Eén keer

Foto: Atlas Hammerer.

Je tatoeëerde je naam in de lippen van mij

De vogels floten en wij hoorden het niet

Jou in mij voelen maakte mij zo vrij

En wetende dat niemand ons zo ziet

Ik voelde je adem aan mijn zij

Je was zo kwetsbaar, maar toch zo sterk

Ik pakte je vast aan je stevige dij

Van liefde maakte jij stevig werk

Onze lichaamssappen borrelden tesamen

De wereld was beperkt tot ons twee

Het zweet stond binnen op de ramen

Toen ik vroeg ‘wil je meer’ zei ze ‘nee’

Het bleef bij die ene keer

Ze zei ‘gedaan, het was fijn’

Mijn hart opgewarmd, maar doet zo zeer

Begreep ze maar die pijn

Advertenties

Alleen

Foto: FaHaD op Flickr.com

Ik ben samen, maar ik wil zo verdomd alleen zijn.

Alleen met mijzelf. Alleen met de wereld.

Weg van de racebaan van drukte, verplichtingen, poeha’s.

Mijn hoofd heeft een boksmatch gehad met vragen, onzekerheden.

De routine is opgeslokt door een groot vakantiemonster.

Het moeten weg gaan, het moeten zoeken en meenemen.

En de stress dat je dan toch iets vergeet en op je donder krijgt.

Weg uit mijn vertrouwde omgeving, mijn habitat.

Het voor mij bekende plaatje, mijn huis, gewoontes, werk.

Het aftellen is begonnen naar de dagelijkse gang van zaken.

De rust van de regelmaat en de planning.

Hoe bang ben ik weer?

Voor al het nieuwe, al het anders, al het onbekende.

Een weekend weg is als een stoorzender voor een radio.

Als een klap tegen je gezicht, de onzekerheid bonkt uit je hart.

Die marathon die je hebt gelopen voor je een voetstap zeg.

Een stap in het onbekende.

Ik ben doodop en de deur moet nog achter mij dicht.

De gevangenis zit aan de buitenkant.

Foto: Camilla Nilsson.

Het gemis van de woestijn

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de woestijn.

Elkaar verstrengelende wurgende planten.

Wat moet ik ermee? Ik mag er toch niets mee doen.

Rommel en rotzooi. Grijpend naar elke vierkante centimeter lucht.

Als kolonisten de binnenkoer bezetten als een gebetonneerde settlement.

Elkaar verslindend. Groene vampieren van de dag.

Muur en schutting, ruimte, breedte en hoogte opetend. Als groene koekiemonsters.

Ik mis de woestijn. Alleen zijn en eenzaamheid.

Het gewone geluk gekleefd als een stabiele trilling in een landschap van steppe en woestijnduinen.

Naar ongezuiverde kerosine ruikende highways van Amman tot Petra.

Een landschap van verdorde twijgen, autobanden, autowrakken en verlate wegrestaurants, autowerkplaatsen en théehuizen.

Kilometers van stof en zand en rust in mijn hoofd.

Het sociale koekiemonster eet al mijn weekends op.

Ik hunker naar rust en stilte.

Geen jojo die op en neer gaat.

Geen storende mug op de slaapkamer.

Een oneindig aantal sociale verplichtingen met een bord vol koetjes en kalfjes chocolade.

Ik voel mij leeg van geest en vol van hoofd.

Een marteling van vrijdagavond tot maandagmorgend.

De uren aftellend dat het weekend eindelijk is afgelopen.

Ik voel mij opgesloten en onnuttig in het weekend. Als een aap in een kooi.

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de routine. Ik mis elk overzicht, elke controle, elke regelmaat.

Het weekend doodt elke creativiteit, elke zin van ons bestaan. Ik wordt niet gelukkig van weekends.

Het weekend duurt twee dagen te lang. Van nutteloos gekwebbel, gezucht, verplichtingen, gezeur en rommel.

Ik moet mijn hoofd leegmaken van maandag tot vrijdag om het weekend te overleven. Het bomvolle weekend voelt leger dan leeg.

Rondjes fietsen en de pedalen verliezen tot je ter plaatse blijft trappelen.

De onrust, het altijd moeten, het altijd zijn, de noodzaak te leven – of is het langzaam sterven voor mij – breekt mijn hart en vult mijn hoofd met rommel.

Overvolle weekends wurgen al mijn creativiteit, eigenheid, mijzelf, …

Een marionet met handen en voeten gebonden. Bespeeld door anderen. Geleefd. Moe van geleefd te zijn. Doodmoe.

Verlangen naar rust die maar niet wil komen. Een zoektocht naar een sprankeltje mijzelf zijn. Mij nuttig voelen.

Niet meegesleept te worden in de heksenketel van rush, van vrijdagavond tot maandagochtend.

Wurgende planten, versmorende agenda, keelgrijpende weekends. Ik haat het! Ze doden mijn eigen ik.

Ik wil gelukkig zijn in het weekend. Blij zijn en voldaan zoals anderen. Ik mis mijn werk, mijn regelmaat, mijzelf.

Ik herken mij niet meer in de spiegel. Het glas is dof en mat.

Waar ben ik gebleven? Wanneer kan ik weer leven?

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.
Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Thuis, huis en werk

De moeilijke combinatie thuis, huis, werk en bureau voor een autist die structuur, planning en zekerheid nodig heeft… om nog maar te zwijgen over tele-werken.

Die collega zeurt weer over tele-werken. En ik wil helemaal niet tele-werken. Ik werk al genoeg in Brussel en mijn hoofd zit zo al vol genoeg rond al dat werk en nog een laptop van 2,5 kilogram op en weer, op en weer… meezeulen naar huis en weer naar het kantoor. En de laptop niet vergeten keer na keer telkens weer. Gezeul en getreur. Opstarten en afsluiten.

Opstarten en afsluiten. Hulplijn niet thuis, maar ik wel thuis. Thuis werk. Thuiswerk. Werk is thuis? Nee, werken is weg. Ver weg in Brussel.

Al druk genoeg in mijn hoofd. Ik wil rust in huis. Ik wil rust in mijn hoofd. Ik wil dat thuis gewoon ‘thuis’ wordt.

Ik ben zo moe. Doodmoe. Iedereen die het altijd beter weet. Beter weet ‘voor mij’.

Zo word ik ook niet gelukkig. Ik wil terug wat regelmaat. Duidelijk afgebakende blokken van tijd en duur.

Ik voel mij zo alleen in die drukke, boze wereld om mij heen. Ik wil (terug) rust. Gewoon een hele dag kijken naar een kei, een muur. Geen 1.001 verplichtingen. Geen chaos van ‘never ending social stuff’.

Iedereen heeft het altijd moeilijker dan ik en dan schreeuwen ze. Maar met hun geschreeuw maken ze het mij moeilijk. Moe. De dag duwt de nacht op de feiten. Zijn laatste uren zijn geteld. Die nacht dacht dat er geen einde aan zou komen. Zoals die zomer die begon in mei.

Als een ring, een gouden cirkel zonder begin of einde. Eeuwigdurend spel van dag en nacht. Tevoorschijn en weer weg. Nooit dag in de nacht of nacht in de dag.

Waarom deze week in het huis en geen thuis in het huis. Begrijpen ze dat niet? Niemand die het ziet.

Een huis waar t-hee wordt gedronken wordt een t-huis. Een huis waar je werkt wordt een gevangenis. Een gemis…