Hoe lang was het geleden… de eeuwige stilte?

Foto: Trikke Van Roey.

Hoe lang was het geleden?

Het verhaal in het verleden voor de mensen van heden.

Hoe lang was het geleden?

Dat ze elkaar terug in de ogen konden kijken?

Een zerk ertussen.

Van de melkboer, die van zijn melk was toen zijn zaak van melk op de fles ging.

Tetra Pak. Dat was de toekomst hadden twee Zweden bedacht.

En het was afgelopen met melk en fruitsap in flessen.

Zijn zaak en zijn hart begaven het.

Nu ligt hij spelbreker te wezen tussen hen.

Zij die daar in elkaars ogen keken en zagen dat het goed was.

Die elkaars hart hoorden tikken.

Tot ze alleen hun dikke hoorapparaat nog zagen als ze hun dikke bokaalglazen met de wind voelden tikken op hun dikke neuzen die in tegenovergestelde richting stonden.

In melkwitte letters staan hun namen nu geschreven in dikke basalt.

En tussen hen in met gouden grote dikke krullen die van een melkboer die zijn tijd had gehad.

De koeien stonden werkloos in de wei.

Sojabonen moest het nieuwe stadsvolk hebben.

En tofu en glutenvrij brood.

De molenaar verbleekte op een oude prentbriefkaart.

De oude tijd zou verhuizen naar filmarchieven.

Zelfs de bibliotheken deden hun beeldenstorm met letters en woorden.

Digitalisering. Computerisering. Online.

Lenen en ontlenen zonder stof of zorgen.

De oude bank verdween. Versleten en niet vervangen.

Alleen de Leie bleef meanderen zoals voorheen.

Ze keek alleen in de bocht de andere kant op.

Weer drie knipogen de oude rivier verder de stad in begeleiden.

Een mist stak op. Het werd weer avond.

Advertenties

Eid Mubarak

Foto: CarKhabri India op Flickr.com

Eid Mubarak. Het feest van het einde van de islamitische vastenmaand ramadan vandaag. De oude zorgen, ruzies en problemen zijn vergeten. Het nieuwe komt eraan. Miljarden moslims doorbreken de vastenmaand traditioneel met het eten van een dadel en straks een rijkgevulde iftar maaltijd of bbq. Miljoenen schapen worden geslacht.

Na de vastenmaand ramadan is het de traditie om 10 procent van het maandinkomen aan de armen te schenken waarvoor men een maand gevast heeft om hun honger niet te vergeten. Zakaat heet deze bijdrage. Eén van de vijf peilers – naast onder meer het vervullen van de ramadan en de dagelijkse gebeden – in de islam.

Vaak wordt vlees van een geslacht schaap aan armere mensen aangeboden. Ook volgt een grote schoonmaak van de eigen woning en wordt de tuin of binnenkoer (kanzarai) op punt gezet.

De zaterdag na de vastenmaand trekt het gezin traditioneel naar winkels om kleding aan te kopen. Het feest duurt drie tot vier dagen waarbij men iedereen – ook niet-moslims – het beste wenst.

Eid Kareem of Eik Mubarak wordt uitgesproken en handdrukken en kussen worden uitgedeeld.

De wereld heeft het oude stof bijeen geveegd en is klaar voor een nieuwe toekomst. Het belangrijkste feest is een wedergeboorte van alle goede dingen en een herkansing voor waar het mis ging voorheen.

Het gemis van de woestijn

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de woestijn.

Elkaar verstrengelende wurgende planten.

Wat moet ik ermee? Ik mag er toch niets mee doen.

Rommel en rotzooi. Grijpend naar elke vierkante centimeter lucht.

Als kolonisten de binnenkoer bezetten als een gebetonneerde settlement.

Elkaar verslindend. Groene vampieren van de dag.

Muur en schutting, ruimte, breedte en hoogte opetend. Als groene koekiemonsters.

Ik mis de woestijn. Alleen zijn en eenzaamheid.

Het gewone geluk gekleefd als een stabiele trilling in een landschap van steppe en woestijnduinen.

Naar ongezuiverde kerosine ruikende highways van Amman tot Petra.

Een landschap van verdorde twijgen, autobanden, autowrakken en verlate wegrestaurants, autowerkplaatsen en théehuizen.

Kilometers van stof en zand en rust in mijn hoofd.

Het sociale koekiemonster eet al mijn weekends op.

Ik hunker naar rust en stilte.

Geen jojo die op en neer gaat.

Geen storende mug op de slaapkamer.

Een oneindig aantal sociale verplichtingen met een bord vol koetjes en kalfjes chocolade.

Ik voel mij leeg van geest en vol van hoofd.

Een marteling van vrijdagavond tot maandagmorgend.

De uren aftellend dat het weekend eindelijk is afgelopen.

Ik voel mij opgesloten en onnuttig in het weekend. Als een aap in een kooi.

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de routine. Ik mis elk overzicht, elke controle, elke regelmaat.

Het weekend doodt elke creativiteit, elke zin van ons bestaan. Ik wordt niet gelukkig van weekends.

Het weekend duurt twee dagen te lang. Van nutteloos gekwebbel, gezucht, verplichtingen, gezeur en rommel.

Ik moet mijn hoofd leegmaken van maandag tot vrijdag om het weekend te overleven. Het bomvolle weekend voelt leger dan leeg.

Rondjes fietsen en de pedalen verliezen tot je ter plaatse blijft trappelen.

De onrust, het altijd moeten, het altijd zijn, de noodzaak te leven – of is het langzaam sterven voor mij – breekt mijn hart en vult mijn hoofd met rommel.

Overvolle weekends wurgen al mijn creativiteit, eigenheid, mijzelf, …

Een marionet met handen en voeten gebonden. Bespeeld door anderen. Geleefd. Moe van geleefd te zijn. Doodmoe.

Verlangen naar rust die maar niet wil komen. Een zoektocht naar een sprankeltje mijzelf zijn. Mij nuttig voelen.

Niet meegesleept te worden in de heksenketel van rush, van vrijdagavond tot maandagochtend.

Wurgende planten, versmorende agenda, keelgrijpende weekends. Ik haat het! Ze doden mijn eigen ik.

Ik wil gelukkig zijn in het weekend. Blij zijn en voldaan zoals anderen. Ik mis mijn werk, mijn regelmaat, mijzelf.

Ik herken mij niet meer in de spiegel. Het glas is dof en mat.

Waar ben ik gebleven? Wanneer kan ik weer leven?

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.
Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Zwanger van stenen

De lucht is zwanger van zware stenen.

Die drukken zich omlaag naar Moeder Aarde.

Platte keiën als loodrechte muren.

Loopgraven waarin de mens zich kan schuilen.

Schuilen tegen de dagelijkse regen van zorgen, beslommeringen en problemen.

De lucht is zwanger van keiën zo plat.

Als licht- en donkergrijze vijgen, pladijzen.

Opeen gestapeld als de vergeten muur van Berlijn.

Hastings komt weder na 3.000 jaar afbraak.

De geschiedenis als rode draad.

Muren als verdediging, oorlogen en oproer, opstand en geweld, haat, racisme, welgesteld.

Loopgraven van oorlog, loopgraven van adel.

Kastelen en burchten zo hoog.

Krak des Chevalier, miniversie in Gravensteen.

Belforten, kerken en kathedralen.

Monsters van pracht en praal.

De vergeten rijke stinkerd in God’s portaal.

Grafstenen in de zij- en middengang.

Betonblokken en zerken duwen dieper dan ooit.

Dood is dood en blijven liggen zult gij.

Vergaan met de pieren en vergaan met de dood.

De keiën maken muren, zwakkeren moesten verduren.

Het hoofd voelt de druk.

Van opeengestapelde keiën, rotsblokken, een hand groot. Niemand die daar van genoot.

Onderdrukken, apartheid, verdelen, beheren, arm en rijk, Westen en Oosten, gelukzoeker, vluchteling, armoedezaaier, verschoppeling.

Verstotenen der aarde, vergeten door God.

Al eeuwen, al jaren bouwen we muren om ons heen. Muren van zorgen, verdelen en heersen.

Lijnen in het veld, afbakenen op het kadaster.

Stenen die drukken. Platter dan vijgen.

Van drie uur tot vijven. Geen tijd meer, beklijven.

De kameel kijkt mij aan. Blij, een hunker. Zonder zorgen, geen pijn. Zo zou het nu zijn.

Muren beklimmen, graffiti op beton. Met hamers en beitels. Muren afbreken en bouwen. De zinloosheid aanschouwen. Trabant in de mist.

Een vierkante blokkendoos. Toen Putin spion was in Berlijn. Vervlogen tijden, vervlogen zorgen.

Zoveel beter, zoveel slechter. De hunker naar gisteren, sterker dan de toekomst van morgen.

Geluk is broos. Verdriet zo groot.

De keiën… ze duwen. Dieper drukken, het hoofd zo vol. Verwachtingen en zorgen. Zo vol, zo druk, lawaai, rumoer, altijd weg, nooit thuis. Wanneer eens thuis? Thuis is zo ver weg.

Tussen Antwerpen en Brussel. Tussen Brussel en Oostende. Tussen verwegistan, tussen vandaag en morgen. Een huwelijk, een feest. Tot driemaal toe, maar nooit weg geweest.

De blijvende vluchteling. Vlucht uit vandaag, altijd op weg naar morgen. Geen thuis, de zorgen.

Koffers als mammoeten op de verzengende hitte van macadam, gesmolten asfalt, de rimpels in beton.

Kneggedeng, kneggedeng. En ik hoor het alleen.

Een beitel. Beton in brokken. Het stof. De wind. Blazen heel ver. Grijs stof, grijs beton. Bruine zandkorrels in de woestijn. Roodbruin als een vos in zijn burcht.

Rammelen, roodgroene letters van bierhandel De Man. Stapels bier en drank. Vaten heffen en kratten tillen.

Het gezoem van Utrecht tot Meppel, de auto. Een aangekondigd monster. 1.500 kilo staal. Rubber schurend over elke rimpel in het asfalt.

De vogels ze fluiten. Hoor ze zich eens uiten. De zorgen voor morgen.

Hoe kan je in de toekomst leven als vandaag mijn gisteren hier nog staat?

Als het fluiten niet wil stoppen. Groenrode pestkoppen. Wil slapen, wil rusten.

De keiën vermalen, de brokken betalen. Zand zal terug zand zijn. Stof tot stof wederkeren.

De tijd verbindt de steden. Tot stof zult gij wederkeren. De muren blijven staan langs grachten en tramsporen. Opletten en vluchten voor de aankomende tram. In een bocht. Toeterdetoet. Ik kom eraan. Maar voor de kasteelpoort blijven wij staan. Allen tezamen.

Muren zo dik. Kruisvaardersburcht in Homs. Ik mis je… die muren, duizendjarige stenen, versmolten tot pracht. Muren van rust. Stof om te bezinnen. Stof om te beminnen. Homs, Aleppo, wat doen ze je aan? In rust een duizend jaar bestaan.

Kasteelburcht van de Koerden.

Toen kwamen de kruisvaarders eraan. Ridders van Gent en ridders van Malta. La Valetta precies.

Moslims en christenen. Een zorgeloos bestaan.

Kalifaat en khalifa. Andalousië en Irak. Perzië, Iran.

Waarom die verdeeldheid, al die zorgen? Waarom altijd vechten, die strijd en die haat? Niemand die daarom vraagt.

Palestina, de joden, een eeuwig conflict. Een garen, een kleur, rode draad van bloed, de dageraad, de morgen. Duizend jarige haat.

Hoe mooi was het ooit. De graansikkel, het paradijs. Fruit in alle kleuren. De humus, de morgen.

De zeevaarders, zij varen uit. Van Beiroet, Libanon. De mare nostrum bevaren. Schepen, kajuiten. Ceder trees. Dadels, vijgen, mago’s, graan en de wijn.

De wierook uit Jemen. Met qad, de drugs, bolle wangen, de rust, de vaak, de slaap, de zorgen verdrongen. Op weg naar morgen.

Zandstorm in mijn hoofd

Schurende korrels botsen tegen metalen plaatjes en bakstenen.

Een mist, een wolk van bruin stof.

Libanon. Syrië. Woestijn.

Een bruine stofwolk.

Bruine peetjes in klei. Van stof tot mens gemaakt.

De snelheid van het stof, de zandkorrel, de mist van een bruine storm.

De kameel is stil. Met vier.

De koekoek roept als een ambetant beest dat niet kan ‘doordutten’ tot de noen, maar een ‘ratrace’ houdt elke dag met de stralen van de zon.

Gezoem van een rijdend schip.

En nog één! Zwaarder. Trillingen. Zoals de vibratie van een zandstorm.

Huizen dansen op hun palen en een water van cement.

Paalwoningen in een karkas van ijzer gevlochten in ‘concrete’.

De luie vogels zijn afwezig.

De zotte morgen is weer begonnen.

Zotte morgen van maandag tot vrijdag, maar woensdag niet.

Toekedoeng.

Ribbel na ribbel in de verzinkende eenheid van asfalt- en betonstroken.

Geluid van links naar rechts. Van rechts naar links.

Elke bult voelend in kermen van krakend ijzer en hard rubber.

Stomme koekoek! Hou je mond! Leg een ei in andermans nest.

Nieuwe dag, waarom overslaap jij je nooit eens?