Kwidzyn, my city at night from some perspective. Sky wasn’t perfect and it was very cold and windy. (Kwidzyn, mijn stad ’s nachts vanuit perspectief. De hemel was niet perfect en het was heel koud en er stond veel wind.) Foto en tekst: Piotr Grudzien.
Kwidzyn is een stad in het Poolse woiwodschap Pommeren, gelegen in de powiat Kwidzyński. De oppervlakte bedraagt 21,82 km², het inwonertal 37.927.
Zonder jou is een beslapen bedlaken zonder rimpels.
Een vulkaan die zelf niet haar neus durft snuiten.
Een aardkloot die zich verstopt achter de maan.
Een stoelendans met driemaal te veel stoelen en ‘never ending classical music’.
Het is als Dirk Brosse die met een onzichtbare strijkstok de tanden poetst.
Zonder jou is een droevige dinsdag die zich niet verkleed als woensdag, maar denkt dat het maandag is.
Zonder jou blijft de wereld draaien.
Blijft de leeuw gapen en de macadam hoofdpijn lijden door het schurende verkeer die zijn haren kortwiekt.
Zonder jou gaat alles prima.
Maar anders blijft anders en gewoon gewoon de regel der regelmaat.
Zoals de woestijn de ochtenddauw mist zonder te sterven onder het mulle zand.
Zoals bedoeïenen hun zomerkamp missen in de winter zonder te beseffen dat geen enkele zandkorrel tweemaal op dezelfde plaats wordt geblazen door de wind.
Ze zitten in de tribune van een atletiekpiste en kijken naar de lopers.
Ze denken dat ze alles zien en weten.
Maar ze blijven toeschouwers.
Zelfs met honderden camera’s en commentatoren.
Ze zullen nooit aanvoelen hoe de lopers lopen.
Waarom ze beginnen te sprinten, versnellen en vertragen.
Hun hart en zweetdruppels voelen.
Ze blijven toeschouwers die denken dat ze alles zien, maar voelen niets.
Alleen de loper voelt zijn bloed verzuren, zijn hart in de borstkas bonken, de inspanningen opdrijven en weten wat er om gaat in het hoofd van de loper.
Alleen de loper kent de weg naar de top en de drijfveer om die te bereiken.
De mensen in de tribune blijven waarnemers, toeschouwers.
Ze kunnen de atleet steunen of breken met kritiek.
Maar nooit zullen zij ooit zelf in de achtbaan lopen en ervaren wat die atleet op dat moment voelt en waarom die op zijn parcours versnelt, vertraagd of waarneemt.
Alleen de loper moet zelf zijn baan lopen en zijn succes behalen.
Doorkruipen levensgevaarlijk! Het is niet toevallig dat blad en slak dezelfde houding hebben, hoewel de slak traag is moest ik vlug zijn om het juiste moment te pakken. Foto: John de Grooth.
Soms ben ik voor jou wat traag.
Maar vergeet nooit ik zie je graag.
Soms gaat alles voor mij veel te snel.
En voel ik mij niet goed in mijn vel.
Dan moet ik de marathon lopen.
Dan staat piste 1 tot 8 voor mij open.
Dan kan ik niet kiezen.
En riskeer ik mijzelf te verliezen.
Dan ben ik zo verschrikkelijk boos.
Dan schuil ik in mijn eigen doos.
Dan wil ik niet kiezen.
Dan maak ik een puinhoop.
Dan heb ik jou nodig.
Dan vecht ik mijn strijd.
Met brokken en nijd.
Dan heb ik spijt.
Dat jij nu weer lijdt.
Als ik boos lijk op jou.
Vergeet dat dan heel gouw.
Want boos ben ik nooit op jou.
Dat is iets wat ik nooit wou.
Boos ben ik op mijzelf en de wereld eromheen.
Die maakt mij soms kwaad dat ik er om ween.
Alleen met jou zie ik alles helder en alle verbanden.
Een ferme zonnestraal is door het dikke wolkendek heengebroken en zet de silo en locomotief 50 in het licht. De lege goederenwagens zijn in de loop van de ochtend afgeleverd en de locomotief wacht op het beladen voor het retourtransport. Foto: Marco Moerland.
De spelden van de zonnestralen doorprikken heet stoom aflatende weiland.
Angstig voor het paardbeest dat het groene kapsel wil kortwieken.
Dit is zeldzaam, een propere breack in Turnhout in België op 28 maart 2014. Foto: Guy Jacobs.
Lichtjes stotend vooruit komend glijdt de grijze snuit over kiezel, houten ladders en ijzeren sporen in sliertjes van smog en dauw het Zennedal binnen.
De grijze blokdozen te groot uitgevallen als lange slierten schaamhaar kijken neer op de oude loco breack met vele koppelingen.
Het betonrot zoekt factor 50 om zich te beschermen tegen de prikkelende juni-ochtendzon.
Als een fenix herrijst verder de nieuwe living van het Noordstation.
Toch vele pendelaars zoeken geeuwend en klauterend uit zitbanken, treinstellen, trappen en roltrappen een veilige stek in hun ‘9 to 5’ weekresidentie al in zuidelijke of centrale oorden.
De zon kijkt toe, de stadsvos gaat slapen, de stad ontwaken.