Iraans-sjiitische moslimvader en zijn zoon gekleed voor Muharram in Kasdan in Iran. Muharram is de eerste maand van het jaar van de islamitische kalender en is een van de vier heilige maanden van het jaar. Foto: Eric Lafforge.
Een man en twee kinderen
proberen zich vast te klampen
Ze zien de goedheid van
de wereld voor hun ogen verdampen
Ze wonen in een ver land
dat niemand wil kennen
Hier laat niemand zich in
een viersterrenhotel verwennen
Dat er mensen verdrinken
door overstromingen is heel normaal
Het is ver weg dus voor
ons in het Westen wreed banaal
Pas als er een
regendruppel dreigt op onze derde vakantie van het jaar
Dan vragen wij alle goden
van geld en luxe om een goed gebaar
Maar mensen en dieren die
wachten op hulp na een zondvloed
Dan doen wij ons aan een
extra skireis nog liever tegoed
Vandaag was het Iran,
morgen India, Bangladesh of Soedan
Verzuipen en verhongeren
ze? Laat ons met rust als je kan
Want hier is het druk,
druk, druk, met een nieuwe serie op Netflix
Vergeet niet, als we die
zouden missen, dat is niet niks
Alles komt terug als
morgen in verwegistan een nieuwe natuurramp gebeurt
Iemand dood, iemand in
nood, niemand die er hier om zeurt
Er bestaan alleen landen
waar ze friet en steak aanbieden
Waar we all inclusive van
onze leugen genieten
Alles komt terug, maar
Zakaria, Kaspar en Ali niet meer
Zij verdronken toen u
ging duiken en snorkelen alweer
Je komt toch altijd dezelfde mensen tegen op het perron en in de metro. Het meisje met de kastanje bruine paardenstaart. Waarbij je je afvraagt hoe haar dikke vette ronde kont ooit in haar jeans past en wanneer ze uit haar jeans gaat springen.
Met haar kartonnen zakje en haar bruine lederen handtas gemaakt door achtjarige kinderen in Bangladesh in mensonterende omstandigheden.
Met een aura van ontgoocheling, woede, verdriet van ik, Calimero, tegen de boze collega’s en bazen op het werk. Haar moeilijke relatie met haar jeugdvriend. De dominerende moeder en de afwezige vaderfiguur en het negativisme van een bus Okra-leden drie uren in de file, in dat vrouwelijk lijfje.
Ze werkt niet bij ons hoor. Maar ik zie ze wel dagelijks in haar strijd, vol nijd, tegen haarzelf. De misnoegdheid van het topje van haar strandschoenen tot de kleinste vezel in haar bestaan.
En dan is er ook de grote dikke loebas die in Aalst de trein neemt. Wit t-shirt drie maten te klein voor zijn dikke buik en navel op de voorgrond zijn nek uitsteken naar de pendelaars. Dag navel, dag dikke man. Met je bruine short en opgeblazen gezicht net alsof je er en half uur met een fietspomp in gepompt hebt. Haren zoals Johan Verminnen, maar het voorste deel van het hoofd goed kaal. Gezicht van een verdronken vlinder in de Kalmthoutse heide. Zoals de ark van Noach; iedereen mag mee.