Paaseiland

Foto: .WorldCoup. op Flickr.com.

Achtergelaten op een eiland groen zonder blauw

Neuzen in de lucht, eerder bruin dan grauw

Duizenden jaren staan ze te gluren

Ingedommeld verkleumd in de ochtenduren

Hun kale knikkers blakend in de middagzon

Vertwijfeld over lot en oorsprong

Gingen zij over velen hunner tong

Waar Pasen blijft duren

Zijn hun cloons eeuwige buren

Autisme Storm.

Onbewoond eiland

Foto: Bert de Jonge.

Op een onbewoond eiland

Wonen jij en ik niet tesaam

Want dan is het onbewoond

Weldra meteen gedaan

Autisme Storm.

Kos

Foto: Bernard Vignault.

In de kuil van het vasteland tussen hier en ginder.

Sliepen twintig tinten blauw.

Uitgelachen door een zeevogel en vlinder.

Ze noemden het de zee en iedereen was mee.

Het laatste Griekse eiland omarmde Kos.

De greep verzwakte en het Turkse Rijk was om de hoek.

De zee zweeg en pijnigde blauwe fronsen.

Een schreeuw van een eenzame vogel.

Melkwitte boten vergaten verder te varen.

De wind genoot van de Griekse siësta.

Streelde de groene punkharen van de palmen.

Een snelwandelende vogel schelde een kreet.

De take-off was sneller dan het verstommen van elke schreeuw.

Een groene tarmac van het hoteldak.

Een vluchtig onthaal voor raaf en nachtegaal.

Het andere vasteland lag verloren in een zee van mist zoals reeds tevoren.

De namiddagzee stapte voetje voor voetje.

Bedeesd en bevreesd.

Bang de sultan en de Griekse goden wakker te maken.

Alleen door het blauwe laken

Konden zeilboten verder geraken.

Verder van huis of dichter bij thuis.

De kapitein nog in vertwijfeling.

De golven in hun laatste swing.

De siësta die zijn zwanenzang aanving.

Autisme Storm.