Zoeken naar licht

Foto: Lunis’s Dollhouse.

Ik vond de zoetheid in het witte licht

Van een broeihete ijskast

Omgeven door speeltjes die leefden

In een verleden en toekomst

Waar beertjes zaten in het brood

En vlinders dartelden olifanten groot

Ik vond de zuurheid in het gele licht

Toen de ijskast begon te smelten

En fonteintjes keukenmieren deden laven

Aan jenever met citroenijs

Van een kofschip dat niet wou drijven

In de zwaarte van het heden

Ik vond de zachtheid in het groene licht

Toen marsmannetjes stonden te wachten

Met witte mondmaskertjes op de lijnbus

En ze vergaten te vragen

De eindhalte van hun avontuur

In vond de rust in het zwarte licht

Omdat niemand daar knipperde

De was daar droogde en weekte zonder draden

Een eengemaakte geur van de ontplofte zomer

Na de staatsgreep op de lente

Die we nog steeds niet konden aanvaarden

Dansen met de duivel

Foto: Chase Tehani.

Reddeloos voelde ik jou ijzeren klauwen

Die mij onze ontmoeting deden berouwen

Verloren was elke uitkomst zo ik wou

Jij ging mij lusten, meer dan gauw

Verorberen dit, het enige voedsel, graag

Met snelle happen en dan weer traag

Bewegingsloos was ik verloren

Hemels vlees voor jou bekoren

Je tastte toe, beet na beet

Je drang zo groot, je adem heet

De duivel zond jou naar mij toe

Ik jou ontbijt, dat deed je goed

Mijn inbreng was geen brengen meer

Jou lichaamssappen een vloeibaar teer

Ik kwijnde weg

Jij deed geen zeg

De duivel zag, je deed ’t wel, je deed ’t goed

Zijn plannen smaakten dankbaar zoet

Mijn hoofd gingen tollen als een orkaan

Vertoefde daar, een andere waan

Ooit te leven, gans opnieuw

Zonder adem, zonder kieuw

Ik werd onzichtbaar, ik werd heel flou

Ik werd heel anders, ik weet niet hoe

Ik werd weer groen, grijs en rood

Ik werd weer leven en dan weer dood

Paaseiland

Foto: .WorldCoup. op Flickr.com.

Achtergelaten op een eiland groen zonder blauw

Neuzen in de lucht, eerder bruin dan grauw

Duizenden jaren staan ze te gluren

Ingedommeld verkleumd in de ochtenduren

Hun kale knikkers blakend in de middagzon

Vertwijfeld over lot en oorsprong

Gingen zij over velen hunner tong

Waar Pasen blijft duren

Zijn hun cloons eeuwige buren

Nymfomane

Foto: Jaune d’eau op Flickr.com.

Met jou stekels en jou dodendans

Dook je op bij professor Van Ranst

Jij hyperseksuele nepgodin

Drong er opeens in

In onze wereld lief en klein

Bracht je ellende en deed pijn

Je was een gestoorde vrouw

En lustte ons allemaal rouw

Jou anorgasmie was een fobie

Jou killer instinct een fantasie

Voor jou stonden dokters als lakei

Speelden kinderen thuis met boetseerklei

Voelden wij ons klein in een grote rij

Als een Giel in monnikspij

De wereld werd opnieuw ons dorp

Een buurtwinkel op schouderworp

Om achten allen uit de deur

Even klappen tegen de ophoksleur

Onze helden niet langer op tv

Maar zorg en politie mijn idee

De professoren, labo en de rest

Doen nu zo wreed hun best

De middelen zijn duur en schaars

De patiënt nu groen dan paars

Lange dagen, lange uren

Krijgen het zwaar verduren

Vele handen, vele bedden

Moeten onze toekomst zetten

Helden in wit, groen en blauw

Helden man en vrouw

Helden zonder handleiding

Vechten voor een blijde tijding

Vechten voor u en ik

Vechten voor een knik

Om even op adem te komen

En waakzaam te blijven dromen

Onthoofden zij het gevaar

Maar de nymfomane blijft daar

Als een gestoorde psychopaat

Die maar niet rusten gaat

Witte woede

Foto: Witte Woede Witte Woede op Flickr.com

Een witte woede van groene sjaals en groene vlaggen

Van gesmoorde emoties en vermoorde idealen

Ontvlammen als vuurpijlen en bommetjes in het rond

Het ontspoorde falen van besparingen en werkdruk

Tot de druk op de ketel te veel wordt

En er in de keuken geen ketel meer overblijft

De verzorgenden onze zorg nodig hebben

En verpleegkundigen hun wonden likken

In een ongelijke strijd voor alsmaar meer

Met alsmaar minder om dat meer te maken

Afgeschoten als de favoriete roos op de kermis

Uitgeblust zoals zelfs pompiers dat niet kunnen

Omdat ze denken dat ze het wel aankunnen

Dat alles wel vlotjes zal varen

Dat het een beetje aanpassen is

De dodentocht met een rollator

Verspringen zonder benen

Olympisch zwemmen voor eendagsvliegen

Mogelijkheden onmogelijk en onbeperkt

Iemand wordt er gelukkiger van

Investeerders in immobiliën en pillen

Poenscheppers aan de bron

Tot de bron geen leven meer geeft

En het paradijs een oase blijkt

De leeuwin

Foto:Johnny Cooman.

Verborgen tussen het groen

Van de laatste restjes omwalde stad

Een schim, een bevlekt jong

Beschermd voor de ochtendjacht

Als moeder moet gaan rennen

Impala, gazelle, zebra en buffel

Bliezen ze van grasvlaktes en savanne

Wurgden of verstikten alle rivalen

Maar zij, zonder manen, nu heel alleen

Goudkleurige ogen, zandgele vacht

De staart al in balans

Brede kop, korte snuit

Zal zij een vogel of rat vinden

Daar in het Lepoldpark

Bergen

De Col du Tourmalet is een bergpas in de Pyreneeën, in het zuidwesten van Frankrijk, departement Hautes-Pyrénées. De 2115 meter hoge passage is vooral bekend geworden dankzij de Ronde van Frankrijk, waar ze in 1910 voor het eerst in werd opgenomen.
Foto: geledan regis op Flickr.com

Soms lijken woorden bergen

Die emoties verbergen

Een uniek moment dat moment

Niemand die de wolken kent

Ze verhullen de pracht van rots en groen

Zo is het nu, zo was het toen

Elke seconde een andere beeld

Nooit went, nooit verveelt

Omdat alles constant verandert

En de toekomst zo meandert

Woord na woord

Tot een zin ontspoort

Tussen het heden en verleden

Steeds nieuwe paden betreden

Honderd duizend treden

Beneden naar het verleden

Omhoog naar de toekomst

Een blik die ons verwent

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.

Kleuren

Foto: Mikka Noptek.

Geel is het licht. Geel is de dag. Geel is de zon en de kracht.

Ook groen. De natuur en het leven.

Maar als alle kleuren samen komen is er enkel zwart. En dan licht. Sterker dan wij kunnen zien met onze ogen.

Geel is niet geel. Groen is niet groen. Zwart is niet donker.

Het zijn duizenden kleuren alle-tezamen. Wij simpele onnozele mensen zien geen kleuren. Wij denken alleen dat we kleuren kunnen zien.

Water is wit of is het blauw? De zee is groen, grijs of is het appelzeeblauw?

Wij zien geen kleuren. Omdat ons mens-zijn zijn beperkingen heeft (zoals een autist).

De kleur van elk karma omvat de ziel. Als de ziel gaat leven na een korte winterslaap, krijgt het karma zijn kleur.