Dromen

Foto: яғ ★ design op Flickr.com.

Dromen van de dag

Dat wolken nog bewogen

En mij voortsleepten naar morgen

Toen de koffie nog heet werd gedronken

Zoeken naar de dag

Dat de bloemen nog kleurden

Door aan potlood hangende kinderen

Toen de klas nog een school met meester was

Vergeten die dag

Dat knuffelen nog mocht

Door lichamen te laven met wisselende contacten

Toen de wereld ons dorp was

Begraven die dag

Van bubbels in glazen

Onze agenda een bibliotheek

En we dansten op het ritme van de regen

Hoop op een dag

Dat we opnieuw lachen met nonkel Atsjoem

Vakantie weer reizen naar ver weg is

En muggen onze enige tegenpartij

Autisme Storm.

Dat huis van mijn jeugd

Foto: Mary Bailey op Flickr.com.

Waar is dat huis waar de deur nooit opengaat

Waar het wachten blijft op warmte en blijheid

De vreugde altijd zoek is en altijd laat

En het enige kind zwijgt en lijdt

Hier waar vader met strenge hand regeert

En moeder kuisziek de liefde wist

Waar mijn maag zich ommekeert

En iedereen gaat lopen met leugen en list

Waar ik mijzelf niet eens kan zijn

Mijn vader ontsnapt en de koersfiets neemt

Met een strenge hand het kind de hoek indrijft

En mijn moeder een tweede claimed

Waar geborgenheid en een knuffel verborgen blijft

En moeder mij naar de school toestuurt

Met rode muts met witte pompon

Waar pesten duurt en voortduurt

Lachen om mijn anders, mijn dikke ton

Snel met mijn fiets op de vlucht

Verdwalen op grootmoeders’ boerderij

Om te ademen, om vrijheid en lucht

Met de dieren aan mijn zij

Waar is dat huis

Waar mijn moeder flikflooide in de kelder

Waar is dat huis

Waar spanningen vertroebelden het leven helder

Daar wil ik niet langer naartoe

Waar in de living het ziekenbed van moeder lag

Na vier jaar behandelingen en kanker moe

Waar ik stelende zussen bezig zag

Met handen vol parels en juwelen

En kleren en meer van dat fraais

Waarvan kinderwonden niet meer helen

Zoals vissersboten werkloos aan de kaai

Een huis waar ik nooit mijzelf kon zijn

Omdat flikkers nu eenmaal niet in hun kerk pasten

Ik stelden hen zwaar teleur, echt niet fijn

Omdat ik simpelweg viel op gasten

Waarom kan een thuis zo moeilijk zijn

Waarom kan ik niet gewoon de zoon zijn

Die anders is dan iedereen

Als een tomaat naast een winterpeen

Het huis waar ik niet wil komen

Niet wonen

Waar vader nog wat wou toelichten aan haar sterfbed

Een nieuw gegeven, een nieuwe aanzet

Maar dat huis heeft nu afgedaan

Ik woon nu elders

Gelukkig voortaan

Autisme Storm.

Donkere dagen

Foto: Andis Svare.

Wanneer de donkere dagen slopen

En de zomer al lang is weggelopen

Zoeken wij naar het verdwenen licht

Een nuttige taak, een dagelijkse plicht

Maar vrijheid heeft zijn klauwen klaar

Het wordt dus slechter zo voorspel ik maar

Achtervolgt door donkere dagen

Horen we de massa zagen en klagen

Alsof het eeuwig winter wezen zal

Trappen wij telkens in diezelfde val

Met een humeur immer slecht en vals

Maar ik verzeker: het gaat beteren als…

Ach, alles duurt toch zo ontzettend lang

Ginds opgesloten in een donkere hall

Kon ik maar lachen, kon ik maar zien

Kon ik maar… leven bovendien

Maar dat geduld heb ik niet

Mijn hoofd eeuwig zwart vergiet

Wie zal mij redden uit dit tranendal

Voor dat eindelijk die lente komen zal

Autisme Storm.

Amantes Amentes

Foto: https://www.flickr.com/photos/internetarchivebookimages/

Mysterieuze koningin van de nacht

Die nooit weent, die nooit lacht

Die Valentijn kreeg je mij in jou macht

Ik zocht wat onbereikbaar was

Onder herfstbladeren verborgen jou moeras

Dacht nog dat ik de toekomst zag

En wou je verheffen en aanbidden

Maar mijn kathedraal werd een inferno

Ik werd een vreemde voor mijzelf

Mijn huid barstte van de hitte

Je gooide mijn as voor de vissen

Je verslond mijn naïeve ziel

En zei dat het was omdat je van me hield

Maar jou liefdeshonger werd mijn dood

Met Valentijn ging jij door het rood

Je nam mij mee naar de plaats nooit

Je brandende ogen verslonden mij

Van vuur naar as naar klei

Het werd zij en niet langer hij

Valentijn maakte mij vrij

Van die aardkloot daar rondom mij

Waar ik nu altijd en eeuwig gedij

Autisme Storm.

In Oostende

Oostende.
Foto: Emile Deguise.

Ik zag jou lachen

Boven de baren van het water

Moest er nog zout zijn?

Ik zag jou schreeuwen

Naar diegenen

Die jou verachten

Ze waren gewoon jaloers

Gewoon dat

Lieve meeuw

Autisme Storm.

Vreemd en nieuw

Foto: Magalie Joigny.

Ik ben vreemd, ik ben nieuw

Ik vraag mij af of jij dat ook bent

Ik hoor stemmen in mijn omgeving

Ik zie dingen die jij niet ziet en dat is niet eerlijk

Ik wil niet treuren

Ik ben vreemd, ik ben nieuw

Ik ga ervan uit dat jij dat ook bent

Ik voel mij een jongen in de ruimte

Ik kan de sterren aanraken en ik voel mij niet op mijn plaats

Ik ben bezorgd wat anderen daarvan vinden

Ik huil wanneer mensen lachten, ik krimp ineen

Ik ben vreemd, ik ben nieuw

Ik begrijp nu dat jij dat ook bent

Ik voel mij als een verschoppeling, een schipbreukeling

Ik droom van de dag dat dat geen probleem is

Ik probeer mij aan te passen

Ik hoop dat er een dag komt dat dat mij lukt

Ik ben vreemd, ik ben nieuw

Autisme Storm.

Kerken om te huilen

We bouwen kerken om te huilen.

We bouwen theaters om te lachen.

We bouwen huizen om te dromen.

We bouwen wegen om te kruisen.

Maar wie heeft ons als kathedraal gebouwd?

Met ogen als glasramen om te bewonderen en te schitteren in een oneindig kleurenpalet.

Met schouders als een altaar om de zwaarste lichamen te dragen.

Met een hart als een kerkorgel om witte en zwarte aanslagen te geven in een roes van thuiskomen, opstaan en ontmoeten.

Is het de priester, de orgelist of het licht achter het kruisbeeld dat onze voeten de kracht geeft het middenpad te bewandelen of zich naar de zijbeuken te begeven?

Autisme Storm.

Madrid

Wat weet je nog van Madrid? Wie gaat er mee?

Als je dat vraagt aan mij, dan zeg ik ‘nee’.

Duizend terrassen in Rome om zalig van te dromen.

Blijf je bij mij, dan blijf ik bij jou.

Duizend terrassen in Rome om zalig van te dromen.

Bart Kaël, ga nu maar weg, het is al goed.

Wat was er in Madrid, herinner ik het mij maar.

Grote witte gebouwen, zuilen, marmer.

Smallere straatjes met terrasjes, passanten die paraderen.

Een boulangerie-ijssalon, verslikken in blauwe ijscrème.

Nee, blauwe lippen zei mijn vriend.

Beneden naar het toilet om uit te hoesten.

De politie die passeert. Nog meer verslikken in het lachen.

Christelle, nee Parijs, nee Madrid was het…

Wat hebben we in Madrid gedaan?

Kasseien en het koninklijk paleis.

Cola light, pssssst, flesje open in het sjieke paleis.

De garde, de wachter… boos en roepen.

Zijn tapijten moeten schoon blijven liggen.

Wij braaf zijn en weer verder gaan.

Autisme Storm.

Ik ben een fooraap

Ik ben een fooraap. Elk weekend naar een andere kermis.

Van het ene dorp naar het andere dorp.

Altijd maar heen, altijd maar terug.

Altijd maar reizen van de ene kermis naar de andere.

Het lachen is mij al lang vergaan.

De belletjes rond de nek van de fooraap klinken triest en dof.

De lach veranderde in een droeve snoet.

De kinderen lachen, de kinderen zijn blij.

Maar de fooraap, die lacht niet mee.

Het lachen is hem al lang vergaan.

Elk weekend reizen, elk weekend weg.

Het leek zo mooi, maar hij heeft het nu wel gehad.

Hij wil weer thuis op de schouw.

Niet dat de kinderen niet vriendelijk zijn tegen hem.

Ze lachen, ze zijn blij, maar de fooraap ziet het niet meer.

Waar gaat hij volgend weekend weer naartoe.

Een nieuwe kermis, een nieuwe stad, een nieuw verhaal, allemaal hetzelfde en allemaal anders.

Altijd joelende, luidruchtige kinderen.

Altijd drukte, overal flinkerende lichten, harde muziek, duizenden stemmen door elkaar in elk een andere taal, elk een ander verhaal.

De aap is moe. Hij heeft elke kerktoren gezien.

Elk kind, elke ouder, elk kleedje van moeder, elke pantalon van vader.

Elk dorp, weer heen, weer terug, weer opstellen, weer afbreken.

De aap kijkt langs hen door. De aap kijkt weg.

Zijn vertrouwde plaats op de schouw is weg.

Hij moet maar door. Hij moet steeds verder.

Kermis hier, kermis daar. Hij haalt alle gezichten door elkaar.

In elk dorp een kerk, een pastoor en een koer, een school en een paard van de melkboer.

De tijd is zo lang blijven stil staan.

Bij de kermis in Marrakesh. Dat was nogal wat.

Van de andere kermissen herinnert de fooraap zich niets meer. Altijd heen, altijd terug.

De dorpen lopen door elkaar. Als vlekken op een trui.

Donderdag, maandag, woensdag, weet ik veel.

Andere dag, dag voordien, dag nadien, dag verdwenen, dag erbij, dag opnieuw, dagen vooruit, dagen terug… 26 8 6 14 31 2 11 9.

Cijfers als spoken door de nacht. Linksboven, rechtsonder, vooruit, achteruit. Met twee, met drie.

Weer heen, weer terug, weer daar, is het waar?

Hoofd is vol, hoofd moet leeg.

Geen mens weet hoe zwaar hij het heeft.

De fooraap moet elk weekend mee, van in Lotharingen tot aan de zee.

Honderden lichten, zilver, groen en rood, dansen als kwelduivels hun eigen dans in de nacht.

Cijfers nemen hun rollercoaster. De 9, 1, 2, 3 willen van voren staan. De fooraap ziet ze allen tezamen.

Cijfers met krullen willen altijd gans vooraan.

De 3, de 9, de 2, de 8. En de 1 op een zielenpoot. Cijfers blijf toch staan! Ik wil jullie niet allemaal samen zien.

Kleuren blijf stabiel, ik hoef geen heel pallet te zien.

Dagen blijf gewoon. Geen brugdag, geen feestdag, doe gewoon!

Piramide, balk, rechthoek, vierkant, trapezium, cirkel.

Blijf toch in de wiskundeles bij meester Kris of bij juffrouw Sonja, n’importe qui, maar achtervolg mij niet.

Stappen, lopen, slenteren op de kermis in dit avond. Dorp na dorp dezelfde kerk.

Maar zoveel kabaal, alle kinderen hun eigen verhaal.

De aap wil rust, even niet op de kermis staan.

Maar achter in de klas, waar het altijd fijn was.

Hoe vriendelijk de kinderen ook zijn. De fooraap ziet hetzelfde verhaal.

Van Malika, de vader, de kermis in Marrakesh. De andere kermissen zijn verdwenen.

Autisme Storm.