
Door de winden die haar naakt achterlieten
zagen we een man langskomen
en tenzij we ons vergissen
zit die haar nu lekker te bespieden
Autisme Storm.

Door de winden die haar naakt achterlieten
zagen we een man langskomen
en tenzij we ons vergissen
zit die haar nu lekker te bespieden
Autisme Storm.

Hoe ver is ver
Toen we nog dichtbij mochten zijn
Toen een badge nog magie had
Als tovenaar van een wit blad
Toen de dokter nog de krant las
En een nietje gemeen was
Het was weer druk in de cafetaria
Vol maskers, gel en schorten
Lekker Grieks gaan eten
En de rekening vergeten
Elfjes zien dansen op een ondergronds feest
Hoe plezant was dat niet geweest
Vergaderzalen zoeken, onze dagelijkse hit
Teams weet nu in welke bureaustoel jij zit
De trein weer eens op tijd
Als hij de kamer ernaast binnen rijdt
Hoe dichtbij is vlakbij
Met alle collega’s aan mijn zij
Autisme Storm.

Ik was alleen en vond toen samen. We waren jong. We werden oud. Jij gaf mij mijn benen en ik gaf jou mijn hand. Het werd een band. Ons verstand. Eindelijk aanbeland. In dit land.
Waar ik zocht en ik nooit vond. Waar jij vond, maar vergat te zoeken. Waar twee terug één werden. Versmolten in heden elk zijn verleden. De drakenboom wist, maar zijn ringen zwegen in de mist. De moerassen, de woestijnen, de steppen, het heelal om de hoek.
Het vinden van ver hier nabij op de deurmat een welkom en blijf. De deur op een kier, lekker dier blijf hier, voor plezier en vertier, voor luister en kluister, voor een knuf en een puf, voel je hier goed, want dit wordt nu ons thuis.
Na al die zware dromen eindelijk de ochtend aangekomen. In het licht van de wereld. De boosheid op schap, lach op de mond, opnieuw geluk in het rond toen ik jou daar zo vond.
Autisme Storm.