Het licht scheen

Foto: AI – WordPress.com.

het licht scheen

niet langer heen

maar volop

van teen tot kop

geen idee of het herfst of lente was

toen ik het zag, toen ik het las

maar vandaag was iemand blij

en ik wist… dat was hij

Autisme Storm.

Geen seizoenen meer

Foto: wilma HW61 op Flickr.com.

De lente waaide voorbij,

zoals ook de winter was voorbij gevroren.

Er leken geen seizoenen meer

sinds de herfst zijn twee opvolgers ontbladerde.

.

Het bleef koud, nat en kil

en de vijfde maand sukkelde van de kalender.

.

Zwangere wolken dreven eindeloos voorbij,

alsof de zon ophokplicht had gekregen.

Het weer leek niet meer van de grond te komen

met temperaturen onder vijftien graden.

.

De terrassen vochten met de politiek en plexiglas

als openluchtzwembaden voor mensen met kleren aan.

.

Het ging ooit wel weer goed komen,

als de staatsgreep van de herfst werd verslagen

door een leger van warmte en zonnestralen

en we vol nostalgie zouden terugdenken aan die eeuwige herfst.

.

Autisme Storm.

Rouw

Foto: Frozen Logic op Flickr.com.

Verloren in de sofa

Vermoord door amandelbloesems van van Gogh

Blauw behangpapier

Weerspiegelde in haar tranendal hier

Alleen

Sinds de lente uit de schilder verdween

Haar beminde rots van roze witte spekjes zoet

Gesloten doek

Dagen

Verdriet volwaardig geprint in statige 3D-lagen

Zinken

In de loopgraven van het leven zonder bunker

En zuchten

Om met wanhoop de longen te luchten

Autisme Storm.

Zoeken naar licht

Foto: Lunis’s Dollhouse.

Ik vond de zoetheid in het witte licht

Van een broeihete ijskast

Omgeven door speeltjes die leefden

In een verleden en toekomst

Waar beertjes zaten in het brood

En vlinders dartelden olifanten groot

Ik vond de zuurheid in het gele licht

Toen de ijskast begon te smelten

En fonteintjes keukenmieren deden laven

Aan jenever met citroenijs

Van een kofschip dat niet wou drijven

In de zwaarte van het heden

Ik vond de zachtheid in het groene licht

Toen marsmannetjes stonden te wachten

Met witte mondmaskertjes op de lijnbus

En ze vergaten te vragen

De eindhalte van hun avontuur

In vond de rust in het zwarte licht

Omdat niemand daar knipperde

De was daar droogde en weekte zonder draden

Een eengemaakte geur van de ontplofte zomer

Na de staatsgreep op de lente

Die we nog steeds niet konden aanvaarden

Autisme Storm.

Donkere dagen

Foto: Andis Svare.

Wanneer de donkere dagen slopen

En de zomer al lang is weggelopen

Zoeken wij naar het verdwenen licht

Een nuttige taak, een dagelijkse plicht

Maar vrijheid heeft zijn klauwen klaar

Het wordt dus slechter zo voorspel ik maar

Achtervolgt door donkere dagen

Horen we de massa zagen en klagen

Alsof het eeuwig winter wezen zal

Trappen wij telkens in diezelfde val

Met een humeur immer slecht en vals

Maar ik verzeker: het gaat beteren als…

Ach, alles duurt toch zo ontzettend lang

Ginds opgesloten in een donkere hall

Kon ik maar lachen, kon ik maar zien

Kon ik maar… leven bovendien

Maar dat geduld heb ik niet

Mijn hoofd eeuwig zwart vergiet

Wie zal mij redden uit dit tranendal

Voor dat eindelijk die lente komen zal

Autisme Storm.

Wachten op de lente

Foto; Jarrod McKenna – www.jarrodmckennaphotography.ca 

De wind verloor zijn haren

Maar niet zijn streken

De winter stond voor de deur

Bonken zonder kloppen

Onder elke spleet

Een gespleten venijn

Die doet sidderen

Als de eerste keer

Verschrompelen als een oudje

En versmurfen tot blauw

De winter was binnen

De winter was buiten

De zomer zat in Ibiza

De herfst in Canada

En de lente nog

In moeders’ buik

Autisme Storm.

Lente

Foto: jack1972ok op Flickr.com.

Drie primus madeliefjes honoreerden de spijzen

Tandpijn en oogziektes niet langer te krijgen

Heesters te snoeien, kleine vosjes die stoeien, vroegers die bloeien,

Krokussen verschijnen, zwijntjes heel kleintjes, balkonbakken fijntjes

Wildemanskruid harig ranonkel, geel hart van meeldraden

Bonte kleuren, Diana Clare en Charles Lamont schilderen tuinpaden

Bollen en knollen worden bloemen en kleuren

Toverhazelaar en sneeuwbal geweldig die geuren

Bittere bessen van de Gelderse roos laten vogels afschrikken

Boeketjes gaspeldoorn beschermt door vlijmscherpe prikken

Magnolia klokken luiden het einde van nacht en van vorst

Camelia verslapen, Mimosa aan het gapen, wilgenkatjes zo’n dorst

Zilver grijsblauwe naalden van Libanese ceder

Insekten, konijntjes, zo klein en zo teder

Ooievaars klapperen hun eigen, hun toon

Roze bloemen te eten van de judasboom

De rhododendrons verlegen kijken omlaag

De lente is nu. Nu en vandaag.

Autisme Storm.

Sneeuw

Foto: Astrid Mensen.

Het was weer lang geleden

De sneeuw die kwam beneden

Het zag overal witjes aan

Alle auto’s van de baan

Ik kon het niet geloven

Wat deden ze toch daarboven

Boven in de hel

Deden zo hun ding daar wel

Kon ik maar verlangen

Naar vogels en gezangen

Kon ik maar weer staan

Op de aarde of de maan

Maar niemand kan ooit beloven

Dat de lente ooit zal komen

Mijn adem bleef toen staan

Het leven plots gedaan

Ik stond die ochtend voor het venster

Mijn lichaam zijn laatste genster

Het zag zo wit daarbuiten

Sterretjes bevroren aan de ruiten

Maar voor mijn ogen, plotseling zo zwart

Opeens begeven, veel te jong mijn hart

Ik zal geen honderd halen

Ik steeg op uit de dalen

Mijn karma zweeft nu rond

Waar het nooit vriest aan de grond

Het zal nooit meer lente of winter wezen

Nooit meer pijn, ziek of genezen

Ik heb mijn rust gevonden

In de hemel voor de honden

Autisme Storm.

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.

Late herfst

Foto; Tunde Pecsvari.

Wanneer de herfst langs de bladeren begint te schuren, zal het wachten op de winter niet lang meer duren.

De zon zal alsmaar minder schijnen. De laatste kleuren van de mooie herfst verdwijnen.

Van natuur in kleurenpracht naar welterusten fauna en flora, slaap zacht. Jullie tijd is gekomen. Wat rest zijn de laatste dromen.

De vrieskou is in het land. Koning winter aan de overhand.

De nerven van ons bestaan laten zich één voor één gaan. Hun laatste uren gekomen, slechts kaal nu alle bomen.

Laat mij niet sterven in de winter. De lente, de zomer, de herfst tot ginder.

Laat mij dromen van alle seizoenen. Geef mij liefde, warmte en duizend zoenen.

Laat mij lente, zomer en mijn oude dagen slijten in de herfst. Maar mijn waardigheid is geen open werf.

Als mijn benen zijn versleten heb ik nog mijn wankel geweten. Als ik traag word als een slak, maak van mijn dagelijks geluk dan mijn levensvak.

Laat mij antiek, Ambiorixen in Tongeren, maar nooit verdorsten of verhongeren.

Maar als zout blijft neerdalen in open wonden. En mijn lichaam en geest draaien in een alsmaar kleiner ronde.

Dan hoef ik geen rondje winter meer. Dan wil ik geen laatste seizoen en heel veel zeer.

Als ik niet langer kan dromen, hoeft de winter niet meer langs te komen.

Dan wil ik in jou armen vertoeven en daar in de herfst mijn laatste paddenstoelen zoeken.

Autisme Storm.