Het is min 19 in de verlaten toendra en de ijzige lucht dringt door alle metaal van de trein die moeizaam op gang komt.
Zuchtend, piepend en smekend sleept de zware locomotief zich voort in het stille desolate landschap tussen het dode liggende vee dat de laatste vrieskou niet heeft overleeft.
De metalen spoorstaven worden door koning winter tegen elkaar naar boven geduwd.