Onder zwaluwenzang

Foto: Julie Stollery.

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, net zo min als één mooie dag of korte tijd van gelukzaligheid iemand een gelukkig mens kunnen maken.

Aristoteles Aristoteles
Grieks filosoof 384 v.C. – 322 v.C.

.

Al dartelend als koorknapen in het malse gras

na de hoogmis in stoffig land van tabak en vlas,

onze lijven elkaar schurend, vuisten gebald,

spelend, verkennend, vergetend elke last.

.

In weeë rottende geur op vale grond,

waar beslist een vlaskapelletje stond,

konden wij vurig ravotten en slalommen rond

met ’n verdorven wolk tot binnen onze kont.

.

De dode eiergeur in schuren van roters

waar we speelden als verdorven koters

en hoorden die zang van laag en hoog

van zwaluwen voorspellend nat en droog.

.

Hoe klonk hun kwetterzang voorgoed voorbij

verloren vernederd, haasjes van moderne klei

hoe oogde hun vlucht een laatste zucht,

hun kreet al stervend in de blauwe lucht.

.

Daar waar de lome Leie ademde in vlas

liepen Wielsbeke en Harelbeke in de pas

kwam men wind- en watermolens tegen

en vroegen boeren intens om Gods regen.

.

Daar waar de zwaluwen eeuwig spelen

en boeren hun aalkarren tijdig legen,

zijn koorknapen een herinnering in vlasdroge vegen

en komt men hun wulpsheid nog zelden nog tegen.

Autisme Storm.

Hoe lang was het geleden… de eeuwige stilte?

Foto: Trikke Van Roey.

Hoe lang was het geleden?

Het verhaal in het verleden voor de mensen van heden.

Hoe lang was het geleden?

Dat ze elkaar terug in de ogen konden kijken?

Een zerk ertussen.

Van de melkboer, die van zijn melk was toen zijn zaak van melk op de fles ging.

Tetra Pak. Dat was de toekomst hadden twee Zweden bedacht.

En het was afgelopen met melk en fruitsap in flessen.

Zijn zaak en zijn hart begaven het.

Nu ligt hij spelbreker te wezen tussen hen.

Zij die daar in elkaars ogen keken en zagen dat het goed was.

Die elkaars hart hoorden tikken.

Tot ze alleen hun dikke hoorapparaat nog zagen als ze hun dikke bokaalglazen met de wind voelden tikken op hun dikke neuzen die in tegenovergestelde richting stonden.

In melkwitte letters staan hun namen nu geschreven in dikke basalt.

En tussen hen in met gouden grote dikke krullen die van een melkboer die zijn tijd had gehad.

De koeien stonden werkloos in de wei.

Sojabonen moest het nieuwe stadsvolk hebben.

En tofu en glutenvrij brood.

De molenaar verbleekte op een oude prentbriefkaart.

De oude tijd zou verhuizen naar filmarchieven.

Zelfs de bibliotheken deden hun beeldenstorm met letters en woorden.

Digitalisering. Computerisering. Online.

Lenen en ontlenen zonder stof of zorgen.

De oude bank verdween. Versleten en niet vervangen.

Alleen de Leie bleef meanderen zoals voorheen.

Ze keek alleen in de bocht de andere kant op.

Weer drie knipogen de oude rivier verder de stad in begeleiden.

Een mist stak op. Het werd weer avond.

Autisme Storm.

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.