Ooit was ik de snelste

Ooit was ik de snelste en ooit zal ik opnieuw de snelste zijn.

Ooit was er een kracht groter dan dag en nacht.

Dag en nacht zouden in het niets verdwijnen door deze kracht.

Dag en nacht zijn uitvindsels van de mens.

De mens in al zijn beperkingen en zorgen.

Denkt alleen aan gisteren en morgen.

Wie de grootste kracht kan voelen.

Zal bereiken de allerhoogste doelen.

Wie zal leven in heden tracht niet naar Eden.

Ons aards’ bestaan is een doekje.

Minder dan een letter in een oneindig boekje.

Ons lichaam is een last.

Gooi het weg, onnodig ballast.

Alleen wie zijn lichaam kan verlaten.

Die zijn karma zal optimaal baten.

Sneller dan het licht en het geluid.

Komt de ziel het aardse lichaam uit.

Een kracht, geen atoombom kan dit aan.

Een snelheid, alle hindernissen uit de baan.

Een lichtflits, mooier dan de mooiste fee.

Een bereik, geen afstanden tellen nog mee.

Alles begint waar alles eindigt.

Alles geneest waar alles pijnigt.

Ziekte en pijn zijn alleen op aarde.

Elders hebben zij geen enkele waarde.

Wie de aarde kan loslaten heeft een oneindig aantal nazaten.

Sneller dan het licht zal ik straks vliegen.

Krachtiger dan een explosie mijn beperktheid verliezen.

Een korrel in de woestijn zal mijn lot weer zijn.

Kleiner dan klein en groter dan groot.

Het mooiste lichaam heeft afgedaan.

Slechts een schuilplaats van het aards’ bestaan.

Komen zal ik opnieuw, komen zal ik altijd.

Ontdekken en beleven, het lastdier en de vrijheid.

Het leven heeft geen zin, als een ring heeft een begin.

Veel zwaarder dan elk water is ons denken aan steeds later.

Later is pas hier als drie is een vier.

Waarom denken aan morgen, een stad van 1.001 zorgen?

Wie leeft zijn eigen leven, bereikt de grootste zegen.

Geniet, beleef vandaag. Morgen is te snel en gisteren was te traag.

Advertenties

De waarheid

De waarheid is als helium in een ballon.

Doorprikt door een dief in de nacht of een overvaller overdag.

Opgesloten in een kooi van gaasdraad.

Vluchtend naar de leugen van morgen.

Ze begrijpen mij niet

Ze begrijpen mij niet. Ze proberen mij te begrijpen door alles op papier te zetten hoe zij naar mij kijken en wat ik hun vertel.

De vette inkt wordt weggevaagd. Wat hen opvalt uitvergroot. Maar ik ben ‘ik’. Ik ben geen test, geen proefkonijn. Alles kan je niet weergeven op papier. Ik heb veel meer talenten en mogelijkheden dan te focussen op tekortkomingen of mijn ‘anders zijn’.

Ik ben ‘ik’ en ik weet hoe ‘ik’ eruit ziet en hoe ‘ik’ voelt, hoort en reageert. Als je niet ‘ik’ bent, kan je niet zoals mij voelen, horen en waarnemen.

Dus elk papier is waardeloos omdat het van de ‘boze buitenwereld’ vertrekt. Ze zitten in de tribune van een atletiekpiste en kijken naar de loper. Je denkt dat je alles ziet en weet, maar je blijft een toeschouwer. Zelfs met honderden camera’s en commentatoren.

Je zal nooit aanvoelen hoe de lopers voelen en waarom ze beginnen te sprinten, versnellen, vertragen. Hun hart voelen en de zweetdruppels horen tikken bij elke stap.

Je blijft een toeschouwer. Je denkt dat je het ziet, maar je ziet en voelt niets. Alleen de loper kan voelen hoe verzuurd zijn bloed is. Wanneer zijn hart uit de borstkas bonkt. Hoe de loper denkt te winnen en waarom hij opeens versnelt, vertraagd of de andere inhaalt.

Je voelt nooit zijn inspanningen, de weg die hij moet betreden naar de top en het geluk dat hij ervaart tijdens het lopen of vertragen. Alleen hij weet waarom.

Het vosje van de VRT

Borstkas vooruit en weg ermee.

Heuveltje af en heuveltje op.

Naar de voetbal kijken is de top.

Dansend als een rosse ballerina.

Huppelt zij rond om een uur of acht, ja.

Kijken naar een doelpunt of twee.

Naar een treurende of juichende mensenzee.

Een groot scherm om haar helden te zien scoren.

Dries Mertens en Lukaku kunnen haar bekoren.

Van het WK voetbal wil het vosje steeds meer.

Daarom komt het kijken keer na keer.

De doelpunten van Chadli zijn prachtig.

Met commentaar van Mulder, gewoon machtig.

Fan van de Rode Duivels sinds het begin.

Messi, Ronaldo en Neymar veel te min.

En komt een strafschop er weer aan.

Zie de oogjes van het vosje dan eens gaan.

Hun trouwe maatje, de video-analist.

Wordt door de Duiveltjes nog steeds gemist.

Zijn wijze woorden, de helpende hand.

Brachten hen naar het Russen-land.

Om 0-2 achterstand gaan zij niet malen.

Als ze nadien de kwartfinale halen.

Voor een matchke tegen Brasil moet alles wijken.

En komt het vosje met vijftien maatjes kijken.

Naast de grote VRT-pilaar.

Is het grote moment nu daar.

Tegen Neymar en Marcelo in groene velden.

Zullen de Duivels zich laten gelden.

En worden zij toch geen kampioen.

Dan is daar niks aan te doen.

Ze toonden hun moed, daad en kracht.

En blijven eeuwig onze helden, dag en nacht.

Thuis, huis en werk

De moeilijke combinatie thuis, huis, werk en bureau voor een autist die structuur, planning en zekerheid nodig heeft… om nog maar te zwijgen over tele-werken.

Die collega zeurt weer over tele-werken. En ik wil helemaal niet tele-werken. Ik werk al genoeg in Brussel en mijn hoofd zit zo al vol genoeg rond al dat werk en nog een laptop van 2,5 kilogram op en weer, op en weer… meezeulen naar huis en weer naar het kantoor. En de laptop niet vergeten keer na keer telkens weer. Gezeul en getreur. Opstarten en afsluiten.

Opstarten en afsluiten. Hulplijn niet thuis, maar ik wel thuis. Thuis werk. Thuiswerk. Werk is thuis? Nee, werken is weg. Ver weg in Brussel.

Al druk genoeg in mijn hoofd. Ik wil rust in huis. Ik wil rust in mijn hoofd. Ik wil dat thuis gewoon ‘thuis’ wordt.

Ik ben zo moe. Doodmoe. Iedereen die het altijd beter weet. Beter weet ‘voor mij’.

Zo word ik ook niet gelukkig. Ik wil terug wat regelmaat. Duidelijk afgebakende blokken van tijd en duur.

Ik voel mij zo alleen in die drukke, boze wereld om mij heen. Ik wil (terug) rust. Gewoon een hele dag kijken naar een kei, een muur. Geen 1.001 verplichtingen. Geen chaos van ‘never ending social stuff’.

Iedereen heeft het altijd moeilijker dan ik en dan schreeuwen ze. Maar met hun geschreeuw maken ze het mij moeilijk. Moe. De dag duwt de nacht op de feiten. Zijn laatste uren zijn geteld. Die nacht dacht dat er geen einde aan zou komen. Zoals die zomer die begon in mei.

Als een ring, een gouden cirkel zonder begin of einde. Eeuwigdurend spel van dag en nacht. Tevoorschijn en weer weg. Nooit dag in de nacht of nacht in de dag.

Waarom deze week in het huis en geen thuis in het huis. Begrijpen ze dat niet? Niemand die het ziet.

Een huis waar t-hee wordt gedronken wordt een t-huis. Een huis waar je werkt wordt een gevangenis. Een gemis…

Nederland bloemenland

Nederland, bloemenland, tulpenland, knollen, bollen.

Bloemen houden van mensen versus mensen houden van bloemen.

Bloem geplukt (bloem onder rok versus bloem in de tuin, veld).

Bloemenplukkers (geen aardappeleters). Bloedige bloemenplukkers (rozen, doornen).

Bloemen op het bedlinnen, kussenloop, nappe de table, behang(papier). Papier hier. Holle Bolle Gijs. Efteling. Papier hier. Hier papier.

Scheepjes zinken, bloemen vergaan, maar onze liefde blijft voor altijd bestaan. Echtscheidingen, relatiebreuken?

Titanic, visserssloep. Geen soep. Herald of Free Enterprise.

Plastieken bloemen. Indische bloemengoeroe. Ganesh. Offer van bloemen, voedsel, mensen. Bloembol, bloemknol.

Een winter van water

Een winter van water.

De lente komt later.

Het snotteren, het snuiten.

De mist. In het hoofd en daarbuiten.

Een winter als een koude herfst.

Waarin alles langzaam sterft.

Tot niets meer dood kan gaan.

Een traan van de maan en de zwaan.

Allen wachten op beter, wachten op dan.

Uitzien tot de natuur weer kan.

Ontwaken en bloeien.

Verschijnen, stoeien en groeien.

Alsof de vaak en slaap nooit ophielden.

En de dood allen verzielden.

Ze proefden de kou als metaal in de mond.

Ze aten kalkoen, zich dik en heel rond.

Ze verdreven het donker, het zwart en de nacht.

Tot de ooievaar de jonker en lente weer bracht.

De eikel

Een eikel meegedragen en geplant door de eekhoorn wordt een boom.

Verborgen als ruimteproviand onder de grond.

Ontluikt als twijgje in de lente.

Bloeiende eik. De tijden en jaren doorstaan. Jaren tot eeuwen.

Onweer, blikseminslag, ziekte, omzagen, ouderdom, elke inkeping zijn jaar, ouder en versleten, branden in het hete vuur van de open haard, een deur openen naar de keuken, een piepend scharniertje, boom van leven, oude wijze boom, paletten, meubelen en raamwerk.

Maar ooit zal je vergaan. In het vuur van de dag des oordeel.

Verslijten in het gat van de timmerman. Jozef was zijn naam. Geen echte vent. Kan alleen maar engelenkinderen; eentje: je-zus, maken.

Aangevreten door insecten en ziekten. Zwartgebladerd (schildert) door bliksem en onweer. Zoals te lang in de microgolfoven.

Als oude vrienden die verdwijnen als stof meegenomen door de wind in de woestijn. De zekerheden vallen weg, de boom is verdwenen.

Zwanger van stenen

De lucht is zwanger van zware stenen.

Die drukken zich omlaag naar Moeder Aarde.

Platte keiën als loodrechte muren.

Loopgraven waarin de mens zich kan schuilen.

Schuilen tegen de dagelijkse regen van zorgen, beslommeringen en problemen.

De lucht is zwanger van keiën zo plat.

Als licht- en donkergrijze vijgen, pladijzen.

Opeen gestapeld als de vergeten muur van Berlijn.

Hastings komt weder na 3.000 jaar afbraak.

De geschiedenis als rode draad.

Muren als verdediging, oorlogen en oproer, opstand en geweld, haat, racisme, welgesteld.

Loopgraven van oorlog, loopgraven van adel.

Kastelen en burchten zo hoog.

Krak des Chevalier, miniversie in Gravensteen.

Belforten, kerken en kathedralen.

Monsters van pracht en praal.

De vergeten rijke stinkerd in God’s portaal.

Grafstenen in de zij- en middengang.

Betonblokken en zerken duwen dieper dan ooit.

Dood is dood en blijven liggen zult gij.

Vergaan met de pieren en vergaan met de dood.

De keiën maken muren, zwakkeren moesten verduren.

Het hoofd voelt de druk.

Van opeengestapelde keiën, rotsblokken, een hand groot. Niemand die daar van genoot.

Onderdrukken, apartheid, verdelen, beheren, arm en rijk, Westen en Oosten, gelukzoeker, vluchteling, armoedezaaier, verschoppeling.

Verstotenen der aarde, vergeten door God.

Al eeuwen, al jaren bouwen we muren om ons heen. Muren van zorgen, verdelen en heersen.

Lijnen in het veld, afbakenen op het kadaster.

Stenen die drukken. Platter dan vijgen.

Van drie uur tot vijven. Geen tijd meer, beklijven.

De kameel kijkt mij aan. Blij, een hunker. Zonder zorgen, geen pijn. Zo zou het nu zijn.

Muren beklimmen, graffiti op beton. Met hamers en beitels. Muren afbreken en bouwen. De zinloosheid aanschouwen. Trabant in de mist.

Een vierkante blokkendoos. Toen Putin spion was in Berlijn. Vervlogen tijden, vervlogen zorgen.

Zoveel beter, zoveel slechter. De hunker naar gisteren, sterker dan de toekomst van morgen.

Geluk is broos. Verdriet zo groot.

De keiën… ze duwen. Dieper drukken, het hoofd zo vol. Verwachtingen en zorgen. Zo vol, zo druk, lawaai, rumoer, altijd weg, nooit thuis. Wanneer eens thuis? Thuis is zo ver weg.

Tussen Antwerpen en Brussel. Tussen Brussel en Oostende. Tussen verwegistan, tussen vandaag en morgen. Een huwelijk, een feest. Tot driemaal toe, maar nooit weg geweest.

De blijvende vluchteling. Vlucht uit vandaag, altijd op weg naar morgen. Geen thuis, de zorgen.

Koffers als mammoeten op de verzengende hitte van macadam, gesmolten asfalt, de rimpels in beton.

Kneggedeng, kneggedeng. En ik hoor het alleen.

Een beitel. Beton in brokken. Het stof. De wind. Blazen heel ver. Grijs stof, grijs beton. Bruine zandkorrels in de woestijn. Roodbruin als een vos in zijn burcht.

Rammelen, roodgroene letters van bierhandel De Man. Stapels bier en drank. Vaten heffen en kratten tillen.

Het gezoem van Utrecht tot Meppel, de auto. Een aangekondigd monster. 1.500 kilo staal. Rubber schurend over elke rimpel in het asfalt.

De vogels ze fluiten. Hoor ze zich eens uiten. De zorgen voor morgen.

Hoe kan je in de toekomst leven als vandaag mijn gisteren hier nog staat?

Als het fluiten niet wil stoppen. Groenrode pestkoppen. Wil slapen, wil rusten.

De keiën vermalen, de brokken betalen. Zand zal terug zand zijn. Stof tot stof wederkeren.

De tijd verbindt de steden. Tot stof zult gij wederkeren. De muren blijven staan langs grachten en tramsporen. Opletten en vluchten voor de aankomende tram. In een bocht. Toeterdetoet. Ik kom eraan. Maar voor de kasteelpoort blijven wij staan. Allen tezamen.

Muren zo dik. Kruisvaardersburcht in Homs. Ik mis je… die muren, duizendjarige stenen, versmolten tot pracht. Muren van rust. Stof om te bezinnen. Stof om te beminnen. Homs, Aleppo, wat doen ze je aan? In rust een duizend jaar bestaan.

Kasteelburcht van de Koerden.

Toen kwamen de kruisvaarders eraan. Ridders van Gent en ridders van Malta. La Valetta precies.

Moslims en christenen. Een zorgeloos bestaan.

Kalifaat en khalifa. Andalousië en Irak. Perzië, Iran.

Waarom die verdeeldheid, al die zorgen? Waarom altijd vechten, die strijd en die haat? Niemand die daarom vraagt.

Palestina, de joden, een eeuwig conflict. Een garen, een kleur, rode draad van bloed, de dageraad, de morgen. Duizend jarige haat.

Hoe mooi was het ooit. De graansikkel, het paradijs. Fruit in alle kleuren. De humus, de morgen.

De zeevaarders, zij varen uit. Van Beiroet, Libanon. De mare nostrum bevaren. Schepen, kajuiten. Ceder trees. Dadels, vijgen, mago’s, graan en de wijn.

De wierook uit Jemen. Met qad, de drugs, bolle wangen, de rust, de vaak, de slaap, de zorgen verdrongen. Op weg naar morgen.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol

Als je het kon horen.

De wind draait rond mijn oren.

Als je het kon voelen.

Wat ik wil bedoelen.

Als je het zou zien.

Ogen voor een man of tien.

Nummerplaten voor de vleet.

Altijd het detail dat het ‘m deed.

Kriebels in mijn buik.

Elke verandering een grote fuik.

En drukte in mijn hoofd.

Weinig goeds dat dat beloofd.

Prikkels hier, prikkels daar.

Gevoelens uiten veel te zwaar.

Als je eens wist wat ik wil bedoelen.

Als je eens wist hoe ik mij zou voelen.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol.

Alles zien, alles horen eist zijn tol.

Alles zit vanbinnen, opgesloten in een bunker.

Alles onder controle, mijn drift, mijn hunker.

Een bezoek aan het warenhuis.

Daar voel ik mij nooit thuis.

Tien geluiden, honderd kleuren.

Daar kan steeds wat onverwachts gebeuren.

Lawaai, kabaal, banaal, fataal.

Geuren, kleuren, gebeuren, treuren.

Horen, oren, storen, boren.

Voelen, bedoelen, betasten, belasten.

Gelukkig alleen. Mijn eigen planeet.

Niet boos: dat je ’t maar weet.

Een taxi naar huis.

Herkenning, mijn thuis.

Geef mij mijn ruimte, geef mij mijn tijd.

Niet jou, maar de boze wereld die ik nu vermijd.