Witte woede

Foto: Witte Woede Witte Woede op Flickr.com

Een witte woede van groene sjaals en groene vlaggen

Van gesmoorde emoties en vermoorde idealen

Ontvlammen als vuurpijlen en bommetjes in het rond

Het ontspoorde falen van besparingen en werkdruk

Tot de druk op de ketel te veel wordt

En er in de keuken geen ketel meer overblijft

De verzorgenden onze zorg nodig hebben

En verpleegkundigen hun wonden likken

In een ongelijke strijd voor alsmaar meer

Met alsmaar minder om dat meer te maken

Afgeschoten als de favoriete roos op de kermis

Uitgeblust zoals zelfs pompiers dat niet kunnen

Omdat ze denken dat ze het wel aankunnen

Dat alles wel vlotjes zal varen

Dat het een beetje aanpassen is

De dodentocht met een rollator

Verspringen zonder benen

Olympisch zwemmen voor eendagsvliegen

Mogelijkheden onmogelijk en onbeperkt

Iemand wordt er gelukkiger van

Investeerders in immobiliƫn en pillen

Poenscheppers aan de bron

Tot de bron geen leven meer geeft

En het paradijs een oase blijkt

Autisme Storm.

Ik ben een fooraap

Ik ben een fooraap. Elk weekend naar een andere kermis.

Van het ene dorp naar het andere dorp.

Altijd maar heen, altijd maar terug.

Altijd maar reizen van de ene kermis naar de andere.

Het lachen is mij al lang vergaan.

De belletjes rond de nek van de fooraap klinken triest en dof.

De lach veranderde in een droeve snoet.

De kinderen lachen, de kinderen zijn blij.

Maar de fooraap, die lacht niet mee.

Het lachen is hem al lang vergaan.

Elk weekend reizen, elk weekend weg.

Het leek zo mooi, maar hij heeft het nu wel gehad.

Hij wil weer thuis op de schouw.

Niet dat de kinderen niet vriendelijk zijn tegen hem.

Ze lachen, ze zijn blij, maar de fooraap ziet het niet meer.

Waar gaat hij volgend weekend weer naartoe.

Een nieuwe kermis, een nieuwe stad, een nieuw verhaal, allemaal hetzelfde en allemaal anders.

Altijd joelende, luidruchtige kinderen.

Altijd drukte, overal flinkerende lichten, harde muziek, duizenden stemmen door elkaar in elk een andere taal, elk een ander verhaal.

De aap is moe. Hij heeft elke kerktoren gezien.

Elk kind, elke ouder, elk kleedje van moeder, elke pantalon van vader.

Elk dorp, weer heen, weer terug, weer opstellen, weer afbreken.

De aap kijkt langs hen door. De aap kijkt weg.

Zijn vertrouwde plaats op de schouw is weg.

Hij moet maar door. Hij moet steeds verder.

Kermis hier, kermis daar. Hij haalt alle gezichten door elkaar.

In elk dorp een kerk, een pastoor en een koer, een school en een paard van de melkboer.

De tijd is zo lang blijven stil staan.

Bij de kermis in Marrakesh. Dat was nogal wat.

Van de andere kermissen herinnert de fooraap zich niets meer. Altijd heen, altijd terug.

De dorpen lopen door elkaar. Als vlekken op een trui.

Donderdag, maandag, woensdag, weet ik veel.

Andere dag, dag voordien, dag nadien, dag verdwenen, dag erbij, dag opnieuw, dagen vooruit, dagen terug… 26 8 6 14 31 2 11 9.

Cijfers als spoken door de nacht. Linksboven, rechtsonder, vooruit, achteruit. Met twee, met drie.

Weer heen, weer terug, weer daar, is het waar?

Hoofd is vol, hoofd moet leeg.

Geen mens weet hoe zwaar hij het heeft.

De fooraap moet elk weekend mee, van in Lotharingen tot aan de zee.

Honderden lichten, zilver, groen en rood, dansen als kwelduivels hun eigen dans in de nacht.

Cijfers nemen hun rollercoaster. De 9, 1, 2, 3 willen van voren staan. De fooraap ziet ze allen tezamen.

Cijfers met krullen willen altijd gans vooraan.

De 3, de 9, de 2, de 8. En de 1 op een zielenpoot. Cijfers blijf toch staan! Ik wil jullie niet allemaal samen zien.

Kleuren blijf stabiel, ik hoef geen heel pallet te zien.

Dagen blijf gewoon. Geen brugdag, geen feestdag, doe gewoon!

Piramide, balk, rechthoek, vierkant, trapezium, cirkel.

Blijf toch in de wiskundeles bij meester Kris of bij juffrouw Sonja, n’importe qui, maar achtervolg mij niet.

Stappen, lopen, slenteren op de kermis in dit avond. Dorp na dorp dezelfde kerk.

Maar zoveel kabaal, alle kinderen hun eigen verhaal.

De aap wil rust, even niet op de kermis staan.

Maar achter in de klas, waar het altijd fijn was.

Hoe vriendelijk de kinderen ook zijn. De fooraap ziet hetzelfde verhaal.

Van Malika, de vader, de kermis in Marrakesh. De andere kermissen zijn verdwenen.

Autisme Storm.

Ledlampjes in de kerstboom

De dorpen als ledlampjes in de kerstboom.

De straten als spaghettipieten in het bord.

De huizen als ontbijtgranen. De mensen als korrels zand.

Het verhaal is flou.

Ledlampjes, spaghettipieten, ontbijtgranen, zand.

Ze flitsen door elkaar. De ƩƩn naar hier, de ander naar daar.

Komen ook de kerstballen en slingers eraan.

Met nogmaals hun eigen verhaal.

Vraagt moeder Maria ‘Waar is die herberg om naartoe te gaan?’.

Wanneer open, wanneer inchecken, wanneer ontbijt, in welke zaal, wanneer vandaag?

Stop! Het is een herberg. Geen vragen en schuilen maar.

Ik zit met lampjes, pieten, granen, korrels, …

Kom mij niet vragen met welke badge je in jou herberg inchecken mag.

Ik zit in een andere stad, een ander land, een eigen verhaal, als je dat eens begrijpen kon.

Ik ben moe. Straks weer een nieuwe kermis die op mij wacht.

Laat rusten en dan ginds naartoe.

Autisme Storm.