
Er was eens een jonge dame, genaamd wicht
wiens snelheid veel sneller was dan het licht
ze vertrok op een dag
zonder iemand het zag
en keerde de vorige nacht weer terug
Autisme Storm.

Er was eens een jonge dame, genaamd wicht
wiens snelheid veel sneller was dan het licht
ze vertrok op een dag
zonder iemand het zag
en keerde de vorige nacht weer terug
Autisme Storm.

Ik vond een stukje van jou
aan me vastgeplakt,
vandaag.
Als een bijensteek,
met het gif er nog in.
Schurend en jeukend.
Autisme Storm.

Twee vallende sterren
vervaagden in de duisternis
als een diepe zucht.
Ik wees ze je aan,
ogenblikken te laat.
Twee wensen,
allemaal voor mezelf.
En allebei waren ze
iets moois en geheims
over jou.
Autisme Storm.

Een hart van trouw
Of een hart van zou
Een hart in rouw
Of zo fier als een pauw
Een hart zo rouw
Of verdwijnen heel gauw
Een hart bont en blauw
Verloren in winterkou
Een hart vol berouw
Zonder hulplijn of touw
Een hart voor jou
Omdat ik van je hou
Autisme Storm.



(Liedtekst:)
Waar ben ik toch beland?
Een strand zonder zand
Ik gaf mijn hart in jou hand
Door zotte liefde overmand
Mijn jeans die nu al spant
In Liedekerke strand
We sprokkelden geluk bij elkaar
Van concurrenten geen gevaar
Onszelf zijn kan zowaar
Met jou wordt ik 80 jaar
Onze schuitje ligt al klaar
In Liedekerke strand
Om vijf uur slopen wij
Onze lijven van zweet en klei
Naar land van geluk en vrij
Onder lakens ons stormgetij
Vip plaatsen voor jou en mij
In Liedekerke strand
Daar waar alles kan
En dromen nooit stoppen zal
Schrijven we onze liefdesroman
Onze harten, één bouwplan
Voor afgunst en niemand bang
In Liedekerke strand
Leek de toekomst zo mooi
We speelden in het zomerhooi
Beminden in elke huidplooi
Onze zielen aan elkaar ten prooi
Vluchtelingen uit een gouden kooi
Daar was het strand dat alleen wij konden vinden
Daar was het land dat alleen wij beminden
In Liedekerke strand
In Liedekerke strand
In Liedekerke strand
Autisme Storm.

Koude nacht zo lang gewacht.
Kwam de warmte maar weer.
Ijs en sneeuw doet zo zeer.
Het is raar.
Vandaag dertig graden maar.
Koud en kil.
Weg en stil.
Mijn hartje steeds armer.
Alleen met jou wordt het weer warmer.
Koude nacht.
Dat ik snel in jou armen liggen mag.
Autisme Storm.

Zonder jou is een beslapen bedlaken zonder rimpels.
Een vulkaan die zelf niet haar neus durft snuiten.
Een aardkloot die zich verstopt achter de maan.
Een stoelendans met driemaal te veel stoelen en ‘never ending classical music’.
Het is als Dirk Brosse die met een onzichtbare strijkstok de tanden poetst.
Zonder jou is een droevige dinsdag die zich niet verkleed als woensdag, maar denkt dat het maandag is.
Zonder jou blijft de wereld draaien.
Blijft de leeuw gapen en de macadam hoofdpijn lijden door het schurende verkeer die zijn haren kortwiekt.
Zonder jou gaat alles prima.
Maar anders blijft anders en gewoon gewoon de regel der regelmaat.
Zoals de woestijn de ochtenddauw mist zonder te sterven onder het mulle zand.
Zoals bedoeïenen hun zomerkamp missen in de winter zonder te beseffen dat geen enkele zandkorrel tweemaal op dezelfde plaats wordt geblazen door de wind.
Autisme Storm.
