Dat huis van mijn jeugd

Foto: Mary Bailey op Flickr.com.

Waar is dat huis waar de deur nooit opengaat

Waar het wachten blijft op warmte en blijheid

De vreugde altijd zoek is en altijd laat

En het enige kind zwijgt en lijdt

Hier waar vader met strenge hand regeert

En moeder kuisziek de liefde wist

Waar mijn maag zich ommekeert

En iedereen gaat lopen met leugen en list

Waar ik mijzelf niet eens kan zijn

Mijn vader ontsnapt en de koersfiets neemt

Met een strenge hand het kind de hoek indrijft

En mijn moeder een tweede claimed

Waar geborgenheid en een knuffel verborgen blijft

En moeder mij naar de school toestuurt

Met rode muts met witte pompon

Waar pesten duurt en voortduurt

Lachen om mijn anders, mijn dikke ton

Snel met mijn fiets op de vlucht

Verdwalen op grootmoeders’ boerderij

Om te ademen, om vrijheid en lucht

Met de dieren aan mijn zij

Waar is dat huis

Waar mijn moeder flikflooide in de kelder

Waar is dat huis

Waar spanningen vertroebelden het leven helder

Daar wil ik niet langer naartoe

Waar in de living het ziekenbed van moeder lag

Na vier jaar behandelingen en kanker moe

Waar ik stelende zussen bezig zag

Met handen vol parels en juwelen

En kleren en meer van dat fraais

Waarvan kinderwonden niet meer helen

Zoals vissersboten werkloos aan de kaai

Een huis waar ik nooit mijzelf kon zijn

Omdat flikkers nu eenmaal niet in hun kerk pasten

Ik stelden hen zwaar teleur, echt niet fijn

Omdat ik simpelweg viel op gasten

Waarom kan een thuis zo moeilijk zijn

Waarom kan ik niet gewoon de zoon zijn

Die anders is dan iedereen

Als een tomaat naast een winterpeen

Het huis waar ik niet wil komen

Niet wonen

Waar vader nog wat wou toelichten aan haar sterfbed

Een nieuw gegeven, een nieuwe aanzet

Maar dat huis heeft nu afgedaan

Ik woon nu elders

Gelukkig voortaan

Autisme Storm.

Begrip om ik

Foto: Mela’s Gallery.

Waar was jij toen ons eerder ik was

Omdat ik graag alleen ben

En dus anders

Omdat alleen zijn al zo druk is

En ik wil schuilen voor de boze wereld

Waar waren zij toen ik geen energie had

Omdat er een tsunami aan prikkels was

En ik werd verdronken

Omdat indrukken verwerken zo tijdrovend is

En ik rust nodig heb voor mijzelf

Waar was de wereld toen ik hulp riep

Omdat het mij te veel werd

En hun verbijstering mij wurgde

Omdat ze niet wilden begrijpen

Dat een autist alleen begrip vraagt

Autisme Storm.

Opnieuw schuilen

Foto: Thomas Noriega.

Ik rook de jasmijn van jou oksels

Ik zag de schaduw van jou voelsprieten

Ik voelde het trillen van jou neusharen

Ik proefde het zout van jou adem

Ik hoorde het fluisteren van jou rode bloedcellen

Maar de afstand bleef enorm

Grand canyons ver weg

Eeuwen van tijd

Vervlogen verdampte hersenspinsels

Toen er geen eind aan kwam

Wij de wereld in onze achterzak staken

Het seizoen op de kalender noteerden

Plannen zekerheden waren

Vragen overschilderd werden met tipex

Goden nog bij Romeinen en Grieken hoorden

En wachtrijen in communistische supermarkten

Wij mondkapjes op de brandstapel gooiden

Ebola was opgelost en China nog rijk

Virussen nog drie en één Rus waren

Een knuffel banaal werd

En een bezoek te veel

Reizen een plicht

En een blanco agenda geen zicht

Kon ik maar opnieuw schuilen

In die wereld van voorheen

Omarmen wat nog overblijft

En het anders doen

Gewoon doen…

Autisme Storm.

Maalbeek

Foto: Jelle Vanthuyne.

We gingen op weg zoals elke ochtend

We gingen op weg zoals telkens weer

Toen daalde de zwarte regen neer

Voor jou geen dinsdag meer

Drukke metro een laatste zoen

Vertrouwde stop waarom anders doen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Bedolven in stof van haat en woede

Bedolven in schoonheid zoet

Zo dichtbij de hel onder de grond

Waar onze liefde vond

Ontspoorde gekken gemene gril

Toen stierf de tijd en het werd stil

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Europa schrok en keek naar jou

Europa huilde om man en vrouw

Kon ik je maar een knuffel geven

Was jij maar bij mij gebleven

Verdronken rivier huilende dagen

Na woede nog zovele vragen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Onze ontmoeting daar plots gedaan

Onheil en een donkere traan

We omarmden elkaar daar zonder zorgen

Maar waar is nu de weg naar morgen

Je bleef daar achter op jankende treden

Heden werd toen het verleden

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Hun dromen maken wij vandaag

Hun namen als een tweede laag

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

De weken tellen geen dinsdagen meer

De uren zoeken minuten weer

Ach irissen zullen er altijd bloeien

Uit donker het licht blijven stoeien

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Tweede laureaat Nekka Liefde voor Lyriek wedstrijd 2019.

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.

Zo verdomd alleen

Foto: FaHaD op Flickr.com

Ik ben samen, maar ik wil zo verdomd alleen zijn.

Alleen met mijzelf. Alleen met de wereld.

Weg van de racebaan van drukte, verplichtingen, poeha’s.

Mijn hoofd heeft een boksmatch gehad met vragen, onzekerheden.

De routine is opgeslokt door een groot vakantiemonster.

Het moeten weg gaan, het moeten zoeken en meenemen.

En de stress dat je dan toch iets vergeet en op je donder krijgt.

Weg uit mijn vertrouwde omgeving, mijn habitat.

Het voor mij bekende plaatje, mijn huis, gewoontes, werk.

Het aftellen is begonnen naar de dagelijkse gang van zaken.

De rust van de regelmaat en de planning.

Hoe bang ben ik weer?

Voor al het nieuwe, al het anders, al het onbekende.

Een weekend weg is als een stoorzender voor een radio.

Als een klap tegen je gezicht, de onzekerheid bonkt uit je hart.

Die marathon die je hebt gelopen voor je een voetstap zeg.

Een stap in het onbekende.

Ik ben doodop en de deur moet nog achter mij dicht.

De gevangenis zit aan de buitenkant.

Autisme Storm.

Foto: Camilla Nilsson.

Zonder jou

Foto: Wade Keller.

Zonder jou is een beslapen bedlaken zonder rimpels.

Een vulkaan die zelf niet haar neus durft snuiten.

Een aardkloot die zich verstopt achter de maan.

Een stoelendans met driemaal te veel stoelen en ‘never ending classical music’.

Het is als Dirk Brosse die met een onzichtbare strijkstok de tanden poetst.

Zonder jou is een droevige dinsdag die zich niet verkleed als woensdag, maar denkt dat het maandag is.

Zonder jou blijft de wereld draaien.

Blijft de leeuw gapen en de macadam hoofdpijn lijden door het schurende verkeer die zijn haren kortwiekt.

Zonder jou gaat alles prima.

Maar anders blijft anders en gewoon gewoon de regel der regelmaat.

Zoals de woestijn de ochtenddauw mist zonder te sterven onder het mulle zand.

Zoals bedoeïenen hun zomerkamp missen in de winter zonder te beseffen dat geen enkele zandkorrel tweemaal op dezelfde plaats wordt geblazen door de wind.

Autisme Storm.

Foto: Andre B. op Flickr.com.

Orkaan van het leven

Foto: Azezjne.

Een orkaan van moleculen zweeft rond

Kleine partikels hoog boven in de lucht

Met een verschroeiende niets aflatende snelheid

Och zo klein, och zo snel, bliksemsnel

Twee atomen, punten, stippen aan het heelal

Eeuwig blijvend, eeuwig voort bewegend

Een snelheid, een intensiteit, een kracht nooit gezien

Piepkleine delen die zweven in de stroom

van een fluitketel, energie opwekkend, drijvend, vliegend,

storm en orkaan, snelheid

Verder dan wij kunnen zien met camera’s en telescopen

Meer licht, meer power en meer kracht dan wij in mensentaal kunnen benoemen

Het heelal miljarden keren groter dan wij ooit dachten

Duizend Columbussen nodig om het te ontdekken… ooit

Zo enorm, zo ledig en zo vol

Leeg en vol tegelijk

Zwart, kleurloos en in regenboog kleuren tegelijk

Jij mens kan niets zien

Hij God kan alles zien

Bestuurder van mens en natuur

Partikels, stofjes in het heelal

Met de afstandsbediening voor miljarden drones

Foto: Tallawah75 op Flickr.com

Nee, het leven is niet eindig

Het begint pas als wij denken dat het stopt

Als de mens denkt dat het vijf voor twaalf is,

is het nog maar de eerste minuut van een nieuwe dag

We hebben nog niets gezien

Het is nog volstrekt donker en nacht

Het blauwe uur moet nog komen

Het is nog maar net naar bed gegaan

De schakering, de overgang tussen dag en nacht

of nacht en dag beter gezegd

Eén minuut na middernacht is het

Niet vijf voor twaalf

Als wij denken dat we dood gaan, dan het einde nabij is,

dat het afgelopen is, dat we onze keukelaar zetten,

zijn we nog primatuurtjes

Het leven begint pas als wij denken dat er geen leven meer is

Als we het einde denken te zien,

is het wachten op het licht na de tunnel

Als alles donker wordt, is het slechts een slaap

Als alles tot rust komt, is het louter pauze

Een knop ‘on hold’

Even uitademen

De stilte van één mini-seconde

En nog één

Als alles stil en donker wordt, als alles dood lijkt,

is het een stilstaand beeld op de tv,

de winterslaap van fauna, flora, een beer, de bloem, de boom, onszelf

Foto: Katyefamy op Flickr.com

Onze winterslaap gaat tot in het kleinste partikel,

de kleinste atoom, de kleinste cel van ons lichaam

De kern van onszelf, ons bestaan

Het lichaam is ons omhulsel

Zoals cichorei. Een ajuin. Alles verwelkt.

Alle schillen bevatten de kern van ons bestaan, ons wezen

Het karma vervat in de ziel

De pose tot de pauze

En na elke pauze het atoom

dat onze ziel bevat en dat opnieuw uitgroeit

tot een nieuw karma, een nieuw bestaan

Als we ons ontdoen van alle schillen,

vervellen we telkens tot het ene atoom

dat meer licht geeft dan alle sterren samen

Dat meer energie en kracht bevat dan de zwaarste atoombom

of vulkaanuitbarsting

Uit het niets zal alles ontstaan

Opnieuw en opnieuw

Elke atoom zal opnieuw zijn karma opbouwen

Als een lege batterij die in het stopcontact opnieuw tot leven komt

Er is geen einde aan het leven

De dood is enkel de transitie, de pauzeknop naar een ander leven

De trein die even stil staat

En toch weer verder bolt naar een nieuwe halte

Een nieuw landschap verkent en ontdekt en over de sporen weer tot leven komt

De sporen liggen er

De wissels van voordien bepalen onze volgende bestemming

Ons doel, onze reis

We sporen naar een nieuw leven, naar een nieuwe toekomst

Een nieuw karma verwelkomt ons

Hoe de partikels zweefden en quasi tot stilstand kwamen bepaalt

de volgende beweging, vlucht, storm, orkaan in ons bestaan

Nooit meer hetzelfde als voorheen, het verleden, als de rugzak,

de bagage om mee te nemen op een nieuwe reisweg

Een nieuwe route in ons bestaan

Als niets zijn wij gekomen en als niets zullen wij ook verder gaan

Ons bestaan

BIJ-STAAN

Iemand staat ons bij

Een éne God figuur

Geen mens, gans anders…

Autisme Storm.

Foto: Arock Photo op Flickr.com

Weer verandering

Weer verandering! Weer storm in mijn hoofd!

Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten.

Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders?

Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf.

Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven.

Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen.

Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen.

Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn.

Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn!

Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden.

Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal?

Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal.

Vlucht naar voren.

Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn.

Mijn hoofd zit vol. Weeral!

Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer.

Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde.

Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij.

De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen.

De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn.

Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken.

Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd.

Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen.

Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij.

De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.

Autisme Storm.