Masai mannen

Foto: Jean Michel op Flickr.com.

Keni en Tanzi, verdreven naar buches,

waar beknotte dapperheid wordt begraven.

Achtergelaten blikken van witte klei couche

in tenten van dorst en hongerige magen

daar waar een metamorfose mannen maakt

en jongens begraaft in de rimboe.

In dat dorp ontwaken potten en pannen

twee koeien, tien geiten, wat was hun gedacht

alvorens bereid volgens geroosterde moordplannen

met platte broden gekneed, door vrouwen zo zacht.

Waar jongeren samen de geiten reeds melken

terwijl versletenen hun eigen alcohol doen leven,

geschenken bezongen en ook weer verwelken

in dansen en liederen die de aarde doen beven.

Ritme en rijst voor roodgekalkte snuiters,

voor mannen die terugkeerden als waren het Goden.

Autisme Storm.

Koffie

Foto: Drey.

Het zwarte goud

Toverde bitterheid op zijn tong

Zout tussen bubbels en benen

En een warme gloed tussen Adam’s appel

Die neerdaalde door tepels en dijen

Om te verdwijnen in een zure massa

Kolkend van verlangen naar meer

Om een hongerende dorst te stillen

In een mok van vertrouwen

In een gevoel van herkenning

En een opstoot van energie

Om de volgende minuut te halen

En het volgende uur hopelijk ook

Tot de zwarte geest is uitgewerkt

En schreeuwt om een nieuwe drug

Anonieme gelukzoeker

Foto: Rafa Velazquez.

Door de nood zwaar in het rood

Ellende aan een radeloze vlucht ontsproot

Eenzame sardien in een helse vloot

Overleef je of wordt het de dood

Jou hart moeders’ smart

Jou leven te vroeg getart

Verzuip jij als een onbekende

Die vluchtte en rende

Geen letter over jou in de krant

Radeloze op zoek naar een land

Waar alles beter zou zijn

Naar een paradijs zo fijn

Maar haal je ooit de bestemming

Of cirkel je in een doodsring

Een kans zo klein

Ontvluchten die pijn

Armoede, oorlog en geweld

Leven op een vuilnisbelt

Een hart van hoop

Een toekomst te koop

Een verleden begraven

Een dorst snel laven

Maar hoe onzeker is de toekomst

Een boot als een zeepspons

Golven te hoog

Dromen te groot

Het verre land ligt te ver

Enkel rest ons een ster

Die in jou naam zal schijnen

Wanneer jou leven zal verdwijnen

Vluchteling je stierf niet alleen

Voor jou geen traan, geen geween

Een anoniem graf in een havenstad

Want ze hebben het gehad

Met zij die zoeken en vluchten

Waarvoor we niet langer zuchten

Maar aanvaarden wat niet te aanvaarden is

Ze hebben pech, ze hebben het mis

Ze mogen zinken en verdrinken

Zonder knipperen of verpinken

Hun dood heeft immers geen waarde

In onze steen van harde aarde

Autisme Storm.

Water en dorst

Foto: Paul op Twitter.com.

Hunkerend naar de geur van regenwater

Om warmte en zon te verdrijven

uit hun verdroogde neusgaten

en door hitte verdampte lijven

Ze weten ze zweten niet meer

Ze moeten haast braken

Hun plassen doet zeer

Hun spieren die kraken

Zonnespinnen achtervolgen hun schaduw

De trage wissel van het seizoen

Zaagschubadders raspen zo sluw

Alleen muggen hier niets te doen

Als mestkevers laven aan nachtelijk vocht

Rozemarijn tegen spierpijn

Aloe koortswerend en water voor dorst

Nooit muggen, dat enige is fijn

In hoeken en kanten, ver afgelegen

Een kalme oase schittert zo luid

Voor nomaden een zegen

Een airco paleis met geitenhuid

Autisme Storm.