Een beste vriend

Foto: *MSM*

Kon ik mij maar verwarmen

Aan die vacht van plezier

Aan die snoet van vertier

Was jij maar weer hier

.

Vrienden sterven nooit

Alleen hun adem stopt

En voetstappen verdwijnen

Maar de liefde blijft

.

Een beste vriend sterft niet

Omdat je hem niet langer ziet

Een beste vriend blijft naar jou komen

In herinneringen en mooie dromen

.

Kon ik toveren

Dan nam ik mijn toverstaf

En jij bracht hem weer

.

Mijn kleine vriend

Mijn groot verdriet

Die een plotse wind

Naar de hemel blies

.

Waarom moet je ons plots verlaten

Naar jou reis hebben wij het raden

Waar loop je nu toch rond

Mijn liefste (naam), mijn allerliefste hond

.

Niemand die het bevat

Voor hen was je maar een kat

Voor ons was je een held

Onze (naam), ons maatje

Blij dat ik je heb gekend

Herinnering aan hem

Illustratiefoto: Ray Zamarripa.

Mijn ogen bloosden als roze kersen

In mijn mond de smaak van vroeg hooipersen

Een augustus waar zelfs het begin uitbleef

De zomer als stroop op mijn lippen dreef

Het was vijf voor sixpack dat moment

Zalig storend, intens latent

De iris versmachtte de puppy pupil

Zoals alleen een zwangere engel dat wil

Kuifharen bedaarden zijn jonge manjaren

Blote bast, bink van storm en duizend baren

Mijn kaasstengel zoetzure zoutbittere umami

Voor mijn hart … potenzialmente fatali

Jou neus een perfecte hoek van schoonheid

Mijn onmetelijke hunker een delicate slaafsheid

Kon ik jou maar opnieuw aanraken

Terugvinden onder een bezweet ochtendlaken

Al jou geuren verorberen als ontbijt

Innig kussen, zonder schaamte, zonder spijt

Als één moordtuig onze spieren elkaar belasten

Heet, ruig en vurig, mogelijkheden aftasten

Tot we ademden langs dezelfde mond

Gisteren en morgen niet langer bestond

Kon dat moment andermaal komen

Hij, herinnering, mijn brave dromen

Foto: Erre Castillo.

Eén van de 86 laureaten van de dichtwedstrijd Mijn herinnering van Gerard Rozeboom in samenwerking met uitgeverij aquaZZ, die gepubliceerd gaan worden in een gelijknamige dichtbundel. De uitslag onder 186 inzendingen werd bekend gemaakt op 6 juni 2019.

Sneeuw

Foto: Astrid Mensen.

Het was weer lang geleden

De sneeuw die kwam beneden

Het zag overal witjes aan

Alle auto’s van de baan

Ik kon het niet geloven

Wat deden ze toch daarboven

Boven in de hel

Deden zo hun ding daar wel

Kon ik maar verlangen

Naar vogels en gezangen

Kon ik maar weer staan

Op de aarde of de maan

Maar niemand kan ooit beloven

Dat de lente ooit zal komen

Mijn adem bleef toen staan

Het leven plots gedaan

Ik stond die ochtend voor het venster

Mijn lichaam zijn laatste genster

Het zag zo wit daarbuiten

Sterretjes bevroren aan de ruiten

Maar voor mijn ogen, plotseling zo zwart

Opeens begeven, veel te jong mijn hart

Ik zal geen honderd halen

Ik steeg op uit de dalen

Mijn karma zweeft nu rond

Waar het nooit vriest aan de grond

Het zal nooit meer lente of winter wezen

Nooit meer pijn, ziek of genezen

Ik heb mijn rust gevonden

In de hemel voor de honden

Late herfst

Foto; Tunde Pecsvari.

Wanneer de herfst langs de bladeren begint te schuren, zal het wachten op de winter niet lang meer duren.

De zon zal alsmaar minder schijnen. De laatste kleuren van de mooie herfst verdwijnen.

Van natuur in kleurenpracht naar welterusten fauna en flora, slaap zacht. Jullie tijd is gekomen. Wat rest zijn de laatste dromen.

De vrieskou is in het land. Koning winter aan de overhand.

De nerven van ons bestaan laten zich één voor één gaan. Hun laatste uren gekomen, slechts kaal nu alle bomen.

Laat mij niet sterven in de winter. De lente, de zomer, de herfst tot ginder.

Laat mij dromen van alle seizoenen. Geef mij liefde, warmte en duizend zoenen.

Laat mij lente, zomer en mijn oude dagen slijten in de herfst. Maar mijn waardigheid is geen open werf.

Als mijn benen zijn versleten heb ik nog mijn wankel geweten. Als ik traag word als een slak, maak van mijn dagelijks geluk dan mijn levensvak.

Laat mij antiek, Ambiorixen in Tongeren, maar nooit verdorsten of verhongeren.

Maar als zout blijft neerdalen in open wonden. En mijn lichaam en geest draaien in een alsmaar kleiner ronde.

Dan hoef ik geen rondje winter meer. Dan wil ik geen laatste seizoen en heel veel zeer.

Als ik niet langer kan dromen, hoeft de winter niet meer langs te komen.

Dan wil ik in jou armen vertoeven en daar in de herfst mijn laatste paddenstoelen zoeken.

Het gemis van de woestijn

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de woestijn.

Elkaar verstrengelende wurgende planten.

Wat moet ik ermee? Ik mag er toch niets mee doen.

Rommel en rotzooi. Grijpend naar elke vierkante centimeter lucht.

Als kolonisten de binnenkoer bezetten als een gebetonneerde settlement.

Elkaar verslindend. Groene vampieren van de dag.

Muur en schutting, ruimte, breedte en hoogte opetend. Als groene koekiemonsters.

Ik mis de woestijn. Alleen zijn en eenzaamheid.

Het gewone geluk gekleefd als een stabiele trilling in een landschap van steppe en woestijnduinen.

Naar ongezuiverde kerosine ruikende highways van Amman tot Petra.

Een landschap van verdorde twijgen, autobanden, autowrakken en verlate wegrestaurants, autowerkplaatsen en théehuizen.

Kilometers van stof en zand en rust in mijn hoofd.

Het sociale koekiemonster eet al mijn weekends op.

Ik hunker naar rust en stilte.

Geen jojo die op en neer gaat.

Geen storende mug op de slaapkamer.

Een oneindig aantal sociale verplichtingen met een bord vol koetjes en kalfjes chocolade.

Ik voel mij leeg van geest en vol van hoofd.

Een marteling van vrijdagavond tot maandagmorgend.

De uren aftellend dat het weekend eindelijk is afgelopen.

Ik voel mij opgesloten en onnuttig in het weekend. Als een aap in een kooi.

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de routine. Ik mis elk overzicht, elke controle, elke regelmaat.

Het weekend doodt elke creativiteit, elke zin van ons bestaan. Ik wordt niet gelukkig van weekends.

Het weekend duurt twee dagen te lang. Van nutteloos gekwebbel, gezucht, verplichtingen, gezeur en rommel.

Ik moet mijn hoofd leegmaken van maandag tot vrijdag om het weekend te overleven. Het bomvolle weekend voelt leger dan leeg.

Rondjes fietsen en de pedalen verliezen tot je ter plaatse blijft trappelen.

De onrust, het altijd moeten, het altijd zijn, de noodzaak te leven – of is het langzaam sterven voor mij – breekt mijn hart en vult mijn hoofd met rommel.

Overvolle weekends wurgen al mijn creativiteit, eigenheid, mijzelf, …

Een marionet met handen en voeten gebonden. Bespeeld door anderen. Geleefd. Moe van geleefd te zijn. Doodmoe.

Verlangen naar rust die maar niet wil komen. Een zoektocht naar een sprankeltje mijzelf zijn. Mij nuttig voelen.

Niet meegesleept te worden in de heksenketel van rush, van vrijdagavond tot maandagochtend.

Wurgende planten, versmorende agenda, keelgrijpende weekends. Ik haat het! Ze doden mijn eigen ik.

Ik wil gelukkig zijn in het weekend. Blij zijn en voldaan zoals anderen. Ik mis mijn werk, mijn regelmaat, mijzelf.

Ik herken mij niet meer in de spiegel. Het glas is dof en mat.

Waar ben ik gebleven? Wanneer kan ik weer leven?

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.
Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ooit was ik de snelste

Ooit was ik de snelste en ooit zal ik opnieuw de snelste zijn.

Ooit was er een kracht groter dan dag en nacht.

Dag en nacht zouden in het niets verdwijnen door deze kracht.

Dag en nacht zijn uitvindsels van de mens.

De mens in al zijn beperkingen en zorgen.

Denkt alleen aan gisteren en morgen.

Wie de grootste kracht kan voelen.

Zal bereiken de allerhoogste doelen.

Wie zal leven in heden tracht niet naar Eden.

Ons aards’ bestaan is een doekje.

Minder dan een letter in een oneindig boekje.

Ons lichaam is een last.

Gooi het weg, onnodig ballast.

Alleen wie zijn lichaam kan verlaten.

Die zijn karma zal optimaal baten.

Sneller dan het licht en het geluid.

Komt de ziel het aardse lichaam uit.

Een kracht, geen atoombom kan dit aan.

Een snelheid, alle hindernissen uit de baan.

Een lichtflits, mooier dan de mooiste fee.

Een bereik, geen afstanden tellen nog mee.

Alles begint waar alles eindigt.

Alles geneest waar alles pijnigt.

Ziekte en pijn zijn alleen op aarde.

Elders hebben zij geen enkele waarde.

Wie de aarde kan loslaten heeft een oneindig aantal nazaten.

Sneller dan het licht zal ik straks vliegen.

Krachtiger dan een explosie mijn beperktheid verliezen.

Een korrel in de woestijn zal mijn lot weer zijn.

Kleiner dan klein en groter dan groot.

Het mooiste lichaam heeft afgedaan.

Slechts een schuilplaats van het aards’ bestaan.

Komen zal ik opnieuw, komen zal ik altijd.

Ontdekken en beleven, het lastdier en de vrijheid.

Het leven heeft geen zin, als een ring heeft een begin.

Veel zwaarder dan elk water is ons denken aan steeds later.

Later is pas hier als drie is een vier.

Waarom denken aan morgen, een stad van 1.001 zorgen?

Wie leeft zijn eigen leven, bereikt de grootste zegen.

Geniet, beleef vandaag. Morgen is te snel en gisteren was te traag.