Miezerige dag

Foto: Piet Grim op Flickr.com.

De brandende sigaret en een kop koffie,
mijn metgezellen weer
Sombere dag,
lawaaierig verkeer,
geen enkel mooi meisje te zien:
de poldernamiddag op zijn mooist
Niets anders te doen dan aan een pijp lurken
en dit gedicht schrijven
Mijn poging tot creativiteit
met een geest onder invloed en
gedachten die op hol slaan
Ik zou een kerk kunnen beginnen
maar in plaats daarvan ga ik slapen

Autisme Storm.

Opgesloten in mijzelf (Isolement)

Foto: Peter Stray.

Het huis is op slot, alle ramen en ook de achterdeur

De stilte en het afsterven krijgen een bittere geur

Het plafond is weer naar beneden gekomen

Toen het werd beladen met nare dromen

Probeer niet binnen te dringen, probeer het niet

Want die ene in dat huis, hij wil niet dat je ‘t ziet

Het hoofd zit vol, het leven eiste zijn hoge tol

Het lawaai zit boven, pijn vanbinnen, gedaan lol

Straks komt hij weer bij zijn zinnen

Nu even niet, hij wil stilte en rust

Straks de tuin, onder ons, weer bewust

Maar nu is het zwaar, hij zit vast in zichzelf

Het spookt en prikkelt constant onder dat gewelf

Straks is hij er weer, maar laat hem nu met hem

Dankuwel

Autisme Storm.

Hoe donker is de nacht

Foto: Paul Moore.

Hoe donker is de nacht

Als de ochtend niet meer lacht

Als je het licht niet meer ziet

Tussen al dat grote verdriet

Als iemand het heeft donker gemaakt

En aankomende trein je auto raakt

Als je niet meer kan vertrouwen

En het leven gaat vernauwen

Tot opeens twee straallichten

Die de afstand snel verdichten

Een enorm lawaai een enorm klap

Wat rest een drama op Google Maps

Hoe jong je was

Hoe goed je de regels las

Je wou van alles doen, je wou vooruit

De toekomst verwrongen staal, gebroken ruit

Als engel moet je leven

Te vroeg, te zeer bedreven

Een vriend kwijt, een verlies zo groot

Om een onschuldige, nu plots dood

Autisme Storm.

De aardse trollen

Als trollen uit moerassen gekropen.

Komen zij nieuwe handtassen kopen.

Willen zij aan luxe reukwater rieken.

Gaan zij rust en vrede verzieken.

Met veel lawaai, met veel kabaal.

Spreken zij een andere taal.

Een taal van koopjes en consumeren.

Tooien zij zichzelf in nieuwe kleren.

Een plicht, een noodzakelijk kwaad.

Als wezen het toch een goede daad.

En vraagt een promoboy van Amnesty.

Een gevangene in Nicaragua, kende gij die?

Dan roepen zij allen heel spontaan.

“Het zijn koopjes, loop toch naar de maan!”

Ons geluk kan niet meer stuk.

Met shoppen hebben wij het veel te druk.

In een nieuwe pyjama liggen wij straks voor de buis.

En ook dinsdag zijn wij zeker niet thuis.

Dan gaan wij allen naar het containerpark.

Met één jaar oude kleren van de Primark.

Lopen in kleren van vorig jaar.

Dat is niet om aan te zien, niet waar?

Met onze poen werken in India en Pakistan alle tieners.

Twintig cent per uur de groot verdieners.

Voor zestien uur werken kijken zij niet om.

En zonder school houden we hen lekker dom.

Wij hebben in elk geval nieuwe kleren.

En de rest kan ons niet deren.

Autisme Storm.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol

Als je het kon horen.

De wind draait rond mijn oren.

Als je het kon voelen.

Wat ik wil bedoelen.

Als je het zou zien.

Ogen voor een man of tien.

Nummerplaten voor de vleet.

Altijd het detail dat het ‘m deed.

Kriebels in mijn buik.

Elke verandering een grote fuik.

En drukte in mijn hoofd.

Weinig goeds dat dat beloofd.

Prikkels hier, prikkels daar.

Gevoelens uiten veel te zwaar.

Als je eens wist wat ik wil bedoelen.

Als je eens wist hoe ik mij zou voelen.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol.

Alles zien, alles horen eist zijn tol.

Alles zit vanbinnen, opgesloten in een bunker.

Alles onder controle, mijn drift, mijn hunker.

Een bezoek aan het warenhuis.

Daar voel ik mij nooit thuis.

Tien geluiden, honderd kleuren.

Daar kan steeds wat onverwachts gebeuren.

Lawaai, kabaal, banaal, fataal.

Geuren, kleuren, gebeuren, treuren.

Horen, oren, storen, boren.

Voelen, bedoelen, betasten, belasten.

Gelukkig alleen. Mijn eigen planeet.

Niet boos: dat je ’t maar weet.

Een taxi naar huis.

Herkenning, mijn thuis.

Geef mij mijn ruimte, geef mij mijn tijd.

Niet jou, maar de boze wereld die ik nu vermijd.

Autisme Storm.

Weer verandering

Weer verandering! Weer storm in mijn hoofd!

Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten.

Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders?

Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf.

Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven.

Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen.

Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen.

Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn.

Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn!

Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden.

Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal?

Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal.

Vlucht naar voren.

Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn.

Mijn hoofd zit vol. Weeral!

Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer.

Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde.

Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij.

De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen.

De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn.

Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken.

Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd.

Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen.

Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij.

De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.

Autisme Storm.

Leeg

Mij hart bloedt leeg. Het strand zit vol.

Een guillotine van lawaai hakt af.

Mijn adem breekt, de pijn versmeed.

Geschreeuw verstomd de ijle lucht.

Vibratie, een roes, een waanidee.

De pols stoot geen rode tranen meer.

De spetter daalt in zeden neer.

Het gezoem staat op, de ochtend geeuwt.

De pijn vanbinnen, de kloof vanboven.

Hoe leeg beneden, hoe druk daar buiten.

De koekoek stiller, het suizen luider.

Mijn hart is leeg, mijn hoofd is vol.

De routine roept voor mij alleen.

De afleiding zingt voor hun tezamen.

Geluk te koop in roebels en ponden.

Verdriet en onrust in koopjes en solden.

Een steek, een scheur, een ander lied.

Een bloedend hart, niemand die ’t ziet.

Autisme Storm.