
De liefde is wit. De sneeuw is verdwenen.
De sneeuw zo zoet als wit.
Pas als de sneeuw samen met de liefde verdwijnt, zal zij koffiebitter zwart kunnen zijn.

De liefde is wit. De sneeuw is verdwenen.
De sneeuw zo zoet als wit.
Pas als de sneeuw samen met de liefde verdwijnt, zal zij koffiebitter zwart kunnen zijn.

Het zwarte goud
Toverde bitterheid op zijn tong
Zout tussen bubbels en benen
En een warme gloed tussen Adam’s appel
Die neerdaalde door tepels en dijen
Om te verdwijnen in een zure massa
Kolkend van verlangen naar meer
Om een hongerende dorst te stillen
In een mok van vertrouwen
In een gevoel van herkenning
En een opstoot van energie
Om de volgende minuut te halen
En het volgende uur hopelijk ook
Tot de zwarte geest is uitgewerkt
En schreeuwt om een nieuwe drug

Het huis is op slot, alle ramen en ook de achterdeur
De stilte en het afsterven krijgen een bittere geur
Het plafond is weer naar beneden gekomen
Toen het werd beladen met nare dromen
Probeer niet binnen te dringen, probeer het niet
Want die ene in dat huis, hij wil niet dat je ‘t ziet
Het hoofd zit vol, het leven eiste zijn hoge tol
Het lawaai zit boven, pijn vanbinnen, gedaan lol
Straks komt hij weer bij zijn zinnen
Nu even niet, hij wil stilte en rust
Straks de tuin, onder ons, weer bewust
Maar nu is het zwaar, hij zit vast in zichzelf
Het spookt en prikkelt constant onder dat gewelf
Straks is hij er weer, maar laat hem nu met hem
Dankuwel
Autisme Storm.

De winter heeft met haar tong gelikt.
Verdwenen nu de schone zangen van de leeuwerik.
De winter maakt het koud en kil.
Alleen de kraai slaagt nog een gil.
De winter maakt het bitter en stil.
Voor de lente is het wachten tot april.
Autisme Storm.