Sneeuw

Foto: Astrid Mensen.

Het was weer lang geleden

De sneeuw die kwam beneden

Het zag overal witjes aan

Alle auto’s van de baan

Ik kon het niet geloven

Wat deden ze toch daarboven

Boven in de hel

Deden zo hun ding daar wel

Kon ik maar verlangen

Naar vogels en gezangen

Kon ik maar weer staan

Op de aarde of de maan

Maar niemand kan ooit beloven

Dat de lente ooit zal komen

Mijn adem bleef toen staan

Het leven plots gedaan

Ik stond die ochtend voor het venster

Mijn lichaam zijn laatste genster

Het zag zo wit daarbuiten

Sterretjes bevroren aan de ruiten

Maar voor mijn ogen, plotseling zo zwart

Opeens begeven, veel te jong mijn hart

Ik zal geen honderd halen

Ik steeg op uit de dalen

Mijn karma zweeft nu rond

Waar het nooit vriest aan de grond

Het zal nooit meer lente of winter wezen

Nooit meer pijn, ziek of genezen

Ik heb mijn rust gevonden

In de hemel voor de honden

Autisme Storm.

Mist

Foto: Marcin Gorka.

Hij graaide zich een weg naar boven

Maar veel had hij niet te beloven

Dus bleef hij maar liggen en zitten

En stilletjes verder pitten

Tot een prik van een zonnestraal

Dagelijks, niet meer banaal

Een einde maakte aan zijn heerschappij

Van de smoor die krijgde gij

Autisme Storm.

Ik heb je lief

Ik heb je lief, ik ben een dief.

Ik steel je hart, hou het voor mij apart.

Ik heb je graag, ik ben wat traag.

Nooit meer de hel, voor de duivel ben je te snel.

Je bent een baken, een licht, een waken.

Dood wordt leven, een twee een zeven.

De woorden komen niet meer naar boven.

Dat kan ik niet beloven.

Maar één ding staat nu op papier.

Je kan het nu lezen hier.

Ik heb je graag, ik hou van jou.

Jij bent het springen. Ik het touw.

Autisme Storm.