Ik ben het gezang van de vogels, het gefluister in de bomen. De zachte stilte na een storm, en de warme zomerbries.
Ik ben de sterren aan de hemel ’s nachts, Ik ben de gedachten in je hoofd die zeggen dat er iets goed is. Ik hou je hand vast als je je down voelt, Hoewel ik het gevoel krijg dat je het gewoon niet weet.
Ik ben niet gestorven. Ik ben nog steeds hier. Ik ben die zachte stem In jouw oor.
Drakenboom op Tenerife. Foto: NadiaBE op Flickr.com.
Ik was alleen en vond toen samen. We waren jong. We werden oud. Jij gaf mij mijn benen en ik gaf jou mijn hand. Het werd een band. Ons verstand. Eindelijk aanbeland. In dit land.
Het vinden van ver hier nabij op de deurmat een welkom en blijf. De deur op een kier, lekker dier blijf hier, voor plezier en vertier, voor luister en kluister, voor een knuf en een puf, voel je hier goed, want dit wordt nu ons thuis.
Na al die zware dromen eindelijk de ochtend aangekomen. In het licht van de wereld. De boosheid op schap, lach op de mond, opnieuw geluk in het rond toen ik jou daar zo vond.