
In die serviceflat
Daar had jij ’t gehad
Zat je zo in bad
Zag je een dikke rat
En was je ’t spuugzat
Dronk je zat
En vergat
Dat je geen rat
Meer zag
In bad
Toen hij in je dikke tenen beet
Autisme Storm.

In die serviceflat
Daar had jij ’t gehad
Zat je zo in bad
Zag je een dikke rat
En was je ’t spuugzat
Dronk je zat
En vergat
Dat je geen rat
Meer zag
In bad
Toen hij in je dikke tenen beet
Autisme Storm.

(Liedtekst:)
Waar ben ik toch beland?
Een strand zonder zand
Ik gaf mijn hart in jou hand
Door zotte liefde overmand
Mijn jeans die nu al spant
In Liedekerke strand
We sprokkelden geluk bij elkaar
Van concurrenten geen gevaar
Onszelf zijn kan zowaar
Met jou wordt ik 80 jaar
Onze schuitje ligt al klaar
In Liedekerke strand
Om vijf uur slopen wij
Onze lijven van zweet en klei
Naar land van geluk en vrij
Onder lakens ons stormgetij
Vip plaatsen voor jou en mij
In Liedekerke strand
Daar waar alles kan
En dromen nooit stoppen zal
Schrijven we onze liefdesroman
Onze harten, één bouwplan
Voor afgunst en niemand bang
In Liedekerke strand
Leek de toekomst zo mooi
We speelden in het zomerhooi
Beminden in elke huidplooi
Onze zielen aan elkaar ten prooi
Vluchtelingen uit een gouden kooi
Daar was het strand dat alleen wij konden vinden
Daar was het land dat alleen wij beminden
In Liedekerke strand
In Liedekerke strand
In Liedekerke strand
Autisme Storm.

Een niezende nietsnut zit te niezen alsof zijn leven aan snottebellen vasthangt
Een door het leven doorweekte man
Met een falus en een status
Omdat ze zeggen dat het moet
De complimentjes smaken zoet
Zoals suikerbrood met bruine suiker en speculoospasta
Zijn falus en status gaan nog meer stijgen
Snottebellen van zijde die een oude geliefde opvrijen
Omdat de waarheid een leugen is
Die ’s morgens komt gluren en ’s avonds het licht uit doet
Zijn zoute lichaam hijst zich omhoog naar de bovenstad van de binnenstad
Om te perkamenten tussen vergeelde exploten uit vervlogen dagen
Om nietsnutten te verkopen twee voor de prijs van één
Toen dat nog kon en mocht
Maar de tijden veranderen
En alleen thuis speelt een andere ruis
Van snottebellen tussen de lenden
En het onnuttig noodzakelijke aan het aangename te combineren
In een wereld die alleen hij kent
En voor geen andere ogen bestemd
Waar de waarheid het haalt boven de alledaagse leugen
En hij het hef in eigen handen kan nemen
Autisme Storm.

De vermoeidheid van het zinloos zoeken
Naar een betere wereld die niet van deze wereld is
Het najagen van dromen die jou achtervolgen
Naar een aards paradijs dat niet aards en paradijselijk blijkt
Maar een last op verdwenen schouders
Afgesleten en afgehuild door door de jaren
Het besef dat elke uitspatting jou lichaam versplinterd
Als een wrak dat wraak neemt op de vrede
Een zoektocht als een Dodentocht met kruisen
Doorkruisen wij elke redelijkheid en zeden
Om te verdwalen in een verdwaald bos
Dat jou de weg komt vragen
Om te horen zeggen:
Ik keer om naar waar het begon
De toekomst ligt in het verleden
Toen de toekomst nog simpel was
En het verleden de inspiratiebron van heden
Autisme Storm.

(Liedtekst:)
Ik had mijn eigen gril
En niemand die dat wil
Het was stil, het was stil, het was stil
Geen toekomst, honderd gaten
Dus vroeg ik aan mijn maten
Waar ze zaten, waar ze zaten, waar ze zaten
Toen opende het doek
Er ontstond zowaar een vloek
Ik kreeg bezoek, ik kreeg bezoek, ik kreeg bezoek
Wat lekkers klaar gezet
Zo even weer aan zet
Wat een pret, wat een pret, wat een pret!
Toch bleef ik zo alleen
Met jeuksel daar be’neen
Aan mijn teen, aan mijn teen, aan mijn teen
Dus ‘k vroeg God ’n keer
Mijn hart doet zo zeer
Geef mij meer, geef mij meer, geef mij meer
En die ochtend diep in mei
Een vrouwtje kwam erbij
Aan mijn zij, aan mijn zij, aan mijn zij
Wij werden zo een paar
’t Leven begon toen aldaar
Het was waar, het was waar, het was waar
Ik zag Madame Zaza
En deed de mensen na
Blablabla, blablabla, blablabla
Zo zitten op één lijn
Zou dit het leven zijn?
Het leek fijn, het leek fijn, het leek fijn
Te vroeg ging ik zweven
Straks oud en spontaan beven
Ik wil leven, ik wil leven, ik wil leven
Wat werd mijn leven zwaar
‘k Verloor toen al mijn haar
Ik was klaar, ik was klaar, ik was klaar
Al die herrie thuis erbij
Dat maakte mij niet blij
Ik wil vrij, ik wil vrij, ik wil vrij
Toen kwam zij dichterbij
En zei toen tegen mij:
Papegaai, papegaai, papegaai
Autisme Storm.

We gingen op weg zoals elke ochtend
We gingen op weg zoals telkens weer
Toen daalde de zwarte regen neer
Voor jou geen dinsdag meer
Drukke metro een laatste zoen
Vertrouwde stop waarom anders doen
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Bedolven in stof van haat en woede
Bedolven in schoonheid zoet
Zo dichtbij de hel onder de grond
Waar onze liefde vond
Ontspoorde gekken gemene gril
Toen stierf de tijd en het werd stil
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Europa schrok en keek naar jou
Europa huilde om man en vrouw
Kon ik je maar een knuffel geven
Was jij maar bij mij gebleven
Verdronken rivier huilende dagen
Na woede nog zovele vragen
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Onze ontmoeting daar plots gedaan
Onheil en een donkere traan
We omarmden elkaar daar zonder zorgen
Maar waar is nu de weg naar morgen
Je bleef daar achter op jankende treden
Heden werd toen het verleden
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Hun dromen maken wij vandaag
Hun namen als een tweede laag
De stad verbonden in elke hoek
Laat haat voor eeuwig zoek
De stad verbonden in elke hoek
Laat haat voor eeuwig zoek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
De weken tellen geen dinsdagen meer
De uren zoeken minuten weer
Ach irissen zullen er altijd bloeien
Uit donker het licht blijven stoeien
De stad verbonden in elke hoek
Laat haat voor eeuwig zoek
De stad verbonden in elke hoek
Laat haat voor eeuwig zoek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
—
Tweede laureaat Nekka Liefde voor Lyriek wedstrijd 2019.

Twee zwanen op het meer
Die dobberden heen en weer
Toen kwam de trein voorbij
Met mensen nimmer blij
Autisme Storm.

Waarop heb ik zolang gewacht?
Ik zou het moeten weten, mijn gedacht
Was het in de nacht of overdag?
Wie die mij dat zeggen kan?
Ik herinner mij iets, maar meestal niets
Het was op een woensdag of vrijdag misschien
Het wachten bleef duren
Het leken wel uren
En niets bewoog en niemand kwam
Tot men mij vond
Alleen en verward
Op het koertje voor het ouderenhuis
Autisme Storm.

De bloemen huilen om meer regen
Hun kelen versmoord door de ochtendmens
Hun spieren vergroenen
Hun adem blijft achter
Het dressoir van palliatieve zorgen
Laatste groet vandaag en morgen
Autisme Storm.

Soms heb ik het gevoel dat het leven te snel gaat
Als een zeis om zich heen slaat
Het verleden versplinterd
De toekomst vermindert
Autisme Storm.