Toen… herinneringen

Foto: Simon Sonnenblume.

Er was een tijd toen de aarde nog een ronde bol was

En niemand sprak over een piek of iets afvlakken

En je creativiteit niet werd gefnuikt

Door Corona doden en statistieken

Je nog vrij en zorgeloos kon rondlopen

Zonder afstanden of meters te tellen

Te wachten op mondkapjes uit China

En toestellen om weer op adem te komen

Toen mensen nog gewoon stierven in rusthuizen

Omdat ze gewoon oud werden

Toen we nog niet terecht kwamen in Whatsapp groepjes

En overstelpt werden met onzedelijke filmpjes

En met dwaze informatie onze handen wasten

Van mensen die ons eigenlijk geen knijt interesseren

En het geklaag van onderwijspersoneel die voor het eerst werken

Want dat waren ze nooit gewoon

Met als enige voordeel dat we dit jaar

Niet naar dat bekakte Songfestival moeten kijken

En eindelijk ademruimte vinden in onze agenda

Eindelijk de vakantiefoto’s van de voorbije zes reizen bekijken

Waarvan we al lang niet meer weten welke foto waarbij hoort

De enige open parken zijn autostrades geworden

Van ontregelde mensen en psychopaten

Die zich verbazen over hun eigen spiegel

Van agenten die niet langer op boeven jagen

Maar op alles wat sociaal in de omgang is

Van regels die vloeien uit een gewond dier

En schreeuwen in een donkere nacht

En stiltes die liggen te wachten op een begrafenis

Waarbij zelfs vier kaartspelers te veel zijn

Omdat we leven in andere tijden

Met zekerheden die pootje gelapt zijn

Met conflicten die verengen in tijd en ruimte

Exploderen in de woonkamer

Ontgroenen in de supermarkt

Tot niemand nog de moed kan vinden

Om de dag van gisteren toe te dekken

En het bed vandaag weer op te maken

Toen alles nog gewoon was

Foto: Ben Heine.

Hamsterend met de klauwen graaiend

Naar de laatste ontsmette winkelkar

Het made in China toiletpapier

Naar de dagen dat we nog samenkwamen

En Corona ons alleen aan ijsjes deed denken

Met een Italiaanse venter in een crèmekleurige bagnole

Toen thuiswerk nog een recht en geen plicht was

De weken nog dagen telden

En de dagen nog uren

Toen we blij waren dat in verwegistan

Een aardbeving gebeurde daar heel verloren

En wij ons nog geen regering hadden

Mondkapjes één of andere apensoort waren

En we geen beademingsapparaat kenden

En zeurden over weer een bezoek aan het rusthuis

Terwijl we het al zo druk hadden met ontmoeten

We dagen op voorhand moesten reserveren in restaurants

En het jaar een onafgebroken festijn was

Van druk en sociaal doen en agenda’s tasken

Toen we nog in ons eentje mochten gaan hengelen

En de kat van de buren onze grootste vijand was

En niet één of ander virus van een Chinese markt

Waar de vleermuizensoep niet te versmaden was

Die tijden lijken mijlenver van deze wereld

Waar we onszelf niet meer terugvinden

In de nieuwe wereldreis die we maken

De slaapkamer ons Italië is

De keuken Frankrijk

En de leefkamer Spanje

Witte woede

Foto: Witte Woede Witte Woede op Flickr.com

Een witte woede van groene sjaals en groene vlaggen

Van gesmoorde emoties en vermoorde idealen

Ontvlammen als vuurpijlen en bommetjes in het rond

Het ontspoorde falen van besparingen en werkdruk

Tot de druk op de ketel te veel wordt

En er in de keuken geen ketel meer overblijft

De verzorgenden onze zorg nodig hebben

En verpleegkundigen hun wonden likken

In een ongelijke strijd voor alsmaar meer

Met alsmaar minder om dat meer te maken

Afgeschoten als de favoriete roos op de kermis

Uitgeblust zoals zelfs pompiers dat niet kunnen

Omdat ze denken dat ze het wel aankunnen

Dat alles wel vlotjes zal varen

Dat het een beetje aanpassen is

De dodentocht met een rollator

Verspringen zonder benen

Olympisch zwemmen voor eendagsvliegen

Mogelijkheden onmogelijk en onbeperkt

Iemand wordt er gelukkiger van

Investeerders in immobiliën en pillen

Poenscheppers aan de bron

Tot de bron geen leven meer geeft

En het paradijs een oase blijkt

Ik ben niet te doen sinds zaterdagnoen

Foto: Paul Smeets.

Liedtekst :

Ik ben een ajuin… van ons stad

Ik ben heel vies… ik ga nooit in bad

Ben op weer de dool… eindig in een riool

Mijn vrouw heeft ’t gehad… ik ben weeral zat

Zit mijn hoofd weer vol… ga ik uit de bol

Draag al haar kleren… het kan verkeren

Heb ik weer leut… drink mij een teut

Een hete stoot… dan ga ik in ’t rood

Elk jaar weer prijs… met Jan Theys

Ik zal er zijn… voor het groot festijn

Ik drink dan gin, bier… en veel wijn

Heb dan leut… tot de laatste sleut

Ben ik nog wakker… dan voel ik mij dapper

Jajaja…

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad

Dan is de muis weer eens niet thuis

Dan ben ik de kat in een diepe zak

Dan nog liever bier en weer in de bak

Neeneenee…

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad

Dan is de muis weer eens niet thuis

Dan ben ik de kat in een diepe zak

Dan nog liever bier en weer in de bak

Héhéhé…

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad

Dan is de muis weer eens niet thuis

Dan ben ik de kat in een diepe zak

Dan nog liever bier en weer in de bak

Je zag mij niet

Foto: Fred Othero.

Ik keek naar omhoog

Maar je zag mij niet

Het was tegen mijzelf dat ik loog

Maar ik hield het kurkdroog

Je stond daar maar te staren

Negeerde mij totaal

Ik kan het niet verklaren

Ik was toch niet banaal

Dacht met jou bootje varen

Je was rechts liberaal

Misschien toch niet de ware

Toen hield het sprookje op

En ging het hart op slot

Ik waande mij een God

Maar werd weer eens bedot

Donkere dagen

Foto: Andis Svare.

Wanneer de donkere dagen komen toegekropen

En de zomer lang geleden al is gaan lopen

Zoeken wij naar het verdwenen licht

Naar een nuttige taak, een plicht

Maar vrijheid, simpel dom heeft de klauwen klaar

Het gaat weer slecht, ik voorspel het maar

Achtervolgt door donkere dagen

Hoor de massa zagen en klagen

Alsof het altijd winter wezen zal

Trappen wij telkens in die val

Ons humeur is slecht en vals

Maar het gaat beteren als…

Maar als dat duurt zo ontzettend lang

Zo opgesloten in een donkerkille hall

Kon ik maar lachen, kon ik maar zien

Kon ik maar leven bovendien

Maar geduld heb ik niet

Mijn hoofd een zwart vergiet

Straks red iemand mij uit dit tranendal

Als eindelijk die lente komen zal

Vol hoofd

Foto: Kyle Ruth.

De drukte om mij heen

Waar moet ik heen

Ik voel mij hier niet thuis

Ik voel mij een pels in de luis

Straaljagers vliegen in mijn hoofd

Van alle rust opeens beroofd

Voller dan volle melk

Laat gaan die kelk

Een racebaan, een rat race

Laat mij adem en space

Geef mij tijd

Zodat ik niet langer lijd

Laat mij gaan

Ik ga eraan

Ik wil rusten

Ik leef te bewust

Vol prikkels en vol hoofd

Ik wou dat je mij gelooft

Pamban beach

Foto: Dietmar Temps.

Verborgen tevoorschijn in het blauw

Van zee, hemel en visnet

Op het strand van Pamban

Waar ze nog vissen als ze leven

En leven als ze vissen

De Indira Gandhi brug toeristen verwelkomt voor een plaatje

Betonnen en ijzeren wegen samensmelten tot hun maatje

De gladde huiden de ruwe rotsen verbergen

Onder hun getaandheid en onder de blauwe zee

Verborgen het lijden van toen

De Shiva goden van Ramanathaswamy waren ingeslapen

En de Rameswaram cycloon langskwam om de trein te zoenen

Twee dagen voor Kerstmis om middernacht

Werd Dhanushkodi een spookstad in India

Waar mensen en treinen vergingen

Toen de staart van 1964 een slachtpartij beging

Amantes Amentes

Foto: https://www.flickr.com/photos/internetarchivebookimages/

Mysterieuze koningin van de nacht

Die nooit weent, die nooit lacht

Die Valentijn kreeg je mij in jou macht

Ik zocht wat onbereikbaar was

Onder herfstbladeren verborgen jou moeras

Dacht nog dat ik de toekomst zag

En wou je verheffen en aanbidden

Maar mijn kathedraal werd een inferno

Ik werd een vreemde voor mijzelf

Mijn huid barstte van de hitte

Je gooide mijn as voor de vissen

Je verslond mijn naïeve ziel

En zei dat het was omdat je van me hield

Maar jou liefdeshonger werd mijn dood

Met Valentijn ging jij door het rood

Je nam mij mee naar de plaats nooit

Je brandende ogen verslonden mij

Van vuur naar as naar klei

Het werd zij en niet langer hij

Valentijn maakte mij vrij

Van die aardkloot daar rondom mij

Waar ik nu altijd en eeuwig gedij