
De liefde is wit. De sneeuw is verdwenen.
De sneeuw zo zoet als wit.
Pas als de sneeuw samen met de liefde verdwijnt, zal zij koffiebitter zwart kunnen zijn.

De liefde is wit. De sneeuw is verdwenen.
De sneeuw zo zoet als wit.
Pas als de sneeuw samen met de liefde verdwijnt, zal zij koffiebitter zwart kunnen zijn.

De brandende sigaret en een kop koffie,
mijn metgezellen weer
Sombere dag,
lawaaierig verkeer,
geen enkel mooi meisje te zien:
de poldernamiddag op zijn mooist
Niets anders te doen dan aan een pijp lurken
en dit gedicht schrijven
Mijn poging tot creativiteit
met een geest onder invloed en
gedachten die op hol slaan
Ik zou een kerk kunnen beginnen
maar in plaats daarvan ga ik slapen
Autisme Storm.

Dromen van de dag
Dat wolken nog bewogen
En mij voortsleepten naar morgen
Toen de koffie nog heet werd gedronken
Zoeken naar de dag
Dat de bloemen nog kleurden
Door aan potlood hangende kinderen
Toen de klas nog een school met meester was
Vergeten die dag
Dat knuffelen nog mocht
Door lichamen te laven met wisselende contacten
Toen de wereld ons dorp was
Begraven die dag
Van bubbels in glazen
Onze agenda een bibliotheek
En we dansten op het ritme van de regen
Hoop op een dag
Dat we opnieuw lachen met nonkel Atsjoem
Vakantie weer reizen naar ver weg is
En muggen onze enige tegenpartij
Autisme Storm.

Het zwarte goud
Toverde bitterheid op zijn tong
Zout tussen bubbels en benen
En een warme gloed tussen Adam’s appel
Die neerdaalde door tepels en dijen
Om te verdwijnen in een zure massa
Kolkend van verlangen naar meer
Om een hongerende dorst te stillen
In een mok van vertrouwen
In een gevoel van herkenning
En een opstoot van energie
Om de volgende minuut te halen
En het volgende uur hopelijk ook
Tot de zwarte geest is uitgewerkt
En schreeuwt om een nieuwe drug

De woestijn, de nomaden en kamelen
Zijn slechts een zomers verleden
Als we aan de Citadel beneden
Sneeuwbalgevechten gade slaan
Tussen hotels en winkels in de Abdalilaan
Sneeuwprinsessen heersen voortaan
Aan scholen die de koning liet sluiten
Weldra komt niemand meer buiten
Als sneeuw plakt op de ruiten
Daar in Rainbowstraat met waterpijp als maat
Werd het met koffie en falafel dikwijls laat
Voor toeristen en lokalen in eigen gewaad
Vingers en ellenboog, Hercules voetsporen
Romeins theater, museum der folklore
Nu onder ijs en sneeuw zo schielijk verloren
De blauwe koepel van de koningsmoskee
Al dragend zijn goddelijk wintergillet
Winter in Amman, gedwee
Autisme Storm.

Draak in het zwarte water
Mekong rivier
Met een rode krullende tong
Het getsjierp van de witte kraanvogels
Verborgen in de schaduw van de takken
Oplichtend bij volle maan
Uitkijkend over de baai van Halong
Bootje dijnend met de drijvende handel
Van India, Nederland en Spanje
Japanners, Chinezen en Kantonezen
Hun kleine of grote voetafdruk nalatend
Als een tattoo in straten vol handelshuizen
Een knooppunt van volkeren en culturen
Een blauwdruk van zeevaarders
Handelaars in specerijen, katoen en wierrook
Een nachtegaal opgesloten in een kooitje
In een tempel, pagode of huis van commercie
Ontwakend met de stroom van de stad
En het volk van de rivier
Een nieuwe dag na het blauwe uur
De krullen van nokken en daken
Van huizen van buddha, moeder en kinderen
Als lichtpunt van armen en verlichtte geesten
Wachtend op nieuwe donaties en gebeden
Het verder uitslijten van treden
Boven de zee en rivieren
Neerkijkend op de kruin van de Viet-Nam
Onder de oksels de rijstvelden en pagoden
De hete adem bedwelmt het volk
Als wierrook in hun geest
Als koffie en thee van het lichaam
Autisme Storm.