Zijde uit Tasjkent

Op een hoog dakterras aan de oevers van de Zeravshan rivier, 6 km van de moderne stad Penjikent, liggen de ruïnes van het oude Penjikent, een belangrijke Sogdische stad die in de 5e eeuw werd gesticht en in de 8e eeuw met de komst van de Arabieren werd verlaten. De oude stad is sindsdien niet meer bebouwd. De fundamenten van huizen, een citadel met een paar Zoroastrische tempels en de stadsbazaar zijn zichtbaar in de opgegraven ruïnes, maar het beste van de fresco’s (sommige 15 m lang), beeldhouwwerken, aardewerk en manuscripten zijn naar Tasjkent en Sint-Petersburg gebracht. Er is ook een klein museum over de opgravingen; kopieën van fresco’s zijn er ook.

Foto: Retlaw Snellac Photography op Flickr.com.

Ze fladdert uit Tasjkent,
zijde los van zijde
op de zijderoute
Ze fladdert als de vlinder
die ze nooit is geworden,
verstrikt in de takken van verboden bomen,
en laat restjes van zichzelf achter
als de woestijnwind haar oproept
De greep van verlaten geliefden kan haar niet vasthouden
Scherpe stenen houden haar vlucht niet tegen
Ze zweeft over mijn tuinmuur
om de knoppen te bedekken
van mijn beginnende bloemen
Morgen als ik haar zoek in een dorre dageraad…
zal ze weer gevlogen zijn

Autisme Storm.

Dromen

Foto: яғ ★ design op Flickr.com.

Dromen van de dag

Dat wolken nog bewogen

En mij voortsleepten naar morgen

Toen de koffie nog heet werd gedronken

Zoeken naar de dag

Dat de bloemen nog kleurden

Door aan potlood hangende kinderen

Toen de klas nog een school met meester was

Vergeten die dag

Dat knuffelen nog mocht

Door lichamen te laven met wisselende contacten

Toen de wereld ons dorp was

Begraven die dag

Van bubbels in glazen

Onze agenda een bibliotheek

En we dansten op het ritme van de regen

Hoop op een dag

Dat we opnieuw lachen met nonkel Atsjoem

Vakantie weer reizen naar ver weg is

En muggen onze enige tegenpartij

Autisme Storm.

Afdwalende gedachten

Foto: Misteriddles op Flickr.com.

Mijn lichaam verwelkte tussen bebloemde lakens

De geest klauwend smachtend zijn eigen bakens

Een pop van klei liet mij bevriezen

Emotie en gevoelens samen wiezen

De gedachten dwaalden over het plafond

Waar vrijheid nog heerste en alles kon

Samen vermoeiende terreur

Met grijs als enige kleur

Ik dacht aan een alternatief

Een oprechte nachtelijke dief

Was het mijn minnaar of medespeler

Mijn lieve nar of zorgzame heler

Mijn lichaam verdween in de nacht

Waar iedereen wat anders dacht

En ik alleen kon cijferen in akkoorden

En acteren aan linkse bakboorden

Autisme Storm.

Bloemen die ochtend

De bloemen huilen om meer regen

Hun kelen versmoord door de ochtendmens

Hun spieren vergroenen

Hun adem blijft achter

Het dressoir van palliatieve zorgen

Laatste groet vandaag en morgen

Autisme Storm.

Dat dorp

Foto: Ferdi de Gier.

Een rijtuig ontdaan van alle koeienvacht

Stond daar roestig in die nacht

De versiering met kleipotjes plastieken bloemen

Nooit snoeien zoals herfstbladeren altijd knoeien

Met neef Madan met zijn hertenlach

Zijn nón lá opgezet op zowaar een vrijdag

In dat verlaten dorp waar mensen dachten dat ze nog leefden

Waar patal het voedseloffer was voor de hindi God

En mulo het muildier van een doorweekte dorpszot

Waar vrouwen nog in een van riet geweven kleed zweefden

En geroosterd bloemmeel aan hun kleine handjes kleefden

Waar chrysanten patronen op goedkope paraplu’s overleefden

Boerendochters in het stro hun ontmaagding beleefden

En de zoon van de buren dacht dat hij kon zwemmen

Toen hij het water in een gietijzeren badkuip kon temmen

Autisme Storm.

Foto: emiliacolia op Flickr.com.

Lente

Foto: jack1972ok op Flickr.com.

Drie primus madeliefjes honoreerden de spijzen

Tandpijn en oogziektes niet langer te krijgen

Heesters te snoeien, kleine vosjes die stoeien, vroegers die bloeien,

Krokussen verschijnen, zwijntjes heel kleintjes, balkonbakken fijntjes

Wildemanskruid harig ranonkel, geel hart van meeldraden

Bonte kleuren, Diana Clare en Charles Lamont schilderen tuinpaden

Bollen en knollen worden bloemen en kleuren

Toverhazelaar en sneeuwbal geweldig die geuren

Bittere bessen van de Gelderse roos laten vogels afschrikken

Boeketjes gaspeldoorn beschermt door vlijmscherpe prikken

Magnolia klokken luiden het einde van nacht en van vorst

Camelia verslapen, Mimosa aan het gapen, wilgenkatjes zo’n dorst

Zilver grijsblauwe naalden van Libanese ceder

Insekten, konijntjes, zo klein en zo teder

Ooievaars klapperen hun eigen, hun toon

Roze bloemen te eten van de judasboom

De rhododendrons verlegen kijken omlaag

De lente is nu. Nu en vandaag.

Autisme Storm.