Weg van de dag

Ik loop weer weg

Van de dag vandaag, terug naar gisteren

Om mijn blonde haren te laten wapperen

In windstille grijze straten

Weg van de wijze raad

De eigen waarheid achterna

Die mij een spiegel geeft met doornen

Als ik hulp zoek

Zoek ik naar jou die ik wegduw

Huil ik om jou glimlach

Bijt ik in de helpende hand

Terwijl mijn hersenen verkeerd kronkelen

Weg van jullie normaal

Dat mijn vreemde eend blijft

Mijn vijand nummer één

Ik wil niets

Niets dan jou

Niets dan gewoon

Niets is veel

Te veel voor een simpele duif

Die vliegt onder een oceaan

En lava spuwt over dromen

Voor de zandman slapen zal

Ik doe maar voort

Vandaag, één dag na gisteren

Voort de eigen weg

Weg van alles, dicht nabij

Met mijn eigen klei

Onwennig aan jou zij

Autisme Storm.

Zo verdomd alleen

Foto: FaHaD op Flickr.com

Ik ben samen, maar ik wil zo verdomd alleen zijn.

Alleen met mijzelf. Alleen met de wereld.

Weg van de racebaan van drukte, verplichtingen, poeha’s.

Mijn hoofd heeft een boksmatch gehad met vragen, onzekerheden.

De routine is opgeslokt door een groot vakantiemonster.

Het moeten weg gaan, het moeten zoeken en meenemen.

En de stress dat je dan toch iets vergeet en op je donder krijgt.

Weg uit mijn vertrouwde omgeving, mijn habitat.

Het voor mij bekende plaatje, mijn huis, gewoontes, werk.

Het aftellen is begonnen naar de dagelijkse gang van zaken.

De rust van de regelmaat en de planning.

Hoe bang ben ik weer?

Voor al het nieuwe, al het anders, al het onbekende.

Een weekend weg is als een stoorzender voor een radio.

Als een klap tegen je gezicht, de onzekerheid bonkt uit je hart.

Die marathon die je hebt gelopen voor je een voetstap zeg.

Een stap in het onbekende.

Ik ben doodop en de deur moet nog achter mij dicht.

De gevangenis zit aan de buitenkant.

Autisme Storm.

Foto: Camilla Nilsson.