuw.

Een groene tarmac van het hoteldak.

Een vluchtig onthaal voor raaf en nachtegaal.

Het andere vasteland lag verloren in een zee van mist zoals reeds tevoren.

De namiddagzee stapte voetje voor voetje.

Bedeesd en bevreesd.

Bang de sultan en de Griekse goden wakker te maken.

Alleen door het blauwe laken

Konden zeilboten verder geraken.

Verder van huis of dichter bij thuis.

De kapitein nog in vertwijfeling.

De golven in hun laatste swing.

De siësta die zijn zwanenzang aanving.

Ik was alleen

Drakenboom op Tenerife.
Foto: NadiaBE op Flickr.com.

Ik was alleen en vond toen samen. We waren jong. We werden oud. Jij gaf mij mijn benen en ik gaf jou mijn hand. Het werd een band. Ons verstand. Eindelijk aanbeland. In dit land.

Waar ik zocht en ik nooit vond. Waar jij vond, maar vergat te zoeken. Waar twee terug één werden. Versmolten in heden elk zijn verleden. De drakenboom wist, maar zijn ringen zwegen in de mist. De moerassen, de woestijnen, de steppen, het heelal om de hoek.

Het vinden van ver hier nabij op de deurmat een welkom en blijf. De deur op een kier, lekker dier blijf hier, voor plezier en vertier, voor luister en kluister, voor een knuf en een puf, voel je hier goed, want dit wordt nu ons thuis.

Na al die zware dromen eindelijk de ochtend aangekomen. In het licht van de wereld. De boosheid op schap, lach op de mond, opnieuw geluk in het rond toen ik jou daar zo vond.