Zwarte tranen

Foto: Lorenza op Flickr.com.

Ik huil zwarte tranen

Als een niet te ontwaren kluwen

De zon schijnt, maar ik hoor donder en bliksem

Het geluk lacht

Mij uit in het gezicht

De pijn zit diep vanbinnen

Ik wil ze eruit krassen

Maar heb de moed niet

Ik voel mij alleen in de menigte

Ze zitten samen in mijn hoofd

De antoniemen van een autist

Ik ben de weg niet kwijt

Ik zie zelfs geen weg

Mijn ziel is verward

Mijn lichaam loopt over

Mijn geest verdampt

Zwarte tranen maken diepen groeven

In het parket van het leven

Advertenties

De scheiding

Foto: αndrΩ op Flickr.com.

Een scheiding! Een scheiding! Een scheiding!

Het klonk alsof ik mijn ontslag kreeg

Het donker en zwart was slechts een teken

Mijn pijn viel in de rivier

Ik voelde mij een slaaf

Toen ik die drie woorden hoorde, dacht ik te dromen

Kan de werkelijkheid terugkeren?

Is dit opnieuw één van jou vuile streken?

Mijn hart dwong mij de adem van elk moment te leven

Het verplichtte mij te schuilen in de schaduw van het zwaard

dat boven mijn hoofd hangt

Ik wil blijven leven!

Maakte ik niet lekker en voldoende eten voor jou?

Maakte ik een fout met de boodschappen?

Toon je mannelijkheid

Ik zorgde voor de geboorte van jou kind

Nu zal ik vechten en mijn zelfvertrouwen terugkrijgen

Ik zal strijden voor respect

Mijn hart en verlangens volgen

Ik zal mijn droom doen uitkomen

En jij?

Nu hoor je de echo uit mijn onafhankelijke ziel

De echo die hete lava door je oorschelpen laat stromen

En kraters zal toveren op de spiegel van jou gezicht

Labyrint

Labyrint op de Novalishoeve in Texel in Nederland.
Foto: Roel Wijnants.

Ik verdwaal in mijzelf

Een labyrint met tentakels in de verste hoeken

Als de grote hindoe-moedergodin Durga

Met vier, acht, tien of twintig armen

Grijpen in het heden

Maar het verleden niet kunnen ontrafelen

Beelden als lichtflitsen door het hoofd

Ik verdwaal in de carrousel van het leven

Dat te druk, te chaotisch is voor mij

Ik verlies alle controle

Ik ben bang, doodsbang

Ik ben triest, verschrikkelijk triest

Ik ben boos, boos op de hele wereld

Ik kan het even niet meer aan

Die drukke wereld, al die beelden, die emoties

Geef mij de tijd en ruimte

Die ik nodig heb om het verleden te verwerken

Ik zie vier keer meer dan jou

Ik hoor vijf keer meer dan jou

Geef mij mijn eigen stek

Laat mij alleen

Geef mij voldoende rust

Ik ben anders dan de anderen

Geef mij geborgenheid en zekerheden

Zodat ik een uitweg kan vinden

In het labyrint van het leven

Foto: Arnoud Dewit.

Ademen. Blijven ademen

Foto: Ben The Man op Flickr.com.

Mijn hoofd voelt zwaar als een loden kanonbal. Kanonschot. Er komt geen schot in de zaak. Ademen. Blijven ademen.

Diep inademen. Met de duim en wijsvinger een gesloten hangertje, slootje maken. Alle negatieve energie, beelden en prikkels inademen. En nadien op een wolk in je gedachten zetten.

Dan het hangertje tussen duim en wijsvinger loslaten en de negatieve energie uit je lichaam en borstkas.

De wolk met alle negatieve indrukken, gedachten en beelden ver weg laten drijven. En dit herhalen tot je hoofd opnieuw rustig en leeg is.

Ademen. Blijven ademen.

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.

Alleen

Foto: FaHaD op Flickr.com

Ik ben samen, maar ik wil zo verdomd alleen zijn.

Alleen met mijzelf. Alleen met de wereld.

Weg van de racebaan van drukte, verplichtingen, poeha’s.

Mijn hoofd heeft een boksmatch gehad met vragen, onzekerheden.

De routine is opgeslokt door een groot vakantiemonster.

Het moeten weg gaan, het moeten zoeken en meenemen.

En de stress dat je dan toch iets vergeet en op je donder krijgt.

Weg uit mijn vertrouwde omgeving, mijn habitat.

Het voor mij bekende plaatje, mijn huis, gewoontes, werk.

Het aftellen is begonnen naar de dagelijkse gang van zaken.

De rust van de regelmaat en de planning.

Hoe bang ben ik weer?

Voor al het nieuwe, al het anders, al het onbekende.

Een weekend weg is als een stoorzender voor een radio.

Als een klap tegen je gezicht, de onzekerheid bonkt uit je hart.

Die marathon die je hebt gelopen voor je een voetstap zeg.

Een stap in het onbekende.

Ik ben doodop en de deur moet nog achter mij dicht.

De gevangenis zit aan de buitenkant.

Foto: Camilla Nilsson.

De oude ziel

Cheltenham Badlands nabij Toronto in Canada.
Foto: Lucia op Flickr.com.

De oude ziel zweeft hier nu rond. In de nacht komt hij tot leven en weer tot rust. Donker is licht en licht is donker. De beide voeten van de grond tot er geen voeten meer nodig zijn. De voeten zijn ballast. In een andere wereld alleen een last. Als ze verdwenen zijn, rest het hart en het hoofd.

De ziel en de mens. Tot ze één worden. De immense oerkracht, het helderste van het bestaan. De indrukken van het verleden meanderen in een kolkende rivier zichzelf voorbij razend tot de pijnen en de zorgen worden achtergelaten in het landschap van gisteren. Pas dan komt de oude ziel tot rust.

De kolkende rivier wordt opnieuw een rustig stromen. Van de dag bekomend, de transformatie verder zettend met de wederkerende cyclus van ons bestaan. Verlangend uitkijkend naar nieuwe groeven van straks en morgen die de rivier in de bedding van het leven snijdt. Tot straks en morgen tot stilstand komen in de zaligheid van het heden. Tot het karma zijn energie boost heeft verworven. En de oude ziel opnieuw tot rust komt, voldaan in het bestaan.

Meisje in de metro

Foto: Tald Khatib.

Je komt toch altijd dezelfde mensen tegen op het perron en in de metro. Het meisje met de kastanje bruine paardenstaart. Waarbij je je afvraagt hoe haar dikke vette ronde kont ooit in haar jeans past en wanneer ze uit haar jeans gaat springen.

Met haar kartonnen zakje en haar bruine lederen handtas gemaakt door achtjarige kinderen in Bangladesh in mensonterende omstandigheden.

Met een aura van ontgoocheling, woede, verdriet van ik, Calimero, tegen de boze collega’s en bazen op het werk. Haar moeilijke relatie met haar jeugdvriend. De dominerende moeder en de afwezige vaderfiguur en het negativisme van een bus Okra-leden drie uren in de file, in dat vrouwelijk lijfje.

Ze werkt niet bij ons hoor. Maar ik zie ze wel dagelijks in haar strijd, vol nijd, tegen haarzelf. De misnoegdheid van het topje van haar strandschoenen tot de kleinste vezel in haar bestaan.

En dan is er ook de grote dikke loebas die in Aalst de trein neemt. Wit t-shirt drie maten te klein voor zijn dikke buik en navel op de voorgrond zijn nek uitsteken naar de pendelaars. Dag navel, dag dikke man. Met je bruine short en opgeblazen gezicht net alsof je er en half uur met een fietspomp in gepompt hebt. Haren zoals Johan Verminnen, maar het voorste deel van het hoofd goed kaal. Gezicht van een verdronken vlinder in de Kalmthoutse heide. Zoals de ark van Noach; iedereen mag mee.

Op de atletiekpiste

Foto: dickgrayson66 op Flickr.com

Ze zitten in de tribune van een atletiekpiste en kijken naar de lopers.

Ze denken dat ze alles zien en weten.

Maar ze blijven toeschouwers.

Zelfs met honderden camera’s en commentatoren.

Ze zullen nooit aanvoelen hoe de lopers lopen.

Waarom ze beginnen te sprinten, versnellen en vertragen.

Hun hart en zweetdruppels voelen.

Ze blijven toeschouwers die denken dat ze alles zien, maar voelen niets.

Alleen de loper voelt zijn bloed verzuren, zijn hart in de borstkas bonken, de inspanningen opdrijven en weten wat er om gaat in het hoofd van de loper.

Alleen de loper kent de weg naar de top en de drijfveer om die te bereiken.

De mensen in de tribune blijven waarnemers, toeschouwers.

Ze kunnen de atleet steunen of breken met kritiek.

Maar nooit zullen zij ooit zelf in de achtbaan lopen en ervaren wat die atleet op dat moment voelt en waarom die op zijn parcours versnelt, vertraagd of waarneemt.

Alleen de loper moet zelf zijn baan lopen en zijn succes behalen.