Familie

Foto: Abel Streeter.

Begeerte aan het verboden

Begeerte aan het ondenkbare

Eén en één maakt opnieuw één

Verlangen naar zijn warmte

Hunkeren naar zijn adem

Die zich vermengd met de mijne

Onze lichamen gekleefd in één lijn

Een heerlijk ruikende, aangename snack

Te verorberen vanaf zijn geoliede oren

Lange nagels verkennen zijn buikweefsel

De streek waarover Adam en Eva zich schaamden

Waar geen braguette meer wordt gedragen

Waar wij elkaar vonden als broer en broer

Omdat we ook familie waren

Ondergaande zon

Foto: Abel Streeter.

Ondergaande zon

Toen het nog kon

In Vietnam op die avond half oktober

We keken dichtbij en heus niet te ver

De rode neerganggloed plonste op jou huid

We bleven staan, geen stap vooruit

Ik droeg jou schouders licht op mijn rug

Het was voorbij, we komen niet terug

Maar dat wisten we toen nog niet

Dromen passen alleen in een vergiet

Van bruingele stranden en aanbelanden

Die we beiden vederlicht zoet omarmden

We waren ver van huis

Onze toekomst zonder enig ruis

Toen het nog kon

Toen het nog mocht

Toen niemand dacht zou

Toen niemand zei how

Limburg

Foto: Victor Sassen.

Het land waar groene varens

Versmelten met groene maïs

Waar slagwiekende molens

Het verleden laten voorbij waaien

Waar wegen geen namen hebben

Maar al snel het knooppunt bereiken

Waar beelden voorbij flitsen

Zoals een muur van tv-schermen

In de elektrozaak waar je vader

Jou op zondag mee naartoe nam

Toen dit nog een wereldwonder was

En onze wereld nog ons dorp was

En onze wereld nog ons dorp was

Toen pizza’s nog uit de Macro kwamen

En we dachten dat b&b een cartoon was

Toen de freggels nog in hun grot vertoefden

En men in de mergel nog geen kaas liet rijpen

Toen Vlaanderen nog een land was

En geen schoolvoorbeeld van wanorde en chaos

Limburg, waar gesloten mijnen en stations

Meer volk lokken dan de lokale supermarkt

Waar de tijd op adem kan komen

Als je hem niet in het stopcontact stopt

Het land van onze Vaderen

Het land van duizend wonderen

Alleen

Foto: HardLuckKing op Flickr.com.

Het oude zweet kleefde aan zijn lijf

De verdorde cola maakte zijn tanden los

Een mixer klauwde door zijn ingewanden

Zijn schedel werd ingeslagen met een koevoet

De schimmel verspreidde zich van tenen tot bovenbenen

Het oorsmeer druppelde over zijn schaamharen

Zijn mannenlucht had de atmosfeer bevrucht

Zijn lichaam kraakte als een Syrisch waterrad

Zijn ogen puilden naar zijn achterhoofd

Zijn lippen ketsten als ijzersteen

Hij was alleen…

Maar voor de rest ging alles goed met hem

De rustige kant van het bed

Foto: Antonio Erre.

Ik lag aan de rustige kant van het bed

Waar het water niet doorsijpelde naar de andere kant

Omdat die andere kant er niet was

Nu niet en gisteren ook al niet

Ook al trachtte mijn kwast de bovenhand te halen

En deed hij alsmaar harder zijn best

Ook al greep ik er niet naast

Het bleef een doe-het-zelf-zaak

In de recessie van het oude doen

Een leegte in het offerblok

Dat wegdeemsterde in een verlaten kerk

Van ongelovigen en verworpenen der aarde

Die een extra toegang zochten

Aan de achterkant van de hemelpoort

Koud om mij heen

Colder Weather ♫♪
Foto: Murilo Tempest.

Koud was het om mij heen

In het schrikkeljaar dat zichzelf kopieerde

Het jaar met bosbranden op een heel continent

Toen aarde beefde en bleef beven

Puerto Rico, Turkije, Iran, Kroatië, Griekenland

Indonesië, Nieuw-Zeeland en China er ook van

Met mijn haren in de verwarring

Seksdriften haalden niet eens de behanging

Mijn adem kreeg zijn beperking

Door virologen die zich God waanden

Van het pad afdwaalden

En zich door een politiek moeras baanden

En we nauwelijks beseften wat is er gaande

Een jaar dat verloren leek

Eén van voortdurend keet

Politiek en wetenschap

Geloof en ongeloof

Verbinden en ontbinden

Haat en eigen zaad

Geblaat door de veelvraat

Stress omdat we geen stress meer kregen

Het kantoor opeens was verdwenen

En thuis een opvanghuis, crèche voor alles

Van huilende baby’s

Spelende kinderen

Toeterambulancerende vrouwen

Verdwenen dagen

Verdwenen weken

Verdwenen minnaars

Verdwenen minnaressen

Braaf thuis op kot

En lichaam op slot

In alles zat reeds de mot

En zij waanden zich God

En hij ook in dat Witte Huis

Dagelijks op onze buis

Het jaar van pijn

Het jaar dat niet hoorde te zijn

Cold
Foto: Chris P Bacon.

Dansen met de duivel

Foto: Chase Tehani.

Reddeloos voelde ik jou ijzeren klauwen

Die mij onze ontmoeting deden berouwen

Verloren was elke uitkomst zo ik wou

Jij ging mij lusten, meer dan gauw

Verorberen dit, het enige voedsel, graag

Met snelle happen en dan weer traag

Bewegingsloos was ik verloren

Hemels vlees voor jou bekoren

Je tastte toe, beet na beet

Je drang zo groot, je adem heet

De duivel zond jou naar mij toe

Ik jou ontbijt, dat deed je goed

Mijn inbreng was geen brengen meer

Jou lichaamssappen een vloeibaar teer

Ik kwijnde weg

Jij deed geen zeg

De duivel zag, je deed ’t wel, je deed ’t goed

Zijn plannen smaakten dankbaar zoet

Mijn hoofd gingen tollen als een orkaan

Vertoefde daar, een andere waan

Ooit te leven, gans opnieuw

Zonder adem, zonder kieuw

Ik werd onzichtbaar, ik werd heel flou

Ik werd heel anders, ik weet niet hoe

Ik werd weer groen, grijs en rood

Ik werd weer leven en dan weer dood

Hemel

Foto: Varosh Santanamiguel.

Waar de hemel begon

Was waar jij stond

Met een flukse flinke

Rechtsdraaiende rakker

Als noodzakelijk instrument

Van die getinte huid

Die jou witte cocoon verlichtte

En te veel verborg

Zonder enige reden

In een paradijs waar

Geen woorden nodig waren

Omdat bontgekleurde fladderaars

Er de boomtoppen veroverden

Maar als een monnik

Uit vervlogen middeleeuwen

Wachtte jij op een teken

Ter bevestiging

Dat er meer was

Dan dit aards’ bestaan

En weldra jou gebeden

Verhoord zouden worden zoals weleer

Om ons samen te leiden

Naar tuinen van Eden

Met hangende terrassen

Langs hemelsblauwe rivieren

En geelgrijze stranden

Waar ook onze ark

Weldra zou stranden

En alles zich kon herhalen