Ontsnapping aan de chaos

Foto: Ibrahim Lujaz.

Ontsnappen aan onvermijdelijke verdrinking

In het grote verhaal voor ons gesoeplepeld

Gewurgd door de noodzaak

Voldoen aan hun social killer events

Om weldra te stikken

In een wereld van tranen en verdriet

Snuif je jou eigen wereld in

Lik je aan verboden vruchten

Verzwelg je roze nijlpaarden

Om te ontsnappen

Aan een oceaan van verplichtingen

Aan een wereld van chaos

Aan een leven van overleven

Om je ergens thuis te voelen

In een huis dat reeds werd afgebroken

Met slaapkamers op half negen

Met een keuken vol cola en citroen

Een egel door je neus

Een krokodil door je mond

Een grijze kater door het hoofd

En een bizon tussen de benen

Gedreven door verdreven angsten

Verdwenen met geleende dromen

Bezwangerd met een replay

Bevroren in de tijd

Slapend door mistige dagen

Van indrukken en lagen

Zoekend naar een spiegel

Die een vloeipapier blijkt

Dansend met de eigen ziel

Die plots naast jou grote voeten viel

Toen… herinneringen

Foto: Simon Sonnenblume.

Er was een tijd toen de aarde nog een ronde bol was

En niemand sprak over een piek of iets afvlakken

En je creativiteit niet werd gefnuikt

Door Corona doden en statistieken

Je nog vrij en zorgeloos kon rondlopen

Zonder afstanden of meters te tellen

Te wachten op mondkapjes uit China

En toestellen om weer op adem te komen

Toen mensen nog gewoon stierven in rusthuizen

Omdat ze gewoon oud werden

Toen we nog niet terecht kwamen in Whatsapp groepjes

En overstelpt werden met onzedelijke filmpjes

En met dwaze informatie onze handen wasten

Van mensen die ons eigenlijk geen knijt interesseren

En het geklaag van onderwijspersoneel die voor het eerst werken

Want dat waren ze nooit gewoon

Met als enige voordeel dat we dit jaar

Niet naar dat bekakte Songfestival moeten kijken

En eindelijk ademruimte vinden in onze agenda

Eindelijk de vakantiefoto’s van de voorbije zes reizen bekijken

Waarvan we al lang niet meer weten welke foto waarbij hoort

De enige open parken zijn autostrades geworden

Van ontregelde mensen en psychopaten

Die zich verbazen over hun eigen spiegel

Van agenten die niet langer op boeven jagen

Maar op alles wat sociaal in de omgang is

Van regels die vloeien uit een gewond dier

En schreeuwen in een donkere nacht

En stiltes die liggen te wachten op een begrafenis

Waarbij zelfs vier kaartspelers te veel zijn

Omdat we leven in andere tijden

Met zekerheden die pootje gelapt zijn

Met conflicten die verengen in tijd en ruimte

Exploderen in de woonkamer

Ontgroenen in de supermarkt

Tot niemand nog de moed kan vinden

Om de dag van gisteren toe te dekken

En het bed vandaag weer op te maken

Ik gaf je mijn hart

Foto: Victor Avilla.

(Liedtekst:)

​​​​​Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Toch bleef je mij verbazen

Als een storm rondrazen

De spiegel jou wereld

Als een slaapnachtkus

.

En als ik nu mag spreken

Dat laat ik je weten

Dat laat ik mij gaan

Als een geile krielhaan

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Toch bleef je mij negeren

Als een zak vol kleren

Jou vrienden jou keet

Als een eigen planeet

.

En als ik nu kon kiezen

Dan wil ik niet verliezen

Dan wil ik bij jou zijn

Met een half glas wijn

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Toch loop je met die knapen

Met een jeans vol gaten

Kijk maar naar ze op

Als een buikspreekpop

.

En als ik nu kon toveren

Dan wil jou veroveren

Dan wil ik er zijn

Als jou lichtkonijn

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Je ging toen lopen schat

Naar een grote stad

Vijf kerels een kat

En een heel groot bad

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

Die vluchtige zomer

Foto: Alan op Flickr.com.

Hoe vluchtig was die zomer

Als een zuchtje in de herfst

Drie hittegolven zei de weerman

Ik trek een warme trui aan

Te weinig water stond in de krant

Ik neem een glas water van de kraan

Niets gebeurt op politiek vlak

Alleen revoluties brengen politiek

Weer een kat vermist

En de asielen zitten bomvol

Net als de wegen, de steden, het openbaar vervoer

Als heel de aardkloot eigenlijk

Want niemand woont in de oceaan

Water genoeg daar

Maar we hebben liefst iets zoetigs

Om onze tanden kapot te knabbelen

Op kosten van de sociale onzekerheid

Om nadien tien vegi kookboeken te kopen

Dieet 363 te volgen

En de maand nadien een nieuwe kleerkast

Want weer een maatje bij

Zolang ze maar geen vreemd kleurtje hebben

Ik vind wit een vreemde kleur

Zolang ze niet anders zijn

Mijn spiegel schrikt zich elke ochtend te pletter

Besef

Als de linkshandigen beginnen rechts te schrijven

Is hun laatste pennentrek nader

We gaan iets voor het klimaat doen

Elektrische boten in Amsterdam

Ze gaan varen met 300 miljoen Chinezen

Die voor het eerst een monovolume kopen

Fijn in gangnam style het milieu

… verder om zeep helpen

Moet er nog een iFoon, e-auto of tablet zijn

Nikkel, mangaan en kobalt

Kom gerust langs in Congo

Lieve Belgen en Chinezen

Ontgin het, steel het, verkoop het

Laat de kinderen putten graven

Twintig meter diep

Kinderen en ertsen genoeg

Vooruit met die plundering

Want de zomer was weer vluchtig

En lithium wacht op ons

Made in Chili en Australia

Een half miljoen ton

Voor minder komen we niet langs

Want we hebben het druk

Met het plunderen als kolonisten

Van elke Afrikaanse bodem

En onze dieetboeken zijn reeds tweedehands

Zo vluchtig als die zomer

De scheiding

Foto: αndrΩ op Flickr.com.

Een scheiding! Een scheiding! Een scheiding!

Het klonk alsof ik mijn ontslag kreeg

Het donker en zwart was slechts een teken

Mijn pijn viel in de rivier

Ik voelde mij een slaaf

Toen ik die drie woorden hoorde, dacht ik te dromen

Kan de werkelijkheid terugkeren?

Is dit opnieuw één van jou vuile streken?

Mijn hart dwong mij de adem van elk moment te leven

Het verplichtte mij te schuilen in de schaduw van het zwaard

dat boven mijn hoofd hangt

Ik wil blijven leven!

Maakte ik niet lekker en voldoende eten voor jou?

Maakte ik een fout met de boodschappen?

Toon je mannelijkheid

Ik zorgde voor de geboorte van jou kind

Nu zal ik vechten en mijn zelfvertrouwen terugkrijgen

Ik zal strijden voor respect

Mijn hart en verlangens volgen

Ik zal mijn droom doen uitkomen

En jij?

Nu hoor je de echo uit mijn onafhankelijke ziel

De echo die hete lava door je oorschelpen laat stromen

En kraters zal toveren op de spiegel van jou gezicht

Het gemis van de woestijn

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de woestijn.

Elkaar verstrengelende wurgende planten.

Wat moet ik ermee? Ik mag er toch niets mee doen.

Rommel en rotzooi. Grijpend naar elke vierkante centimeter lucht.

Als kolonisten de binnenkoer bezetten als een gebetonneerde settlement.

Elkaar verslindend. Groene vampieren van de dag.

Muur en schutting, ruimte, breedte en hoogte opetend. Als groene koekiemonsters.

Ik mis de woestijn. Alleen zijn en eenzaamheid.

Het gewone geluk gekleefd als een stabiele trilling in een landschap van steppe en woestijnduinen.

Naar ongezuiverde kerosine ruikende highways van Amman tot Petra.

Een landschap van verdorde twijgen, autobanden, autowrakken en verlate wegrestaurants, autowerkplaatsen en théehuizen.

Kilometers van stof en zand en rust in mijn hoofd.

Het sociale koekiemonster eet al mijn weekends op.

Ik hunker naar rust en stilte.

Geen jojo die op en neer gaat.

Geen storende mug op de slaapkamer.

Een oneindig aantal sociale verplichtingen met een bord vol koetjes en kalfjes chocolade.

Ik voel mij leeg van geest en vol van hoofd.

Een marteling van vrijdagavond tot maandagmorgend.

De uren aftellend dat het weekend eindelijk is afgelopen.

Ik voel mij opgesloten en onnuttig in het weekend. Als een aap in een kooi.

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de routine. Ik mis elk overzicht, elke controle, elke regelmaat.

Het weekend doodt elke creativiteit, elke zin van ons bestaan. Ik wordt niet gelukkig van weekends.

Het weekend duurt twee dagen te lang. Van nutteloos gekwebbel, gezucht, verplichtingen, gezeur en rommel.

Ik moet mijn hoofd leegmaken van maandag tot vrijdag om het weekend te overleven. Het bomvolle weekend voelt leger dan leeg.

Rondjes fietsen en de pedalen verliezen tot je ter plaatse blijft trappelen.

De onrust, het altijd moeten, het altijd zijn, de noodzaak te leven – of is het langzaam sterven voor mij – breekt mijn hart en vult mijn hoofd met rommel.

Overvolle weekends wurgen al mijn creativiteit, eigenheid, mijzelf, …

Een marionet met handen en voeten gebonden. Bespeeld door anderen. Geleefd. Moe van geleefd te zijn. Doodmoe.

Verlangen naar rust die maar niet wil komen. Een zoektocht naar een sprankeltje mijzelf zijn. Mij nuttig voelen.

Niet meegesleept te worden in de heksenketel van rush, van vrijdagavond tot maandagochtend.

Wurgende planten, versmorende agenda, keelgrijpende weekends. Ik haat het! Ze doden mijn eigen ik.

Ik wil gelukkig zijn in het weekend. Blij zijn en voldaan zoals anderen. Ik mis mijn werk, mijn regelmaat, mijzelf.

Ik herken mij niet meer in de spiegel. Het glas is dof en mat.

Waar ben ik gebleven? Wanneer kan ik weer leven?

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.
Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.