Serviceflat

205930505_0dfb0eec9d_m

In die serviceflat
Daar had jij ’t gehad
Zat je zo in bad
Zag je een dikke rat
En was je ’t spuugzat
Dronk je zat
En vergat
Dat je geen rat
Meer zag
In bad
Toen hij in je dikke tenen beet

Autisme Storm.

Liedekerke strand

(Liedtekst:)

Waar ben ik toch beland?

Een strand zonder zand

Ik gaf mijn hart in jou hand

Door zotte liefde overmand

Mijn jeans die nu al spant

In Liedekerke strand

We sprokkelden geluk bij elkaar

Van concurrenten geen gevaar

Onszelf zijn kan zowaar

Met jou wordt ik 80 jaar

Onze schuitje ligt al klaar

In Liedekerke strand

Om vijf uur slopen wij

Onze lijven van zweet en klei

Naar land van geluk en vrij

Onder lakens ons stormgetij

Vip plaatsen voor jou en mij

In Liedekerke strand

Daar waar alles kan

En dromen nooit stoppen zal

Schrijven we onze liefdesroman

Onze harten, één bouwplan

Voor afgunst en niemand bang

In Liedekerke strand

Leek de toekomst zo mooi

We speelden in het zomerhooi

Beminden in elke huidplooi

Onze zielen aan elkaar ten prooi

Vluchtelingen uit een gouden kooi

Daar was het strand dat alleen wij konden vinden

Daar was het land dat alleen wij beminden

In Liedekerke strand

In Liedekerke strand

In Liedekerke strand

Autisme Storm.

De niezende nietsnut

Een niezende nietsnut zit te niezen alsof zijn leven aan snottebellen vasthangt

Een door het leven doorweekte man

Met een falus en een status

Omdat ze zeggen dat het moet

De complimentjes smaken zoet

Zoals suikerbrood met bruine suiker en speculoospasta

Zijn falus en status gaan nog meer stijgen

Snottebellen van zijde die een oude geliefde opvrijen

Omdat de waarheid een leugen is

Die ’s morgens komt gluren en ’s avonds het licht uit doet

Zijn zoute lichaam hijst zich omhoog naar de bovenstad van de binnenstad

Om te perkamenten tussen vergeelde exploten uit vervlogen dagen

Om nietsnutten te verkopen twee voor de prijs van één

Toen dat nog kon en mocht

Maar de tijden veranderen

En alleen thuis speelt een andere ruis

Van snottebellen tussen de lenden

En het onnuttig noodzakelijke aan het aangename te combineren

In een wereld die alleen hij kent

En voor geen andere ogen bestemd

Waar de waarheid het haalt boven de alledaagse leugen

En hij het hef in eigen handen kan nemen

Autisme Storm.

Zinloos zoeken

De vermoeidheid van het zinloos zoeken

Naar een betere wereld die niet van deze wereld is

Het najagen van dromen die jou achtervolgen

Naar een aards paradijs dat niet aards en paradijselijk blijkt

Maar een last op verdwenen schouders

Afgesleten en afgehuild door door de jaren

Het besef dat elke uitspatting jou lichaam versplinterd

Als een wrak dat wraak neemt op de vrede

Een zoektocht als een Dodentocht met kruisen

Doorkruisen wij elke redelijkheid en zeden

Om te verdwalen in een verdwaald bos

Dat jou de weg komt vragen

Om te horen zeggen:

Ik keer om naar waar het begon

De toekomst ligt in het verleden

Toen de toekomst nog simpel was

En het verleden de inspiratiebron van heden

Autisme Storm.

Het leven: mijn eigen gril

Beeldig Lommel 2018

Foto: Sonja Hoeykens.

(Liedtekst:)

Ik had mijn eigen gril

En niemand die dat wil

Het was stil, het was stil, het was stil

Geen toekomst, honderd gaten

Dus vroeg ik aan mijn maten

Waar ze zaten, waar ze zaten, waar ze zaten

Toen opende het doek

Er ontstond zowaar een vloek

Ik kreeg bezoek, ik kreeg bezoek, ik kreeg bezoek

Wat lekkers klaar gezet

Zo even weer aan zet

Wat een pret, wat een pret, wat een pret!

Toch bleef ik zo alleen

Met jeuksel daar be’neen

Aan mijn teen, aan mijn teen, aan mijn teen

Dus ‘k vroeg God ’n keer

Mijn hart doet zo zeer

Geef mij meer, geef mij meer, geef mij meer

En die ochtend diep in mei

Een vrouwtje kwam erbij

Aan mijn zij, aan mijn zij, aan mijn zij

Wij werden zo een paar

’t Leven begon toen aldaar

Het was waar, het was waar, het was waar

Ik zag Madame Zaza

En deed de mensen na

Blablabla, blablabla, blablabla

Zo zitten op één lijn

Zou dit het leven zijn?

Het leek fijn, het leek fijn, het leek fijn

Te vroeg ging ik zweven

Straks oud en spontaan beven

Ik wil leven, ik wil leven, ik wil leven

Wat werd mijn leven zwaar

‘k Verloor toen al mijn haar

Ik was klaar, ik was klaar, ik was klaar

Al die herrie thuis erbij

Dat maakte mij niet blij

Ik wil vrij, ik wil vrij, ik wil vrij

Toen kwam zij dichterbij

En zei toen tegen mij:

Papegaai, papegaai, papegaai

Autisme Storm.

Maalbeek

Foto: Jelle Vanthuyne.

We gingen op weg zoals elke ochtend

We gingen op weg zoals telkens weer

Toen daalde de zwarte regen neer

Voor jou geen dinsdag meer

Drukke metro een laatste zoen

Vertrouwde stop waarom anders doen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Bedolven in stof van haat en woede

Bedolven in schoonheid zoet

Zo dichtbij de hel onder de grond

Waar onze liefde vond

Ontspoorde gekken gemene gril

Toen stierf de tijd en het werd stil

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Europa schrok en keek naar jou

Europa huilde om man en vrouw

Kon ik je maar een knuffel geven

Was jij maar bij mij gebleven

Verdronken rivier huilende dagen

Na woede nog zovele vragen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Onze ontmoeting daar plots gedaan

Onheil en een donkere traan

We omarmden elkaar daar zonder zorgen

Maar waar is nu de weg naar morgen

Je bleef daar achter op jankende treden

Heden werd toen het verleden

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Hun dromen maken wij vandaag

Hun namen als een tweede laag

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

De weken tellen geen dinsdagen meer

De uren zoeken minuten weer

Ach irissen zullen er altijd bloeien

Uit donker het licht blijven stoeien

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Tweede laureaat Nekka Liefde voor Lyriek wedstrijd 2019.

Twee zwanen

Twee zwanen op het meer

Die dobberden heen en weer

Toen kwam de trein voorbij

Met mensen nimmer blij

Autisme Storm.

Waarop heb ik zolang gewacht?

Foto: Jan Smets.

Waarop heb ik zolang gewacht?

Ik zou het moeten weten, mijn gedacht

Was het in de nacht of overdag?

Wie die mij dat zeggen kan?

Ik herinner mij iets, maar meestal niets

Het was op een woensdag of vrijdag misschien

Het wachten bleef duren

Het leken wel uren

En niets bewoog en niemand kwam

Tot men mij vond

Alleen en verward

Op het koertje voor het ouderenhuis

Autisme Storm.

Bloemen die ochtend

De bloemen huilen om meer regen

Hun kelen versmoord door de ochtendmens

Hun spieren vergroenen

Hun adem blijft achter

Het dressoir van palliatieve zorgen

Laatste groet vandaag en morgen

Autisme Storm.

Het leven: te snel

Soms heb ik het gevoel dat het leven te snel gaat

Als een zeis om zich heen slaat

Het verleden versplinterd

De toekomst vermindert

Autisme Storm.