Alles komt terug

Iraans-sjiitische moslimvader en zijn zoon gekleed voor Muharram in Kasdan in Iran. Muharram is de eerste maand van het jaar van de islamitische kalender en is een van de vier heilige maanden van het jaar.
Foto: Eric Lafforge.

Een man en twee kinderen proberen zich vast te klampen

Ze zien de goedheid van de wereld voor hun ogen verdampen

Ze wonen in een ver land dat niemand wil kennen

Hier laat niemand zich in een viersterrenhotel verwennen

Dat er mensen verdrinken door overstromingen is heel normaal

Het is ver weg dus voor ons in het Westen wreed banaal

Pas als er een regendruppel dreigt op onze derde vakantie van het jaar

Dan vragen wij alle goden van geld en luxe om een goed gebaar

Maar mensen en dieren die wachten op hulp na een zondvloed

Dan doen wij ons aan een extra skireis nog liever tegoed

Vandaag was het Iran, morgen India, Bangladesh of Soedan

Verzuipen en verhongeren ze? Laat ons met rust als je kan

Want hier is het druk, druk, druk, met een nieuwe serie op Netflix

Vergeet niet, als we die zouden missen, dat is niet niks

Alles komt terug als morgen in verwegistan een nieuwe natuurramp gebeurt

Iemand dood, iemand in nood, niemand die er hier om zeurt

Er bestaan alleen landen waar ze friet en steak aanbieden

Waar we all inclusive van onze leugen genieten

Alles komt terug, maar Zakaria, Kaspar en Ali niet meer

Zij verdronken toen u ging duiken en snorkelen alweer

Advertenties

Zonder jou

Foto: Wade Keller.

Zonder jou is een beslapen bedlaken zonder rimpels.

Een vulkaan die zelf niet haar neus durft snuiten.

Een aardkloot die zich verstopt achter de maan.

Een stoelendans met driemaal te veel stoelen en ‘never ending classical music’.

Het is als Dirk Brosse die met een onzichtbare strijkstok de tanden poetst.

Zonder jou is een droevige dinsdag die zich niet verkleed als woensdag, maar denkt dat het maandag is.

Zonder jou blijft de wereld draaien.

Blijft de leeuw gapen en de macadam hoofdpijn lijden door het schurende verkeer die zijn haren kortwiekt.

Zonder jou gaat alles prima.

Maar anders blijft anders en gewoon gewoon de regel der regelmaat.

Zoals de woestijn de ochtenddauw mist zonder te sterven onder het mulle zand.

Zoals bedoeïenen hun zomerkamp missen in de winter zonder te beseffen dat geen enkele zandkorrel tweemaal op dezelfde plaats wordt geblazen door de wind.

Foto: Andre B. op Flickr.com.

Het gemis van de woestijn

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de woestijn.

Elkaar verstrengelende wurgende planten.

Wat moet ik ermee? Ik mag er toch niets mee doen.

Rommel en rotzooi. Grijpend naar elke vierkante centimeter lucht.

Als kolonisten de binnenkoer bezetten als een gebetonneerde settlement.

Elkaar verslindend. Groene vampieren van de dag.

Muur en schutting, ruimte, breedte en hoogte opetend. Als groene koekiemonsters.

Ik mis de woestijn. Alleen zijn en eenzaamheid.

Het gewone geluk gekleefd als een stabiele trilling in een landschap van steppe en woestijnduinen.

Naar ongezuiverde kerosine ruikende highways van Amman tot Petra.

Een landschap van verdorde twijgen, autobanden, autowrakken en verlate wegrestaurants, autowerkplaatsen en théehuizen.

Kilometers van stof en zand en rust in mijn hoofd.

Het sociale koekiemonster eet al mijn weekends op.

Ik hunker naar rust en stilte.

Geen jojo die op en neer gaat.

Geen storende mug op de slaapkamer.

Een oneindig aantal sociale verplichtingen met een bord vol koetjes en kalfjes chocolade.

Ik voel mij leeg van geest en vol van hoofd.

Een marteling van vrijdagavond tot maandagmorgend.

De uren aftellend dat het weekend eindelijk is afgelopen.

Ik voel mij opgesloten en onnuttig in het weekend. Als een aap in een kooi.

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de routine. Ik mis elk overzicht, elke controle, elke regelmaat.

Het weekend doodt elke creativiteit, elke zin van ons bestaan. Ik wordt niet gelukkig van weekends.

Het weekend duurt twee dagen te lang. Van nutteloos gekwebbel, gezucht, verplichtingen, gezeur en rommel.

Ik moet mijn hoofd leegmaken van maandag tot vrijdag om het weekend te overleven. Het bomvolle weekend voelt leger dan leeg.

Rondjes fietsen en de pedalen verliezen tot je ter plaatse blijft trappelen.

De onrust, het altijd moeten, het altijd zijn, de noodzaak te leven – of is het langzaam sterven voor mij – breekt mijn hart en vult mijn hoofd met rommel.

Overvolle weekends wurgen al mijn creativiteit, eigenheid, mijzelf, …

Een marionet met handen en voeten gebonden. Bespeeld door anderen. Geleefd. Moe van geleefd te zijn. Doodmoe.

Verlangen naar rust die maar niet wil komen. Een zoektocht naar een sprankeltje mijzelf zijn. Mij nuttig voelen.

Niet meegesleept te worden in de heksenketel van rush, van vrijdagavond tot maandagochtend.

Wurgende planten, versmorende agenda, keelgrijpende weekends. Ik haat het! Ze doden mijn eigen ik.

Ik wil gelukkig zijn in het weekend. Blij zijn en voldaan zoals anderen. Ik mis mijn werk, mijn regelmaat, mijzelf.

Ik herken mij niet meer in de spiegel. Het glas is dof en mat.

Waar ben ik gebleven? Wanneer kan ik weer leven?

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.
Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.