Katten en poezen

Katten op magneten bewegen een zegen.

Een pluim; een rechthoek van rust.

Het kraam van de botsauto’s is gesloten.

Dus komt er niemand meer aanlopen.

Alleen de poezen, die snoezen.

Op hun magneten traag voortbewegen.

Geen klank- en lichtspel van de kermis.

De rust van de kerk, de moskee, een abdij.

Gele katten, lichtbruine poezen.

Langzaam in rechte lijn vooruit, links, rechts.

Ze hebben geen haast. Ze zijn zen en tevree.

Slechts twee poezen doen er mee.

De kermis is dicht; de stilte verplicht.

Autisme Storm.

Slang

Als de slang bijten gaat.

Dan is het reeds te laat.

Dan slaat de olifant op hol.

Dan wordt je hoofd helemaal bol.

Een toeristenkaartje ‘zimmer is vol’.

Gedaan, geen bedje, geen drankje en schol.

Uit mijn keel komen geen woorden meer.

Dan veranderd alles in een woeste beer.

Slang laat de olifant met rust!

Dan wordt mijn hoofd geblust.

Autisme Storm.

Tingeling, tingeling

Tingeling, tingeling, de kerstman komt eraan.

Tingeling, tingeling, iedereen van de baan.

Een driehoek verlicht is een kerstboom in de stad.

Ook al heeft iedereen Kerstmis intussen wel gehad.

Met Patrick naar de stad-Chinees,

die met eenden toveren, mooi geweest.

Autisme Storm.

Ik ben een fooraap

Ik ben een fooraap. Elk weekend naar een andere kermis.

Van het ene dorp naar het andere dorp.

Altijd maar heen, altijd maar terug.

Altijd maar reizen van de ene kermis naar de andere.

Het lachen is mij al lang vergaan.

De belletjes rond de nek van de fooraap klinken triest en dof.

De lach veranderde in een droeve snoet.

De kinderen lachen, de kinderen zijn blij.

Maar de fooraap, die lacht niet mee.

Het lachen is hem al lang vergaan.

Elk weekend reizen, elk weekend weg.

Het leek zo mooi, maar hij heeft het nu wel gehad.

Hij wil weer thuis op de schouw.

Niet dat de kinderen niet vriendelijk zijn tegen hem.

Ze lachen, ze zijn blij, maar de fooraap ziet het niet meer.

Waar gaat hij volgend weekend weer naartoe.

Een nieuwe kermis, een nieuwe stad, een nieuw verhaal, allemaal hetzelfde en allemaal anders.

Altijd joelende, luidruchtige kinderen.

Altijd drukte, overal flinkerende lichten, harde muziek, duizenden stemmen door elkaar in elk een andere taal, elk een ander verhaal.

De aap is moe. Hij heeft elke kerktoren gezien.

Elk kind, elke ouder, elk kleedje van moeder, elke pantalon van vader.

Elk dorp, weer heen, weer terug, weer opstellen, weer afbreken.

De aap kijkt langs hen door. De aap kijkt weg.

Zijn vertrouwde plaats op de schouw is weg.

Hij moet maar door. Hij moet steeds verder.

Kermis hier, kermis daar. Hij haalt alle gezichten door elkaar.

In elk dorp een kerk, een pastoor en een koer, een school en een paard van de melkboer.

De tijd is zo lang blijven stil staan.

Bij de kermis in Marrakesh. Dat was nogal wat.

Van de andere kermissen herinnert de fooraap zich niets meer. Altijd heen, altijd terug.

De dorpen lopen door elkaar. Als vlekken op een trui.

Donderdag, maandag, woensdag, weet ik veel.

Andere dag, dag voordien, dag nadien, dag verdwenen, dag erbij, dag opnieuw, dagen vooruit, dagen terug… 26 8 6 14 31 2 11 9.

Cijfers als spoken door de nacht. Linksboven, rechtsonder, vooruit, achteruit. Met twee, met drie.

Weer heen, weer terug, weer daar, is het waar?

Hoofd is vol, hoofd moet leeg.

Geen mens weet hoe zwaar hij het heeft.

De fooraap moet elk weekend mee, van in Lotharingen tot aan de zee.

Honderden lichten, zilver, groen en rood, dansen als kwelduivels hun eigen dans in de nacht.

Cijfers nemen hun rollercoaster. De 9, 1, 2, 3 willen van voren staan. De fooraap ziet ze allen tezamen.

Cijfers met krullen willen altijd gans vooraan.

De 3, de 9, de 2, de 8. En de 1 op een zielenpoot. Cijfers blijf toch staan! Ik wil jullie niet allemaal samen zien.

Kleuren blijf stabiel, ik hoef geen heel pallet te zien.

Dagen blijf gewoon. Geen brugdag, geen feestdag, doe gewoon!

Piramide, balk, rechthoek, vierkant, trapezium, cirkel.

Blijf toch in de wiskundeles bij meester Kris of bij juffrouw Sonja, n’importe qui, maar achtervolg mij niet.

Stappen, lopen, slenteren op de kermis in dit avond. Dorp na dorp dezelfde kerk.

Maar zoveel kabaal, alle kinderen hun eigen verhaal.

De aap wil rust, even niet op de kermis staan.

Maar achter in de klas, waar het altijd fijn was.

Hoe vriendelijk de kinderen ook zijn. De fooraap ziet hetzelfde verhaal.

Van Malika, de vader, de kermis in Marrakesh. De andere kermissen zijn verdwenen.

Autisme Storm.

Ledlampjes in de kerstboom

De dorpen als ledlampjes in de kerstboom.

De straten als spaghettipieten in het bord.

De huizen als ontbijtgranen. De mensen als korrels zand.

Het verhaal is flou.

Ledlampjes, spaghettipieten, ontbijtgranen, zand.

Ze flitsen door elkaar. De één naar hier, de ander naar daar.

Komen ook de kerstballen en slingers eraan.

Met nogmaals hun eigen verhaal.

Vraagt moeder Maria ‘Waar is die herberg om naartoe te gaan?’.

Wanneer open, wanneer inchecken, wanneer ontbijt, in welke zaal, wanneer vandaag?

Stop! Het is een herberg. Geen vragen en schuilen maar.

Ik zit met lampjes, pieten, granen, korrels, …

Kom mij niet vragen met welke badge je in jou herberg inchecken mag.

Ik zit in een andere stad, een ander land, een eigen verhaal, als je dat eens begrijpen kon.

Ik ben moe. Straks weer een nieuwe kermis die op mij wacht.

Laat rusten en dan ginds naartoe.

Autisme Storm.

‘Explosie’ bij autisme

Sinds één jaar heb ik de diagnose autisme van een centrum in Oudenaarde. Je denkt dat iedereen zo is, denkt, ziet, hoort, ruikt, voelt, leeft en beleeft zoals jij. Maar dan kom je op je 41e tot ontdekking dat jij ‘anders’ bent.

Niet iedereen zit op de autoweg te focussen op de nummerplaten.

Niet iedereen let op de details en ziet geometrische figuren in de dagdagelijkse dingen.

Niet iedereen hoort vijf soorten geluid door elkaar.

Om nog maar te zwijgen van het klank- en lichtspel in een warenhuis, met tientallen merknamen, kleuren, vormen, geluiden van de kassa, diepvriezer, de tl-lamp, babbelende klanten in alle uithoeken van de supermarkt, de messen in de slagerij, de schoenen over de vloer, de winkelkarren over de tegels, enz.

Boodschappen doen is een nachtmerrie. Zeker als dit niet in een snelvaart kan gebeuren in een vertrouwde supermarkt.

Een autist heeft bijna altijd af te rekenen met hoogsensitiviteit en krijgt gemiddeld vijf keer meer beelden, geluiden, vormen en informatie binnen. Het is bijzonder vermoeiend en het selectieproces om al die informatie, indrukken en prikkels te filteren kost bijzonder veel tijd en energie. Iemand met autisme moet dan ook regelmatig tot rust komen.

Mijn vriend vond het boek ‘Leven zonder filter – mijn ervaring met hoogsensitiviteit’ van Fleur van Groningen een aanrader om beter te begrijpen wat hoogsensitiviteit inhoudt.

Het is een constant gevecht met de steeds drukke ‘boze buitenwereld’. En kan voor dat filteren van informatie onvoldoende tijd benut worden, dan geraakt het hoofd vol. In dat geval kan er geen nieuwe informatie meer bij. De persoon – autist – moet dan zijn hoofd kunnen leegmaken. Zoniet blokkeert de autist, krijgt hij nieuwe informatie niet meer verwerkt en moet hij eerst tot rust komen. Krijgt een autist deze rust niet, dan ‘ontploft’ deze; een explosie van woede, verdriet, onbegrip, angst en boosheid.

Iedereen is dan de vijand van de autist; in het bijzonder diegenen die hem/haar het meest dierbaar zijn. De woede zal zich dan richten tot hen die het goed menen met iemand met een autismespectrumstoornis. De woede kan gepaard gaan met een hevige woordenwisseling, ongecontroleerd verdriet en woede en het gooien met of vernielen van voorwerpen.

Nadien heeft iemand met autisme van zulke explosie bijzonder veel spijt, maar het instinct laat hem/haar weinig alternatief.

Het is een utopie te denken dat een autist nooit meer zulke explosie van woede en verdriet zal hebben. Deze ‘ontploffing’ kan zich keren tegen zichzelf of tegen voorwerpen of personen in de ‘boze buitenwereld’.

Door voldoende rustmomenten in te bouwen kan men deze explosies trachten te beperken. Maar aangezien alle prikkels vijf keer intenser binnen komen, zal ook zo een explosie ook voor de buitenwereld merkwaardig voorkomen. Schoppen tegen deuren, slaan tegen muren en op latere leeftijd gooien met voorwerpen. Hoeveel gsm’s ik al stuk heb gegooid weet ik niet. Het probleem kan ook latent aanwezig zijn en pas bij een nieuwe situatie, werk of relatie pas echt naar boven komen. Iemand die in zijn/haar eentje alles onder controle had, krijgt opeens te maken met een nieuwe school, job, huis of relatie en kan zich niet langer verstoppen voor de ‘boze buitenwereld’. Elke verandering zorgt bij autisten voor veel stress, onzekerheid en negatieve prikkels. Zelfs nieuw behangpapier, een nieuwe plaats voor de koffiezet, een nieuwe dienstregeling van het openbaar vervoer, een nieuwe winkel in de straat, bezoek op onbekend terrein, een feestje, vakantie, een vrije dag tijdens de week, enz. Een autist heeft regelmaat, structuur en planning nodig. Een weekplanning opstellen in onontbeerlijk in een gezin met iemand met autisme om zekerheden, taken en rustmomenten in te bouwen.

Fietsen en wandelen in de natuur is positief om de gedachten van zich af te zetten en het hoofd leeg te maken. Of een hobby die men graag doet. Schrijven kan ook helpen om prikkels te verwerken.

Maar dit alles geeft nooit de zekerheid dat iemand met autisme zich nooit onbegrepen voelt en explosief zijn woede en angst naar buiten stroomt. Weet dan 200 % zeker dat deze woede, verdriet en angst NOOIT het gevolg zijn van persoonlijke vete, maar altijd gericht op de ‘boze buitenwereld’. Je mag iemand met autisme dan ook niet veroordelen voor zulke woede uitbarsting, want die persoon heeft er nadien ook bijzonder veel spijt van, maar die explosie gebeurt buiten zijn/haar wil om. Een relatie met iemand met autisme is dan ook niet makkelijk en veel structuur, planning en geduld is nodig. Anderzijds krijg je er ook een unieke, lieve persoon voor terug als je hem/haar zichzelf laat zijn met alle beperkingen, maar ook met vele talenten die autisten hebben.

Autisme Storm.

Sorry is altijd te laat

Sorry is altijd te laat.

Als het weer een keertje mis gaat.

Een keertje is steeds veel te min.

Als je minstens nog een retourtje wil.

Veel wordt al snel veel te veel.

Als veel blijft steken in de keel.

Als je dan naar adem happen moet.

Dan weet je: dit gaat niet goed!

Autisme Storm.

Verdwenen totempaal

Oh gele totempaal, waar zijt gij nu heen?

Waarom brengt gij vandaag zoveel zoekenden op de been?

Jarenlang stond gij daar aan het restaurant.

Trouw op post voor bezoekers in heel Nederland.

Werden al die eet- en drinkgelagen jou te veel?

Of wou je opeens groen wezen en niet langer geel?

Steeds was jij trouw op post.

Met een gratis glimlach die niks kost.

Kwamen treurende indianen jou vannacht halen?

Dachten ze om een gele totempaal gaat toch niemand malen?

Wou je zo opeens dan de oversteek maken?

Of moest je dringend weg voor louche zaken?

Lieve gele totempaal, kom snel weer naar huis.

Het is een oproep van jou vriend, de schuurbuikmuis.

Autisme Storm.

De piepmuis

Het is altijd donker in het huis hieronder.

Het is er altijd warm, nooit veel licht.

Belemmerd een tent nog vaak het vergezicht.

Het is er altijd warm, onder de dikke darm.

Voortdurend zitten zweten, achteraan luide scheten.

In het muizenhuis blijft het stil.

Als niemand meer binnengaan wil.

Komt er toch een hete kroket aan.

Dan moet piepmuis plaats maken aan de baan.

Met een curryworst of kroket.

Beleefde muis steeds heel veel pret.

En koopt piepmuis eens op krediet.

Geen enkele buurman die dat ziet.

Oh, wat is het fijn bij piepmuis te zijn.

Wees dan niet stil, dat is tegen haar wil.

Maak dan luid entrée.

Twee kersttomaatjes mogen mee.

Maar tot heden blijft het stil en donker.

In het huis van de piepmuis hieronder.

Autisme Storm.

Vriend de vogel

Oh vogel, klein, maar fijn.

Zoudt gij vandaag mijn vriendje willen zijn?

Gij met uwe grote staart.

Wat kost dat ding, wat is het u waard?

Oh vogel, klein maar fijn.

Zoudt gij vandaag mijn vriendje willen zijn?

Ik ben jaloers op uwe staart.

Hij is nog langer dan die van een paard.

Van waar hebt gij al die vederen vergaart?

Ze geven u schoonheid, kracht en zoveel vaart.

Ach, gij schrijverke, ik stond vanmorgen op.

Ik had opeens twee pluimpjes op mijne kop.

Waarom met al uw wijsheid zegt ge daar niets van?

Met uw intelligentie zoals water in een kan.

Nee, gij kijkt alleen naar mijne staart.

En vraagt mij constant ‘wat is hij waard?’

Ik zal u zeggen heel stil en fijn.

Wat mijn pluimenstaart waard zal zijn.

Hij is nog minder waard dan klei.

Maar vooral, hij is en blijft van mij!

Kijken naar mijn staart mag je oh zo veel.

Maar betalen en krijgen is niet uwe deel.

Dag schrijverke, zeg, tot ziens ik vlieg nu weg.

Autisme Storm.