
Elk touw heeft een eind.
Je moet er geen eind aan maken.
Autisme Storm.

Elk touw heeft een eind.
Je moet er geen eind aan maken.
Autisme Storm.

Bedankt voor al die keren toen
je er was, toen ik er niet was.
Autisme Storm.

Nieuwe dag, als je je ook eens zou verslapen
Dan was de zotte morgen voor morgen
Dan zou vandaag de dag zijn die ik gisteren beleven mocht
Autisme Storm.

Smurfentaart
Brilsmurf baard
In oven gegaard
Het was toch pruimentaart
Autisme Storm.

Zeeën van spijt
Zeeën van nijd
Het sprookje vergaan
Toen jij weg bent gegaan
Autisme Storm.

Op een onbewoond eiland
Wonen jij en ik niet tesaam
Want dan is het onbewoond
Weldra meteen gedaan
Autisme Storm.

Verwondering, bewondering
Dromen om wat gaat komen
Omdat het moet met spoed
Omdat het kan dan
Omdat ik het wil heel stil
Gewoon doen, doen dus
Omdat ik er niet over moet nadenken
Autisme Storm.

Ik zag je komen, de nieuwe ware uit Rome
Jij bracht de lente in mijn hart vannacht
De voorjaarsbloeiers vond ik tussen je puistengroeiers
De ontdekking van een pasgeboren april zonder doorn
Jij gaf me de kracht, de harde winter werd weer zacht
Ik rook de ware vandaag, als Cubaanse sigaren na een regenvlaag
De winter was gedaan, slechts voor jou leefde ik voortaan
Jij was de Griekse God, een held, een Italiaanse zot
Samen zoekend naar wintervoorraad werd je mijn maat
Toen wist ik meer, en droomde keer na keer
De liefde is moeilijk, maar met jou werd het makkelijk
De winter was hard, maar de lente gleed in mijn hart
Van onderaan die tinteling die ik opving
Het gure jaargetijde van twee maten en soorten
Werd een zilveren streling van daden en akkoorden
Met jou vond ik mijzelf als een kopje troost op de schouw
Met jou stond ik uren in de hitte en de ochtenddauw
De lente in mijn hart mag verder duren
Kanonschoten van liefde afvuren
Tot we geesten worden op de maan
Onze lichamen loslaten en verdampen tot liefdesvuren
Eén hart en karma zullen dan volstaan
Ons nieuw paradijs zal eeuwig en één lente duren
Autisme Storm.

In de kuil van het vasteland tussen hier en ginder.
Sliepen twintig tinten blauw.
Uitgelachen door een zeevogel en vlinder.
Ze noemden het de zee en iedereen was mee.
Het laatste Griekse eiland omarmde Kos.
De greep verzwakte en het Turkse Rijk was om de hoek.
De zee zweeg en pijnigde blauwe fronsen.
Een schreeuw van een eenzame vogel.
Melkwitte boten vergaten verder te varen.
De wind genoot van de Griekse siësta.
Streelde de groene punkharen van de palmen.
Een snelwandelende vogel schelde een kreet.
De take-off was sneller dan het verstommen van elke schreeuw.
Een groene tarmac van het hoteldak.
Een vluchtig onthaal voor raaf en nachtegaal.
Het andere vasteland lag verloren in een zee van mist zoals reeds tevoren.
De namiddagzee stapte voetje voor voetje.
Bedeesd en bevreesd.
Bang de sultan en de Griekse goden wakker te maken.
Alleen door het blauwe laken
Konden zeilboten verder geraken.
Verder van huis of dichter bij thuis.
De kapitein nog in vertwijfeling.
De golven in hun laatste swing.
De siësta die zijn zwanenzang aanving.
Autisme Storm.

Verder gaan dan het aardse bestaan.
Is verder gaan dan de mens.
Is verder dan einde en gedaan.
Is de kern van laten gaan.
De essentie van ons bestaan.
Autisme Storm.