
Mijn maatje
Mijn aapje
Mijn liefje
Mijn diefje
Als ik je nu omarmen mag
Krijg ik dan jou lach
Autisme Storm.

Mijn maatje
Mijn aapje
Mijn liefje
Mijn diefje
Als ik je nu omarmen mag
Krijg ik dan jou lach
Autisme Storm.

Het was niet de dag
Het was niet de dag die het zou moeten
Het was de dag die het zou worden
Een dag zonder lach
Omdat die lach was verdwenen
Omdat het onweer de dag kaapte
Het werd geen routine
Omdat de verandering mij gijzelde
Omdat chaos het losgeld betaalde
De regelmaat werd verkracht vannacht
Door Somalische piraten in mijn hoofd
Die mijn ochtend zouden bepalen
Het werd oorlog
Een strijd om te overleven
In een wereld van chaos
Waarin ik de weg kwijt raakte
Waarin ik verdwaalde in hersenspinsels
Waarin ik mijzelf verloor
Ik wilde roepen om hulp
Maar niemand heeft mij leren roepen
Ik zocht woorden om aandacht
Maar mijn zoekfunctie blokkeerde
Totaal en weer een keer
Een keer teveel
Te veel rotzooi
Om te ontsnappen uit de chaos
Chaos die ik alleen zie
Chaos die ik alleen beleef
Chaos mijn grootste vijand
Als piraten met kalashnikovs
Als rovers met zwaarden
Als terroristen met granaatwerpers
Als een woord een verwijt wordt
Als de rede wordt begraven
Als Cupido een schrikbewind voert
Een hart een handgranaat
Een pijl een oorlogswapen
De liefde de haat
Hoe fout kan het gaan
In een milliseconde van chaos
In een fractie van ontreddering
In een moment van totale onmacht
Het werd weer een dag
Die jij en ik niet zo graag mag
Het was jammer weer
Niet mijn dag
Autisme Storm.

Ik was alleen en vond toen samen. We waren jong. We werden oud. Jij gaf mij mijn benen en ik gaf jou mijn hand. Het werd een band. Ons verstand. Eindelijk aanbeland. In dit land.
Waar ik zocht en ik nooit vond. Waar jij vond, maar vergat te zoeken. Waar twee terug één werden. Versmolten in heden elk zijn verleden. De drakenboom wist, maar zijn ringen zwegen in de mist. De moerassen, de woestijnen, de steppen, het heelal om de hoek.
Het vinden van ver hier nabij op de deurmat een welkom en blijf. De deur op een kier, lekker dier blijf hier, voor plezier en vertier, voor luister en kluister, voor een knuf en een puf, voel je hier goed, want dit wordt nu ons thuis.
Na al die zware dromen eindelijk de ochtend aangekomen. In het licht van de wereld. De boosheid op schap, lach op de mond, opnieuw geluk in het rond toen ik jou daar zo vond.
Autisme Storm.

Ik ben een fooraap. Elk weekend naar een andere kermis.
Van het ene dorp naar het andere dorp.
Altijd maar heen, altijd maar terug.
Altijd maar reizen van de ene kermis naar de andere.
Het lachen is mij al lang vergaan.
De belletjes rond de nek van de fooraap klinken triest en dof.
De lach veranderde in een droeve snoet.
De kinderen lachen, de kinderen zijn blij.
Maar de fooraap, die lacht niet mee.
Het lachen is hem al lang vergaan.
Elk weekend reizen, elk weekend weg.
Het leek zo mooi, maar hij heeft het nu wel gehad.
Hij wil weer thuis op de schouw.
Niet dat de kinderen niet vriendelijk zijn tegen hem.
Ze lachen, ze zijn blij, maar de fooraap ziet het niet meer.
Waar gaat hij volgend weekend weer naartoe.
Een nieuwe kermis, een nieuwe stad, een nieuw verhaal, allemaal hetzelfde en allemaal anders.
Altijd joelende, luidruchtige kinderen.
Altijd drukte, overal flinkerende lichten, harde muziek, duizenden stemmen door elkaar in elk een andere taal, elk een ander verhaal.
De aap is moe. Hij heeft elke kerktoren gezien.
Elk kind, elke ouder, elk kleedje van moeder, elke pantalon van vader.
Elk dorp, weer heen, weer terug, weer opstellen, weer afbreken.
De aap kijkt langs hen door. De aap kijkt weg.
Zijn vertrouwde plaats op de schouw is weg.
Hij moet maar door. Hij moet steeds verder.
Kermis hier, kermis daar. Hij haalt alle gezichten door elkaar.
In elk dorp een kerk, een pastoor en een koer, een school en een paard van de melkboer.
De tijd is zo lang blijven stil staan.
Bij de kermis in Marrakesh. Dat was nogal wat.
Van de andere kermissen herinnert de fooraap zich niets meer. Altijd heen, altijd terug.
De dorpen lopen door elkaar. Als vlekken op een trui.
Donderdag, maandag, woensdag, weet ik veel.
Andere dag, dag voordien, dag nadien, dag verdwenen, dag erbij, dag opnieuw, dagen vooruit, dagen terug… 26 8 6 14 31 2 11 9.
Cijfers als spoken door de nacht. Linksboven, rechtsonder, vooruit, achteruit. Met twee, met drie.
Weer heen, weer terug, weer daar, is het waar?
Hoofd is vol, hoofd moet leeg.
Geen mens weet hoe zwaar hij het heeft.
De fooraap moet elk weekend mee, van in Lotharingen tot aan de zee.
Honderden lichten, zilver, groen en rood, dansen als kwelduivels hun eigen dans in de nacht.
Cijfers nemen hun rollercoaster. De 9, 1, 2, 3 willen van voren staan. De fooraap ziet ze allen tezamen.
Cijfers met krullen willen altijd gans vooraan.
De 3, de 9, de 2, de 8. En de 1 op een zielenpoot. Cijfers blijf toch staan! Ik wil jullie niet allemaal samen zien.
Kleuren blijf stabiel, ik hoef geen heel pallet te zien.
Dagen blijf gewoon. Geen brugdag, geen feestdag, doe gewoon!
Piramide, balk, rechthoek, vierkant, trapezium, cirkel.
Blijf toch in de wiskundeles bij meester Kris of bij juffrouw Sonja, n’importe qui, maar achtervolg mij niet.
Stappen, lopen, slenteren op de kermis in dit avond. Dorp na dorp dezelfde kerk.
Maar zoveel kabaal, alle kinderen hun eigen verhaal.
De aap wil rust, even niet op de kermis staan.
Maar achter in de klas, waar het altijd fijn was.
Hoe vriendelijk de kinderen ook zijn. De fooraap ziet hetzelfde verhaal.
Van Malika, de vader, de kermis in Marrakesh. De andere kermissen zijn verdwenen.
Autisme Storm.