Niet mijn dag

Het was niet de dag

Het was niet de dag die het zou moeten

Het was de dag die het zou worden

Een dag zonder lach

Omdat die lach was verdwenen

Omdat het onweer de dag kaapte

Het werd geen routine

Omdat de verandering mij gijzelde

Omdat chaos het losgeld betaalde

De regelmaat werd verkracht vannacht

Door Somalische piraten in mijn hoofd

Die mijn ochtend zouden bepalen

Het werd oorlog

Een strijd om te overleven

In een wereld van chaos

Waarin ik de weg kwijt raakte

Waarin ik verdwaalde in hersenspinsels

Waarin ik mijzelf verloor

Ik wilde roepen om hulp

Maar niemand heeft mij leren roepen

Ik zocht woorden om aandacht

Maar mijn zoekfunctie blokkeerde

Totaal en weer een keer

Een keer teveel

Te veel rotzooi

Om te ontsnappen uit de chaos

Chaos die ik alleen zie

Chaos die ik alleen beleef

Chaos mijn grootste vijand

Als piraten met kalashnikovs

Als rovers met zwaarden

Als terroristen met granaatwerpers

Als een woord een verwijt wordt

Als de rede wordt begraven

Als Cupido een schrikbewind voert

Een hart een handgranaat

Een pijl een oorlogswapen

De liefde de haat

Hoe fout kan het gaan

In een milliseconde van chaos

In een fractie van ontreddering

In een moment van totale onmacht

Het werd weer een dag

Die jij en ik niet zo graag mag

Het was jammer weer

Niet mijn dag

Mijn hoofd… een kokosnoot

Foto: Alexander Gabe.

Mijn hoofd zit vol

Als een kokosnoot

Die al vanbinnen geraspt is

Als hersenen die overstromen

In een kleverige, vloeibare massa

Indrukken, beelden, kleuren, geluiden

De structuur is zoek

De regelmaat is weg

De dagelijkse routine is dood

De taken zijn opdrachten

Verplicht sociaal zijn

Meegaand en meegezogen

In een spiraal van emoties

In een tornado van beelden

In een kakafonie van geluiden

Herrie aan de macht

Het hoofd voelt zwaar en vol

De oude dag roept mij toe

De nieuwe dag verslindt mij

Mijn regelmaat een bekende

Als een krokodil met gepoetste tanden

Alleen

Foto: FaHaD op Flickr.com

Ik ben samen, maar ik wil zo verdomd alleen zijn.

Alleen met mijzelf. Alleen met de wereld.

Weg van de racebaan van drukte, verplichtingen, poeha’s.

Mijn hoofd heeft een boksmatch gehad met vragen, onzekerheden.

De routine is opgeslokt door een groot vakantiemonster.

Het moeten weg gaan, het moeten zoeken en meenemen.

En de stress dat je dan toch iets vergeet en op je donder krijgt.

Weg uit mijn vertrouwde omgeving, mijn habitat.

Het voor mij bekende plaatje, mijn huis, gewoontes, werk.

Het aftellen is begonnen naar de dagelijkse gang van zaken.

De rust van de regelmaat en de planning.

Hoe bang ben ik weer?

Voor al het nieuwe, al het anders, al het onbekende.

Een weekend weg is als een stoorzender voor een radio.

Als een klap tegen je gezicht, de onzekerheid bonkt uit je hart.

Die marathon die je hebt gelopen voor je een voetstap zeg.

Een stap in het onbekende.

Ik ben doodop en de deur moet nog achter mij dicht.

De gevangenis zit aan de buitenkant.

Foto: Camilla Nilsson.

Zonder jou

Foto: Wade Keller.

Zonder jou is een beslapen bedlaken zonder rimpels.

Een vulkaan die zelf niet haar neus durft snuiten.

Een aardkloot die zich verstopt achter de maan.

Een stoelendans met driemaal te veel stoelen en ‘never ending classical music’.

Het is als Dirk Brosse die met een onzichtbare strijkstok de tanden poetst.

Zonder jou is een droevige dinsdag die zich niet verkleed als woensdag, maar denkt dat het maandag is.

Zonder jou blijft de wereld draaien.

Blijft de leeuw gapen en de macadam hoofdpijn lijden door het schurende verkeer die zijn haren kortwiekt.

Zonder jou gaat alles prima.

Maar anders blijft anders en gewoon gewoon de regel der regelmaat.

Zoals de woestijn de ochtenddauw mist zonder te sterven onder het mulle zand.

Zoals bedoeïenen hun zomerkamp missen in de winter zonder te beseffen dat geen enkele zandkorrel tweemaal op dezelfde plaats wordt geblazen door de wind.

Foto: Andre B. op Flickr.com.

Het gemis van de woestijn

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de woestijn.

Elkaar verstrengelende wurgende planten.

Wat moet ik ermee? Ik mag er toch niets mee doen.

Rommel en rotzooi. Grijpend naar elke vierkante centimeter lucht.

Als kolonisten de binnenkoer bezetten als een gebetonneerde settlement.

Elkaar verslindend. Groene vampieren van de dag.

Muur en schutting, ruimte, breedte en hoogte opetend. Als groene koekiemonsters.

Ik mis de woestijn. Alleen zijn en eenzaamheid.

Het gewone geluk gekleefd als een stabiele trilling in een landschap van steppe en woestijnduinen.

Naar ongezuiverde kerosine ruikende highways van Amman tot Petra.

Een landschap van verdorde twijgen, autobanden, autowrakken en verlate wegrestaurants, autowerkplaatsen en théehuizen.

Kilometers van stof en zand en rust in mijn hoofd.

Het sociale koekiemonster eet al mijn weekends op.

Ik hunker naar rust en stilte.

Geen jojo die op en neer gaat.

Geen storende mug op de slaapkamer.

Een oneindig aantal sociale verplichtingen met een bord vol koetjes en kalfjes chocolade.

Ik voel mij leeg van geest en vol van hoofd.

Een marteling van vrijdagavond tot maandagmorgend.

De uren aftellend dat het weekend eindelijk is afgelopen.

Ik voel mij opgesloten en onnuttig in het weekend. Als een aap in een kooi.

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de routine. Ik mis elk overzicht, elke controle, elke regelmaat.

Het weekend doodt elke creativiteit, elke zin van ons bestaan. Ik wordt niet gelukkig van weekends.

Het weekend duurt twee dagen te lang. Van nutteloos gekwebbel, gezucht, verplichtingen, gezeur en rommel.

Ik moet mijn hoofd leegmaken van maandag tot vrijdag om het weekend te overleven. Het bomvolle weekend voelt leger dan leeg.

Rondjes fietsen en de pedalen verliezen tot je ter plaatse blijft trappelen.

De onrust, het altijd moeten, het altijd zijn, de noodzaak te leven – of is het langzaam sterven voor mij – breekt mijn hart en vult mijn hoofd met rommel.

Overvolle weekends wurgen al mijn creativiteit, eigenheid, mijzelf, …

Een marionet met handen en voeten gebonden. Bespeeld door anderen. Geleefd. Moe van geleefd te zijn. Doodmoe.

Verlangen naar rust die maar niet wil komen. Een zoektocht naar een sprankeltje mijzelf zijn. Mij nuttig voelen.

Niet meegesleept te worden in de heksenketel van rush, van vrijdagavond tot maandagochtend.

Wurgende planten, versmorende agenda, keelgrijpende weekends. Ik haat het! Ze doden mijn eigen ik.

Ik wil gelukkig zijn in het weekend. Blij zijn en voldaan zoals anderen. Ik mis mijn werk, mijn regelmaat, mijzelf.

Ik herken mij niet meer in de spiegel. Het glas is dof en mat.

Waar ben ik gebleven? Wanneer kan ik weer leven?

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.
Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Oorlog in de keuken

Het was weer oorlog, in mijn hoofd en in de keuken.

En als dat gebeurt, ik kan verzekeren, niet leuk eh.

Dan krijgen alle voorwerpen een eigen leven.

Dan kan niemand mij nog enige rust geven.

Dan dansen potten en pannen in het rond.

Dan steekt het bestek vuur aan de lont.

Dan klopt de komkommer de aardappel af.

Dan zijn de messen de militaire staf.

De leefkeuken wordt een slagveld.

Waarbij men alle soldaten natelt

En komen nog meer groenten aandraven.

Veranderen de keukenstoelen in loopgraven.

En ook al is de kok een danser.

Schuil ik mijzelf in een diep pantser.

Mijn hele regelmaat, mijn structuur, mijn plan.

Is naar de maantjes als zelfs dat nog kan.

Eens de opwelling tot koken is ingezet.

Is het uit met herkenning en de pret.

Dan buldert het keukengerei naar de infanterie.

Dan roept het aanval daar en aanval hier.

De slachtoffers worden in stukken gesneden.

Doden onder de vaat gans beneden.

Wie niet voelen wil, die zal koken.

Tot plezier van martel- en keukenspoken.

Geen groente blijft nog heel.

Geen specerij is ooit te veel.

Geen vlees is ooit te rood.

Geen aardappel eens te groot.

Een afwas van Amsterdam tot in Kaboel.

Daar ging het om, dat was hun doel.

Als neveneffect van de keuken oorlog.

Eten, uiteindelijk, allen naar die trog.