Oorlog in de keuken

Het was weer oorlog, in mijn hoofd en in de keuken.

En als dat gebeurt, ik kan verzekeren, niet leuk eh.

Dan krijgen alle voorwerpen een eigen leven.

Dan kan niemand mij nog enige rust geven.

Dan dansen potten en pannen in het rond.

Dan steekt het bestek vuur aan de lont.

Dan klopt de komkommer de aardappel af.

Dan zijn de messen de militaire staf.

De leefkeuken wordt een slagveld.

Waarbij men alle soldaten natelt

En komen nog meer groenten aandraven.

Veranderen de keukenstoelen in loopgraven.

En ook al is de kok een danser.

Schuil ik mijzelf in een diep pantser.

Mijn hele regelmaat, mijn structuur, mijn plan.

Is naar de maantjes als zelfs dat nog kan.

Eens de opwelling tot koken is ingezet.

Is het uit met herkenning en de pret.

Dan buldert het keukengerei naar de infanterie.

Dan roept het aanval daar en aanval hier.

De slachtoffers worden in stukken gesneden.

Doden onder de vaat gans beneden.

Wie niet voelen wil, die zal koken.

Tot plezier van martel- en keukenspoken.

Geen groente blijft nog heel.

Geen specerij is ooit te veel.

Geen vlees is ooit te rood.

Geen aardappel eens te groot.

Een afwas van Amsterdam tot in Kaboel.

Daar ging het om, dat was hun doel.

Als neveneffect van de keuken oorlog.

Eten, uiteindelijk, allen naar die trog.

Autisme Storm.

Ik heb je lief

Ik heb je lief, ik ben een dief.

Ik steel je hart, hou het voor mij apart.

Ik heb je graag, ik ben wat traag.

Nooit meer de hel, voor de duivel ben je te snel.

Je bent een baken, een licht, een waken.

Dood wordt leven, een twee een zeven.

De woorden komen niet meer naar boven.

Dat kan ik niet beloven.

Maar één ding staat nu op papier.

Je kan het nu lezen hier.

Ik heb je graag, ik hou van jou.

Jij bent het springen. Ik het touw.

Autisme Storm.

Hoor de wind

Hoor de wind tegen het tuinhek bonken.

De leeuwerik voor het laatst gezongen.

De zomer voor het laatst geroepen.

De stilte van de herfst nu op onze stoepen.

Onze eekhoorn maakt een wintervoorraad klaar.

Geen vruchtje, nootje hem te zwaar.

Pompoenen van het licht.

Doden hun gezicht.

De bruine beer het laatst ontbeten.

Lange slaap zijn appetijt vergeten.

Dikke jassen in de gang.

Straks duurt de winter weer zo lang.

Neusdruppels klein en in het groot.

Mist, regen en eekhoorntjesbrood.

Langer in het bed.

Het uur weer correct gezet.

Herfst in kleur, ach zo fijn.

Wou dat je altijd bij mij zou zijn.

Autisme Storm.

De aardse trollen

Als trollen uit moerassen gekropen.

Komen zij nieuwe handtassen kopen.

Willen zij aan luxe reukwater rieken.

Gaan zij rust en vrede verzieken.

Met veel lawaai, met veel kabaal.

Spreken zij een andere taal.

Een taal van koopjes en consumeren.

Tooien zij zichzelf in nieuwe kleren.

Een plicht, een noodzakelijk kwaad.

Als wezen het toch een goede daad.

En vraagt een promoboy van Amnesty.

Een gevangene in Nicaragua, kende gij die?

Dan roepen zij allen heel spontaan.

“Het zijn koopjes, loop toch naar de maan!”

Ons geluk kan niet meer stuk.

Met shoppen hebben wij het veel te druk.

In een nieuwe pyjama liggen wij straks voor de buis.

En ook dinsdag zijn wij zeker niet thuis.

Dan gaan wij allen naar het containerpark.

Met één jaar oude kleren van de Primark.

Lopen in kleren van vorig jaar.

Dat is niet om aan te zien, niet waar?

Met onze poen werken in India en Pakistan alle tieners.

Twintig cent per uur de groot verdieners.

Voor zestien uur werken kijken zij niet om.

En zonder school houden we hen lekker dom.

Wij hebben in elk geval nieuwe kleren.

En de rest kan ons niet deren.

Autisme Storm.

Ooit was ik de snelste

Ooit was ik de snelste en ooit zal ik opnieuw de snelste zijn.

Ooit was er een kracht groter dan dag en nacht.

Dag en nacht zouden in het niets verdwijnen door deze kracht.

Dag en nacht zijn uitvindsels van de mens.

De mens in al zijn beperkingen en zorgen.

Denkt alleen aan gisteren en morgen.

Wie de grootste kracht kan voelen.

Zal bereiken de allerhoogste doelen.

Wie zal leven in heden tracht niet naar Eden.

Ons aards’ bestaan is een doekje.

Minder dan een letter in een oneindig boekje.

Ons lichaam is een last.

Gooi het weg, onnodig ballast.

Alleen wie zijn lichaam kan verlaten.

Die zijn karma zal optimaal baten.

Sneller dan het licht en het geluid.

Komt de ziel het aardse lichaam uit.

Een kracht, geen atoombom kan dit aan.

Een snelheid, alle hindernissen uit de baan.

Een lichtflits, mooier dan de mooiste fee.

Een bereik, geen afstanden tellen nog mee.

Alles begint waar alles eindigt.

Alles geneest waar alles pijnigt.

Ziekte en pijn zijn alleen op aarde.

Elders hebben zij geen enkele waarde.

Wie de aarde kan loslaten heeft een oneindig aantal nazaten.

Sneller dan het licht zal ik straks vliegen.

Krachtiger dan een explosie mijn beperktheid verliezen.

Een korrel in de woestijn zal mijn lot weer zijn.

Kleiner dan klein en groter dan groot.

Het mooiste lichaam heeft afgedaan.

Slechts een schuilplaats van het aards’ bestaan.

Komen zal ik opnieuw, komen zal ik altijd.

Ontdekken en beleven, het lastdier en de vrijheid.

Het leven heeft geen zin, als een ring heeft een begin.

Veel zwaarder dan elk water is ons denken aan steeds later.

Later is pas hier als drie is een vier.

Waarom denken aan morgen, een stad van 1.001 zorgen?

Wie leeft zijn eigen leven, bereikt de grootste zegen.

Geniet, beleef vandaag. Morgen is te snel en gisteren was te traag.

Autisme Storm.

Het vosje van de VRT

Borstkas vooruit en weg ermee.

Heuveltje af en heuveltje op.

Naar de voetbal kijken is de top.

Dansend als een rosse ballerina.

Huppelt zij rond om een uur of acht, ja.

Kijken naar een doelpunt of twee.

Naar een treurende of juichende mensenzee.

Een groot scherm om haar helden te zien scoren.

Dries Mertens en Lukaku kunnen haar bekoren.

Van het WK voetbal wil het vosje steeds meer.

Daarom komt het kijken keer na keer.

De doelpunten van Chadli zijn prachtig.

Met commentaar van Mulder, gewoon machtig.

Fan van de Rode Duivels sinds het begin.

Messi, Ronaldo en Neymar veel te min.

En komt een strafschop er weer aan.

Zie de oogjes van het vosje dan eens gaan.

Hun trouwe maatje, de video-analist.

Wordt door de Duiveltjes nog steeds gemist.

Zijn wijze woorden, de helpende hand.

Brachten hen naar het Russen-land.

Om 0-2 achterstand gaan zij niet malen.

Als ze nadien de kwartfinale halen.

Voor een matchke tegen Brasil moet alles wijken.

En komt het vosje met vijftien maatjes kijken.

Naast de grote VRT-pilaar.

Is het grote moment nu daar.

Tegen Neymar en Marcelo in groene velden.

Zullen de Duivels zich laten gelden.

En worden zij toch geen kampioen.

Dan is daar niks aan te doen.

Ze toonden hun moed, daad en kracht.

En blijven eeuwig onze helden, dag en nacht.

Autisme Storm.

Een winter van water

Een winter van water.

De lente komt later.

Het snotteren, het snuiten.

De mist. In het hoofd en daarbuiten.

Een winter als een koude herfst.

Waarin alles langzaam sterft.

Tot niets meer dood kan gaan.

Een traan van de maan en de zwaan.

Allen wachten op beter, wachten op dan.

Uitzien tot de natuur weer kan.

Ontwaken en bloeien.

Verschijnen, stoeien en groeien.

Alsof de vaak en slaap nooit ophielden.

En de dood allen verzielden.

Ze proefden de kou als metaal in de mond.

Ze aten kalkoen, zich dik en heel rond.

Ze verdreven het donker, het zwart en de nacht.

Tot de ooievaar de jonker en lente weer bracht.

Autisme Storm.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol

Als je het kon horen.

De wind draait rond mijn oren.

Als je het kon voelen.

Wat ik wil bedoelen.

Als je het zou zien.

Ogen voor een man of tien.

Nummerplaten voor de vleet.

Altijd het detail dat het ‘m deed.

Kriebels in mijn buik.

Elke verandering een grote fuik.

En drukte in mijn hoofd.

Weinig goeds dat dat beloofd.

Prikkels hier, prikkels daar.

Gevoelens uiten veel te zwaar.

Als je eens wist wat ik wil bedoelen.

Als je eens wist hoe ik mij zou voelen.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol.

Alles zien, alles horen eist zijn tol.

Alles zit vanbinnen, opgesloten in een bunker.

Alles onder controle, mijn drift, mijn hunker.

Een bezoek aan het warenhuis.

Daar voel ik mij nooit thuis.

Tien geluiden, honderd kleuren.

Daar kan steeds wat onverwachts gebeuren.

Lawaai, kabaal, banaal, fataal.

Geuren, kleuren, gebeuren, treuren.

Horen, oren, storen, boren.

Voelen, bedoelen, betasten, belasten.

Gelukkig alleen. Mijn eigen planeet.

Niet boos: dat je ’t maar weet.

Een taxi naar huis.

Herkenning, mijn thuis.

Geef mij mijn ruimte, geef mij mijn tijd.

Niet jou, maar de boze wereld die ik nu vermijd.

Autisme Storm.

Weer verandering

Weer verandering! Weer storm in mijn hoofd!

Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten.

Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders?

Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf.

Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven.

Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen.

Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen.

Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn.

Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn!

Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden.

Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal?

Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal.

Vlucht naar voren.

Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn.

Mijn hoofd zit vol. Weeral!

Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer.

Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde.

Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij.

De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen.

De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn.

Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken.

Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd.

Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen.

Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij.

De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.

Autisme Storm.

Eén seconde verzengende hitte

Diep in de woestijn.

Eén seconde van verzengende hitte.

Meer is er niet nodig om de contoeren te omkaderen van de stilstaande auto op route 66 of the King’s Highway in de Jordaanse woestijn.

Eén seconde van verzengende hitte is een krachtig moment in de natuur waardoor alles stilstaat.

Mini tornado’s worden aaibare wind-draaikolken.

Zand en voorwerpen die trillen van de hitte.

Het wegdek smelt en vibreert door de hete lucht.

De kaktus zweet, rotsen verpulveren, het vee verschroeid, de mens wordt een mummie.

De woestijn is de heteluchtoven van God, waar hij al zijn creaturen in heeft verzameld.

Diep onder rotsen en kilometers woestijn ligt – vergeten – de ark van Noach.

Toen alle schepsel zich per duo dienden te redden van een wereldwijde watersnoodramp.

Het Deltaplan was nog niet klaar, dus moest iedereen naar de ark maar.

Hoe werkloos werd die ark en Noach als veerman van het pontje van verzopen aarde naar het droge land.

Gestrand op bergketens in Turkije kwam de ark tot stilstand en konden alle dieren aan wal.

Zo kostbaar is nu dat water, zovele miljoenen jaren later!

Voor velen blijft het wachten op een nieuwe regen-gril.

En doet het dat uiteindelijk; dan is het de terreur van de moesson die alles verzuipen wil.

En dan is het weer wachten naar één seconde verzengende hitte.

Autisme Storm.