Ze verdween

Foto: Hans Polet.

Ze verdween

zoals alleen schoonmoeders kunnen verdwijnen

uit een witgekalkt huis aan die drukke steenweg

in een Oost-Vlaams Scheldedorp

waar ze ooit oud dacht te worden met de echtgenoot.

De tijd besliste er anders over.

De man had al een decennium de aarde verlaten,

tien jaar nadat hun volkscafé de laatste gasten ontving

en het huis werd gefacelift door een zoon en schoonzoon,

die zich genesteld hadden onder moeders paraplu.

Dat schoonmoeder naar de Emiraten moest reizen

om een West-Vlaming te ontmoeten, zou niemand geloven.

En zoals de radius vergrootte,

verruimde ook het blikveld van de schoonmoeder,

die het huis verliet om in een appartement te wonen,

honderden meters verder, een hele afstand,

om enkele bakstenen te herleggen, zowaar.

Autisme Storm.

Vol hoofd

Foto: Kyle Ruth.

De drukte om mij heen

Waar moet ik heen

Ik voel mij hier niet thuis

Ik voel mij een pels in de luis

Straaljagers vliegen in mijn hoofd

Van alle rust opeens beroofd

Voller dan volle melk

Laat gaan die kelk

Een racebaan, een rat race

Laat mij adem en space

Geef mij tijd

Zodat ik niet langer lijd

Laat mij gaan

Ik ga eraan

Ik wil rusten

Ik leef te bewust

Vol prikkels en vol hoofd

Ik wou dat je mij gelooft

Autisme Storm.

De zoektocht

Pristina in Kosvo.
Foto: f.x. op Flickr.com.

Het zoeken, het vragen, het snel willen behagen

Met standaard woorden en gekende vragen

Een elektronische snelweg van verloren dagen

Met leugens, gefake, afwerpen van meerdere lagen

Zo naakt en zo bloot

Zo klein en zo groot

Ik zocht en verloor

Geen liefde, maar goor

Het zoeken, het vragen, het snel willen behagen

Versleten mijn jeugd, mijn jonge adonis dagen

Het was geen verhaal

Het was heel banaal

Veel verdriet en veel pijn

Waar ik niet hoor te zijn

Het zoeken, het vragen, het snel willen behagen

Een verslaving van begeerte die velen beklagen

Een dondere ziel komt zomaar naar boven

Waar men alles en meer zal gaan geloven

Een muisklik, een sweep

Om aandacht hij riep

Doch bespot door een creep

Zijn vertrouwen een vergiet

Autisme Storm.

Sneeuw

Foto: Astrid Mensen.

Het was weer lang geleden

De sneeuw die kwam beneden

Het zag overal witjes aan

Alle auto’s van de baan

Ik kon het niet geloven

Wat deden ze toch daarboven

Boven in de hel

Deden zo hun ding daar wel

Kon ik maar verlangen

Naar vogels en gezangen

Kon ik maar weer staan

Op de aarde of de maan

Maar niemand kan ooit beloven

Dat de lente ooit zal komen

Mijn adem bleef toen staan

Het leven plots gedaan

Ik stond die ochtend voor het venster

Mijn lichaam zijn laatste genster

Het zag zo wit daarbuiten

Sterretjes bevroren aan de ruiten

Maar voor mijn ogen, plotseling zo zwart

Opeens begeven, veel te jong mijn hart

Ik zal geen honderd halen

Ik steeg op uit de dalen

Mijn karma zweeft nu rond

Waar het nooit vriest aan de grond

Het zal nooit meer lente of winter wezen

Nooit meer pijn, ziek of genezen

Ik heb mijn rust gevonden

In de hemel voor de honden

Autisme Storm.