
Als ik je lief heb, ben ik leeg.
Van boven zo leeg, van midden zo vol, van onder ik zweef.
Liefde is raar, liefde is gek.
Ik denk dat ik nu ben besmet.
Autisme Storm.

Als ik je lief heb, ben ik leeg.
Van boven zo leeg, van midden zo vol, van onder ik zweef.
Liefde is raar, liefde is gek.
Ik denk dat ik nu ben besmet.
Autisme Storm.

De overspelige spoeling van het lot.
Je kwam aan land en vaagde alle zekerheid weg.
Het zout in de lucht en de zoete vis verloren.
De palmen die zich omdraaien tot de olie bezwijkt.
Het rendier verloren in een toendra van oerwoud.
De zon die uitdooft en de wolken die licht geven.
De mensen die braaf en goed waren en de dieven echt stout.
De zee weer blauw en de zondag weer rust.
Het lot was evenwel verloren.
Al duizenden jaren een zoutpilaar van ons bestaan.
Autisme Storm.

Het trachten, het zoeken, het verlangen. Het hopen te vinden van de rust, de stilstaande fase in een dagelijkse wedstrijd, een ratrace, een race tegen de tijd.
Het verlangen en het zoeken naar een quasi onbestaande tijdelijke toestand om deze eeuwig te laten duren. De rust zo ver weg, zo ver van hier en zo schraal en bitter weinig aanwezig.
Gestoord, verstoord worden door de verstoorders, hen die drukte, lawaai en onrust kwistig uitdelen als hing hun leven ervan af.
De druk van de dagen, weken en maanden vooruit vol plannen, volle agenda’s, sociale verplichtingen, ontmoetingen, afspraken, noodzakelijkheden, drukten in ons bestaan.
Cijfers van uren, cijfers van minuten, cijfers van dagen, weken, maanden.
Een rat race met mensen, bezige bijen omdat het moet, omdat we er onszelf toe verplichten.
De wanhopige zoektocht naar stilte, rust, bezinning, verandering, stabiliteit. Rust.
Het gezoem van bezige bijen, van slierten auto’s, tractoren, vrachtwagens, die alsmaar diepere putten maken in de wegen en het landschap. De rubberen banden die zich kapot verslijten aan het asfalt, betonnen straten en kiezelwegen. Het schuren tot het bot. Het gekreun en gezoem tot kilometers ver.
Autoloze, autoluwe dagen. Een zegen voor mens en machine. De zondagse rustdag. De zondag wordt uitgesteld tot de volgende vakantie. De volgende vakantie verbleekt voor een nieuwe vlucht uit de dagelijkse beslommeringen.
Het uitkijken naar verlof, pensioen en rust om als het zover is opnieuw deze momenten weer bomvol te boeken met taken, opdrachten, uitstappen, verkenningen, studies, verplichtingen, …
De hunker naar rust, de hunker naar actief bezig zijn, nuttig zijn voor onszelf en anderen, de maatschappij. Bezig zijn, druk zijn.
Wanneer mag Doornroosje weer gaan slapen? De boze wolf weer boos zijn? Roodkapje weer gewoon door het (Haller)bos wandelen? Zonder dit op Twitter of Facebook te moeten posten? Omdat iedereen het doet en we er ons toe verplicht voelen.
De asociale maatschappij die gemaakt sociaal wil doen. Alleen als iedereen het kan zien. Alleen dan.
Ik leef als ik twitter. Ik leef als ik facebook. Maar ik heb geen flauw idee wie de buurman is, de man of vrouw in de trein, in de winkel, naast ons. We zijn doof (dood?) als het geen likes oplevert. We weten niet meer wat we posten.
Facebook vertelt het ons wel een jaar later. Druk doen, druk bezig zijn, de tijd, ons leven verder doen of verdoen, nuttig of nutteloos bezig zijn omdat het moet. Omdat ze willen dat we het allen zo doen?
Autisme Storm.

Geel is het licht. Geel is de dag. Geel is de zon en de kracht.
Ook groen. De natuur en het leven.
Maar als alle kleuren samen komen is er enkel zwart. En dan licht. Sterker dan wij kunnen zien met onze ogen.
Geel is niet geel. Groen is niet groen. Zwart is niet donker.
Het zijn duizenden kleuren alle-tezamen. Wij simpele onnozele mensen zien geen kleuren. Wij denken alleen dat we kleuren kunnen zien.
Water is wit of is het blauw? De zee is groen, grijs of is het appelzeeblauw?
Wij zien geen kleuren. Omdat ons mens-zijn zijn beperkingen heeft (zoals een autist).
De kleur van elk karma omvat de ziel. Als de ziel gaat leven na een korte winterslaap, krijgt het karma zijn kleur.
Autisme Storm.

Ik ben samen, maar ik wil zo verdomd alleen zijn.
Alleen met mijzelf. Alleen met de wereld.
Weg van de racebaan van drukte, verplichtingen, poeha’s.
Mijn hoofd heeft een boksmatch gehad met vragen, onzekerheden.
De routine is opgeslokt door een groot vakantiemonster.
Het moeten weg gaan, het moeten zoeken en meenemen.
En de stress dat je dan toch iets vergeet en op je donder krijgt.
Weg uit mijn vertrouwde omgeving, mijn habitat.
Het voor mij bekende plaatje, mijn huis, gewoontes, werk.
Het aftellen is begonnen naar de dagelijkse gang van zaken.
De rust van de regelmaat en de planning.
Hoe bang ben ik weer?
Voor al het nieuwe, al het anders, al het onbekende.
Een weekend weg is als een stoorzender voor een radio.
Als een klap tegen je gezicht, de onzekerheid bonkt uit je hart.
Die marathon die je hebt gelopen voor je een voetstap zeg.
Een stap in het onbekende.
Ik ben doodop en de deur moet nog achter mij dicht.
De gevangenis zit aan de buitenkant.
Autisme Storm.


De schildpad zijn huis, de mensen hun schild.
Hoe traag de viervoeter, hoe snel de tweepoter.
Honderd jaar te gaan. Ons bestaan.
De winter laten om te slapen. De slaap laten om te winteren.
Rust, rust tot de pad kan ontwaken. Druk, druk tot de mens kan gaan slapen.
Geen pantser is bestand tegen zulk leven, want groene blaadjes moet men goed kauwen en tomaatjes niet te rouwe.
Eet een schildpad echt vlees, wordt ze plots weer mens: een beet, een snauw en steeds weer rennen. Gauw, gauw, nu gauw.
Autisme Storm.

De oude ziel zweeft hier nu rond. In de nacht komt hij tot leven en weer tot rust. Donker is licht en licht is donker. De beide voeten van de grond tot er geen voeten meer nodig zijn. De voeten zijn ballast. In een andere wereld alleen een last. Als ze verdwenen zijn, rest het hart en het hoofd.
De ziel en de mens. Tot ze één worden. De immense oerkracht, het helderste van het bestaan. De indrukken van het verleden meanderen in een kolkende rivier zichzelf voorbij razend tot de pijnen en de zorgen worden achtergelaten in het landschap van gisteren. Pas dan komt de oude ziel tot rust.
De kolkende rivier wordt opnieuw een rustig stromen. Van de dag bekomend, de transformatie verder zettend met de wederkerende cyclus van ons bestaan. Verlangend uitkijkend naar nieuwe groeven van straks en morgen die de rivier in de bedding van het leven snijdt. Tot straks en morgen tot stilstand komen in de zaligheid van het heden. Tot het karma zijn energie boost heeft verworven. En de oude ziel opnieuw tot rust komt, voldaan in het bestaan.
Autisme Storm.

De kruistocht van woede heeft altijd bestaan. Vanaf het eerste uur werden koppen ingeslagen voor warmte en licht. 10.000 oorlogen en nog duizend te gaan.
Als jij de laatste kogel wil afvuren en de laatste vijand wil verslaan, komt een nieuwe woede er weer aan. Een nieuwe aanval op ons bestaan.
Geen oorlog te weinig, geen oorlog te veel. Pas als zij het zeggen, is het weer even gedaan. Pas als de oorlogstrommen de adem inhouden.
Als de kolibrie een lepel hoeststroop neemt. Dan schuren de kelen van woede. “Geef ons weer oorlog, weer macht, water en vuur, weer olie en ertsen, land en veel mensen, drie koeien, een vrouw. Geef ons weer oorlog. Anders is het gedaan.”
Autisme Storm.

Een grijze golf van mist en dauw overspoeld het vlakke weiland.
De zon gaapt een lichtrode adem boven het aards bestaan.
De trein kent zijn bestemming en hobbelt tussen bomen en akkers.
Een vlucht van het platteland naar de grootstad.
Een nieuwe geeuw van de ochtendzon duikt onder de wolken en streelt moeder aarde.
De trein ruikt zijn maatjes en snelt naar de hoofdstad.
De grijze golf verliest het gevecht met de rode vlammetjes.
Het blauwe uur tussen dag en nacht maakt plaats voor een zonnige herfstdag.
De stad krijgt zijn kleur, de nacht verdween langs de achterdeur.
Autisme Storm.

Wanneer de herfst langs de bladeren begint te schuren, zal het wachten op de winter niet lang meer duren.
De zon zal alsmaar minder schijnen. De laatste kleuren van de mooie herfst verdwijnen.
Van natuur in kleurenpracht naar welterusten fauna en flora, slaap zacht. Jullie tijd is gekomen. Wat rest zijn de laatste dromen.
De vrieskou is in het land. Koning winter aan de overhand.
De nerven van ons bestaan laten zich één voor één gaan. Hun laatste uren gekomen, slechts kaal nu alle bomen.
Laat mij niet sterven in de winter. De lente, de zomer, de herfst tot ginder.
Laat mij dromen van alle seizoenen. Geef mij liefde, warmte en duizend zoenen.
Laat mij lente, zomer en mijn oude dagen slijten in de herfst. Maar mijn waardigheid is geen open werf.
Als mijn benen zijn versleten heb ik nog mijn wankel geweten. Als ik traag word als een slak, maak van mijn dagelijks geluk dan mijn levensvak.
Laat mij antiek, Ambiorixen in Tongeren, maar nooit verdorsten of verhongeren.
Maar als zout blijft neerdalen in open wonden. En mijn lichaam en geest draaien in een alsmaar kleiner ronde.
Dan hoef ik geen rondje winter meer. Dan wil ik geen laatste seizoen en heel veel zeer.
Als ik niet langer kan dromen, hoeft de winter niet meer langs te komen.
Dan wil ik in jou armen vertoeven en daar in de herfst mijn laatste paddenstoelen zoeken.
Autisme Storm.