Opgesloten

Foto: Dylan J. Kurzawa.

De pijn om het verdriet

Dat jij niet ziet

Dat er altijd is

Gewis

Angst om niet alleen te kunnen zijn

Opgesloten in een voortrazende trein

Mensen als huilende wolven in de wind

IJzeren platen die schuren over het grind

De hunker naar een leeg glas

Toen alles stil en rustig was

Je stervende ziel dag na dag

Zij enkel horend hun beklag

De leegte van het bestaan exploderen

Doornvogels zonder pluim of veren

Levend begraven in hun drukte

Uit mijn eigen wereld weggerukt

Een laatste adem om te vluchten

Naar waar ze elkaar niet kusten

Autisme Storm.

Opnieuw schuilen

Foto: Thomas Noriega.

Ik rook de jasmijn van jou oksels

Ik zag de schaduw van jou voelsprieten

Ik voelde het trillen van jou neusharen

Ik proefde het zout van jou adem

Ik hoorde het fluisteren van jou rode bloedcellen

Maar de afstand bleef enorm

Grand canyons ver weg

Eeuwen van tijd

Vervlogen verdampte hersenspinsels

Toen er geen eind aan kwam

Wij de wereld in onze achterzak staken

Het seizoen op de kalender noteerden

Plannen zekerheden waren

Vragen overschilderd werden met tipex

Goden nog bij Romeinen en Grieken hoorden

En wachtrijen in communistische supermarkten

Wij mondkapjes op de brandstapel gooiden

Ebola was opgelost en China nog rijk

Virussen nog drie en één Rus waren

Een knuffel banaal werd

En een bezoek te veel

Reizen een plicht

En een blanco agenda geen zicht

Kon ik maar opnieuw schuilen

In die wereld van voorheen

Omarmen wat nog overblijft

En het anders doen

Gewoon doen…

Autisme Storm.

Samen (Geliefd zijn)

Foto: wilma HW61 op Flickr.com

Ik boog mij voorover naar haar

Als een reiger aandachtig voor elk gevaar

Ze rook naar jasmijn en ik naar terpentijn

De wereld was simpel, er gewoon zijn

Haar tepels bekeken mij droog en hard

Kleine soeplepels schepten in mijn haren zwart

Op de bank lag zij in mijn schoot

Alle haar lippen zo vurig rood

Onze jeans, waar we het intiemste tot laatst bewaarden

Terwijl de aarde niet langer verder draaide

Zij was van mij en ik van haar

Die blik ontwaarde dat kleine gebaar

Ik was geliefd, ik was bekoort

Alleen een dwaas die dat niet hoort

Autisme Storm.

Alleen in de massa (Eenzaam)

Foto: Aad Van den bos.

Ik slenter door drukke winkelstraten

Voor mijn ogen alleen spinnendraden

Ze kijken elkaar in de ogen aangenaam

Voor mij de hel, moet hier vandaan

Het gejoel van de kinderen horen ze niet

Ik hoor zelf de kleuren die niemand ziet

Voor mij was het heel banaal

Iedereen zoals ik dat is normaal

Maar ze begrijpen niet mijn angst, mijn verdriet

Omdat ik anders leef en voel, een eigen lied

Ben ik een alleenling, zonderling of nietmijnding

Omdat ik telkens te veel prikkels ving

En samen zo niet mijn ding

Geef mij mijn ruimte, geef mij tijd

En niet dat oordeel, dat verwijt

Autisme Storm.

Zinloos zoeken

De vermoeidheid van het zinloos zoeken

Naar een betere wereld die niet van deze wereld is

Het najagen van dromen die jou achtervolgen

Naar een aards paradijs dat niet aards en paradijselijk blijkt

Maar een last op verdwenen schouders

Afgesleten en afgehuild door door de jaren

Het besef dat elke uitspatting jou lichaam versplinterd

Als een wrak dat wraak neemt op de vrede

Een zoektocht als een Dodentocht met kruisen

Doorkruisen wij elke redelijkheid en zeden

Om te verdwalen in een verdwaald bos

Dat jou de weg komt vragen

Om te horen zeggen:

Ik keer om naar waar het begon

De toekomst ligt in het verleden

Toen de toekomst nog simpel was

En het verleden de inspiratiebron van heden

Autisme Storm.

Woorden

Autowasserij aan spoor in Utrecht in Nederland.
Foto: Casper Fioole.

Woorden, woorden, woorden

Maar wat is hun betekenis voor mij?

Kan je dit toelichten?

Woorden, woorden, woorden

Ze zijn allen zonder betekenis voor mij

Als ze naast mij belanden

Mijn vingers verstrengeld in mijn ruwe knokels

Jou trillen komt niet tot recht

Woorden, woorden, woorden

Het lot, een beslissing, aansprakelijkheid

Mijn geest is door jou verlicht geworden

Maat ik weet nog steeds niet wat oorlog is

Wie ik ben

Wat het probleem is

Waar het gevecht om gaat

Maar mijn geest is verlicht geworden

Je moet het mij uitleggen

Ik vind het geweldig

En de legers zijn verbluft

De geschiedenis is uitgesteld

Leg het mij een keer uit

Actie, zelfvertrouwen, beslissing, verantwoordelijkheid

Woorden, woorden, woorden

Voor mij blijft de betekenis zinloos

Ik zie jou elk woord azuurblauw maken

Elk van mijn genen doorboren

Met je magische lippen alle twijfels wegzoenen

Ze zijn allemaal veranderd sinds ze tot mij kwamen

Ik moet ze alleen nog horen

Woorden, woorden, woorden

Je woorden zijn ontelbaar, maar genummerd

Hun betekenis slechts één

Geef mij jou woorden

En laat ze onze geschiedenis ontvouwen

Autisme Storm.

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol

Als je het kon horen.

De wind draait rond mijn oren.

Als je het kon voelen.

Wat ik wil bedoelen.

Als je het zou zien.

Ogen voor een man of tien.

Nummerplaten voor de vleet.

Altijd het detail dat het ‘m deed.

Kriebels in mijn buik.

Elke verandering een grote fuik.

En drukte in mijn hoofd.

Weinig goeds dat dat beloofd.

Prikkels hier, prikkels daar.

Gevoelens uiten veel te zwaar.

Als je eens wist wat ik wil bedoelen.

Als je eens wist hoe ik mij zou voelen.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol.

Alles zien, alles horen eist zijn tol.

Alles zit vanbinnen, opgesloten in een bunker.

Alles onder controle, mijn drift, mijn hunker.

Een bezoek aan het warenhuis.

Daar voel ik mij nooit thuis.

Tien geluiden, honderd kleuren.

Daar kan steeds wat onverwachts gebeuren.

Lawaai, kabaal, banaal, fataal.

Geuren, kleuren, gebeuren, treuren.

Horen, oren, storen, boren.

Voelen, bedoelen, betasten, belasten.

Gelukkig alleen. Mijn eigen planeet.

Niet boos: dat je ’t maar weet.

Een taxi naar huis.

Herkenning, mijn thuis.

Geef mij mijn ruimte, geef mij mijn tijd.

Niet jou, maar de boze wereld die ik nu vermijd.

Autisme Storm.

Zijn het je ogen?

Zijn het je ogen? Is het je stem?

Nee, beslist niet je ogen, want ik zie ze niet!

Nee, niet je stem, want hoge tonen hoor ik niet.

Ik hoor je alleen fluisteren als ik niet naar je kijk.

Je sixpack werd een dikke dijk boven de waterplas.

Zijn het je ogen? Is het je stem?

Nee, het is beslist iets wat ik niet verwoorden kan.

Het is zoals smurfentaart die naast andere taarten staat.

Het is zoals een weekdier dat zondags biljarten gaat.

Zo werd jij mijn ventje dat altijd bij mij staat.

Heet het relatie? Is het consternatie? Confrontatie? Co-lokatie? Vibratie of specialisatie?

Nee, het is gewoon verbazing.

Verbazing zonder dat ik je hoef te zien of horen.

Zonder woorden voel ik jou stem.

Met gesloten ogen is jou fluisterend woord voor mij een Chinees klank- en lichtspektakel.

Dan zie ik je ogen. Dan hoor ik je stem.

Autisme Storm.