Dichtbij

Foto: WrenNoir Cerise op Flickr.com.

Ik ben het gezang van de vogels,
het gefluister in de bomen.
De zachte stilte na een storm,
en de warme zomerbries.

Ik ben de sterren aan de hemel ’s nachts,
Ik ben de gedachten in je hoofd die zeggen dat er iets goed is.
Ik hou je hand vast als je je down voelt,
Hoewel ik het gevoel krijg dat je het gewoon niet weet.

Ik ben niet gestorven.
Ik ben nog steeds hier.
Ik ben die zachte stem
In jouw oor.

Autisme Storm.

Mijn beste vriend (afscheid van een huisdier)

Foto: *MSM*

Kon ik mij maar verwarmen

Aan die vacht van plezier

Aan die snoet van vertier

Was jij maar weer hier

.

Vrienden sterven nooit

Alleen hun adem stopt

En voetstappen verdwijnen

Maar de liefde blijft

.

Een beste vriend sterft niet

Omdat je hem niet langer ziet

Een beste vriend blijft naar jou komen

In herinneringen en mooie dromen

.

Kon ik toveren

Dan nam ik mijn toverstaf

En jij bracht hem weer

.

Mijn kleine vriend

Mijn groot verdriet

Die een plotse wind

Naar de hemel blies

.

Waarom moet je ons plots verlaten

Naar jou reis hebben wij het raden

Waar loop je nu toch rond

Mijn liefste (naam), mijn allerliefste hond

.

Niemand die het bevat

Voor hen was je maar een kat

Voor ons was je een held

Onze (naam), ons maatje

Blij dat ik je heb gekend

Autisme Storm.

Kos

Foto: Bernard Vignault.

In de kuil van het vasteland tussen hier en ginder.

Sliepen twintig tinten blauw.

Uitgelachen door een zeevogel en vlinder.

Ze noemden het de zee en iedereen was mee.

Het laatste Griekse eiland omarmde Kos.

De greep verzwakte en het Turkse Rijk was om de hoek.

De zee zweeg en pijnigde blauwe fronsen.

Een schreeuw van een eenzame vogel.

Melkwitte boten vergaten verder te varen.

De wind genoot van de Griekse siësta.

Streelde de groene punkharen van de palmen.

Een snelwandelende vogel schelde een kreet.

De take-off was sneller dan het verstommen van elke schreeuw.

Een groene tarmac van het hoteldak.

Een vluchtig onthaal voor raaf en nachtegaal.

Het andere vasteland lag verloren in een zee van mist zoals reeds tevoren.

De namiddagzee stapte voetje voor voetje.

Bedeesd en bevreesd.

Bang de sultan en de Griekse goden wakker te maken.

Alleen door het blauwe laken

Konden zeilboten verder geraken.

Verder van huis of dichter bij thuis.

De kapitein nog in vertwijfeling.

De golven in hun laatste swing.

De siësta die zijn zwanenzang aanving.

Autisme Storm.

Ik was alleen

Drakenboom op Tenerife.
Foto: NadiaBE op Flickr.com.

Ik was alleen en vond toen samen. We waren jong. We werden oud. Jij gaf mij mijn benen en ik gaf jou mijn hand. Het werd een band. Ons verstand. Eindelijk aanbeland. In dit land.

Waar ik zocht en ik nooit vond. Waar jij vond, maar vergat te zoeken. Waar twee terug één werden. Versmolten in heden elk zijn verleden. De drakenboom wist, maar zijn ringen zwegen in de mist. De moerassen, de woestijnen, de steppen, het heelal om de hoek.

Het vinden van ver hier nabij op de deurmat een welkom en blijf. De deur op een kier, lekker dier blijf hier, voor plezier en vertier, voor luister en kluister, voor een knuf en een puf, voel je hier goed, want dit wordt nu ons thuis.

Na al die zware dromen eindelijk de ochtend aangekomen. In het licht van de wereld. De boosheid op schap, lach op de mond, opnieuw geluk in het rond toen ik jou daar zo vond.

Autisme Storm.