De koekoek

Foto: Willem Hoogsteen.

Koekoek, dag vogel, wat is er met jou?

Dag vogel, dag beest, straks ben je er geweest.

Maar roepen en roeken.

Maar vloeken en vluchten.

Geen verantwoordelijkheid, geen zorgen.

Jou ei in een ander nest vanmorgen.

Jij die mij test, roep niet zo hard.

Vijf vogels op een rij, maar jou kreet erbij.

Laat hen ook eens zingen, niet altijd verdringen.

Ik ken jou verhaal, het is zo banaal.

Mijn oren gaan sidderen, jou kreten fataal.

Koekoek met honing, pluimvee voor koning.

Met jou bestaan is het gedaan.

In de stoomoven nu gans vooraan.

Op de voorgrond wou jij altijd treden.

Had dan mijn oren best vermeden.

Gekruid met lookboter, dat is nu mijn zegen.

Autisme Storm.

Weer verandering

Weer verandering! Weer storm in mijn hoofd!

Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten.

Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders?

Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf.

Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven.

Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen.

Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen.

Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn.

Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn!

Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden.

Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal?

Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal.

Vlucht naar voren.

Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn.

Mijn hoofd zit vol. Weeral!

Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer.

Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde.

Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij.

De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen.

De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn.

Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken.

Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd.

Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen.

Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij.

De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.

Autisme Storm.

Zandstorm in mijn hoofd

Schurende korrels botsen tegen metalen plaatjes en bakstenen.

Een mist, een wolk van bruin stof.

Libanon. Syrië. Woestijn.

Een bruine stofwolk.

Bruine peetjes in klei. Van stof tot mens gemaakt.

De snelheid van het stof, de zandkorrel, de mist van een bruine storm.

De kameel is stil. Met vier.

De koekoek roept als een ambetant beest dat niet kan ‘doordutten’ tot de noen, maar een ‘ratrace’ houdt elke dag met de stralen van de zon.

Gezoem van een rijdend schip.

En nog één! Zwaarder. Trillingen. Zoals de vibratie van een zandstorm.

Huizen dansen op hun palen en een water van cement.

Paalwoningen in een karkas van ijzer gevlochten in ‘concrete’.

De luie vogels zijn afwezig.

De zotte morgen is weer begonnen.

Zotte morgen van maandag tot vrijdag, maar woensdag niet.

Toekedoeng.

Ribbel na ribbel in de verzinkende eenheid van asfalt- en betonstroken.

Geluid van links naar rechts. Van rechts naar links.

Elke bult voelend in kermen van krakend ijzer en hard rubber.

Stomme koekoek! Hou je mond! Leg een ei in andermans nest.

Nieuwe dag, waarom overslaap jij je nooit eens?

Autisme Storm.

Leeg

Mij hart bloedt leeg. Het strand zit vol.

Een guillotine van lawaai hakt af.

Mijn adem breekt, de pijn versmeed.

Geschreeuw verstomd de ijle lucht.

Vibratie, een roes, een waanidee.

De pols stoot geen rode tranen meer.

De spetter daalt in zeden neer.

Het gezoem staat op, de ochtend geeuwt.

De pijn vanbinnen, de kloof vanboven.

Hoe leeg beneden, hoe druk daar buiten.

De koekoek stiller, het suizen luider.

Mijn hart is leeg, mijn hoofd is vol.

De routine roept voor mij alleen.

De afleiding zingt voor hun tezamen.

Geluk te koop in roebels en ponden.

Verdriet en onrust in koopjes en solden.

Een steek, een scheur, een ander lied.

Een bloedend hart, niemand die ’t ziet.

Autisme Storm.