Elkaar

Foto: Mannu Bukler.

Verscholen in elkaar

Was hun liefde waar

Zochten zij niets en vonden zij alles

De bank was hun wereld, hun terrein

De ochtend was geil, het leven fijn

De dromen na het avontuur

Was alles maar van lange duur

Advertenties

Sneeuw

Foto: Astrid Mensen.

Het was weer lang geleden

De sneeuw die kwam beneden

Het zag overal witjes aan

Alle auto’s van de baan

Ik kon het niet geloven

Wat deden ze toch daarboven

Boven in de hel

Deden zo hun ding daar wel

Kon ik maar verlangen

Naar vogels en gezangen

Kon ik maar weer staan

Op de aarde of de maan

Maar niemand kan ooit beloven

Dat de lente ooit zal komen

Mijn adem bleef toen staan

Het leven plots gedaan

Ik stond die ochtend voor het venster

Mijn lichaam zijn laatste genster

Het zag zo wit daarbuiten

Sterretjes bevroren aan de ruiten

Maar voor mijn ogen, plotseling zo zwart

Opeens begeven, veel te jong mijn hart

Ik zal geen honderd halen

Ik steeg op uit de dalen

Mijn karma zweeft nu rond

Waar het nooit vriest aan de grond

Het zal nooit meer lente of winter wezen

Nooit meer pijn, ziek of genezen

Ik heb mijn rust gevonden

In de hemel voor de honden

Jij bent mijn leven

Los Vivancos live in Brasov in Roemenië tijdens het Golden Stag festival op 03.09.2008.
Foto’s hierboven en beneden: alexismale op Flickr.com

Jij bent mijn leven. Voor jou zou ik alles geven.

Jij bent mijn dood. Voor jou ga ik door het rood.

Jij bent de hoop. Jij bent een pot stroop.

Jij bent mijn alles. Jij bent mijn niets.

Jij bent de ochtend en jij bent de avond.

Jij bent de draaikolk, mijn angst, mijn geluk.

De draai te veel en de bocht te weinig.

Kleuren

Foto: Mikka Noptek.

Geel is het licht. Geel is de dag. Geel is de zon en de kracht.

Ook groen. De natuur en het leven.

Maar als alle kleuren samen komen is er enkel zwart. En dan licht. Sterker dan wij kunnen zien met onze ogen.

Geel is niet geel. Groen is niet groen. Zwart is niet donker.

Het zijn duizenden kleuren alle-tezamen. Wij simpele onnozele mensen zien geen kleuren. Wij denken alleen dat we kleuren kunnen zien.

Water is wit of is het blauw? De zee is groen, grijs of is het appelzeeblauw?

Wij zien geen kleuren. Omdat ons mens-zijn zijn beperkingen heeft (zoals een autist).

De kleur van elk karma omvat de ziel. Als de ziel gaat leven na een korte winterslaap, krijgt het karma zijn kleur.

De schildpad

Foto: Susan Dekker.

De schildpad zijn huis, de mensen hun schild.

Hoe traag de viervoeter, hoe snel de tweepoter.

Honderd jaar te gaan. Ons bestaan.

De winter laten om te slapen. De slaap laten om te winteren.

Rust, rust tot de pad kan ontwaken. Druk, druk tot de mens kan gaan slapen.

Geen pantser is bestand tegen zulk leven, want groene blaadjes moet men goed kauwen en tomaatjes niet te rouwe.

Eet een schildpad echt vlees, wordt ze plots weer mens: een beet, een snauw en steeds weer rennen. Gauw, gauw, nu gauw.

De oude ziel

Cheltenham Badlands nabij Toronto in Canada.
Foto: Lucia op Flickr.com.

De oude ziel zweeft hier nu rond. In de nacht komt hij tot leven en weer tot rust. Donker is licht en licht is donker. De beide voeten van de grond tot er geen voeten meer nodig zijn. De voeten zijn ballast. In een andere wereld alleen een last. Als ze verdwenen zijn, rest het hart en het hoofd.

De ziel en de mens. Tot ze één worden. De immense oerkracht, het helderste van het bestaan. De indrukken van het verleden meanderen in een kolkende rivier zichzelf voorbij razend tot de pijnen en de zorgen worden achtergelaten in het landschap van gisteren. Pas dan komt de oude ziel tot rust.

De kolkende rivier wordt opnieuw een rustig stromen. Van de dag bekomend, de transformatie verder zettend met de wederkerende cyclus van ons bestaan. Verlangend uitkijkend naar nieuwe groeven van straks en morgen die de rivier in de bedding van het leven snijdt. Tot straks en morgen tot stilstand komen in de zaligheid van het heden. Tot het karma zijn energie boost heeft verworven. En de oude ziel opnieuw tot rust komt, voldaan in het bestaan.

Aan de touwtjes van het leven

Ringen op het strand in Santa Monica dichtbij hotel ‘Shutters on the Beach’ in Californië in de Verenigde Staten.
Foto: Ross Pollack.

Aan de touwtjes van het leven, daar kan je van alles beleven.

Ga je op avontuur of wordt het leven je veel te duur?

Heb je diploma’s bij de vleet of raakt je relatie in de sleet?

Ga je dagelijks dineren in een driesterrenrestaurant of zoek je restjes in het vuilnis aan de kant?

Heb je gezondheid in drie lagen of moet je pijn en kreupel dragen en verdragen?

Is je vrouw Mega Mindy of een blonde toverfee?

Of sleurt ze je uit café en brult: “Jij moet mee!”

Misschien leef je elf dagen of kan je je aan een eeuw of meer wagen?

Wie gaat trekken aan de flosh, die is beslist de klos.

Wie blijft zitten in het verhaal, danst straks in de grote balzaal.

Wie te hard trekt aan de touwtjes van het leven, die zijn hart gaat het beslist begeven.

Diegenen die de touwtjes steekt in de fik, duikelt beslist in de dieperik.

De touwtjes zijn pas om te grijpen als jou mayonaise hierboven kan gaan rijpen.

Grijp je fout, dan strooi je zout.

Grijp je goed, dan krijg je moed.

Grijp niet te snel, dan lukt het jou wel.

Maar sleur je ze allen mee, dan zit je dag en nacht op de w.c.

Touwtje mee?

Een postzegel van de Olympische Spelen in Los Angeles in Amerika in 1984.
Foto: Mando Maniac op Flickr.com.

Ik zag een vos

Foto: JW Photos.

Ik zag een vos in een dennenbos op Kos.

De vos zag mij zo lopen en zei dit leven moet jij nu toch bekopen.

Straks is het met je gedaan en zijn al je zorgen beslist van de baan.

Maar ik wil nu weten hoe moet je straks worden opgegeten?

Jij hebt een hart van goud, dus wordt het kruiden met peper of met zout?

Moet ik je traag garen of een barbecue’tje klaren?

Hoe krijg ik je ooit in een pot en maak ik je zacht en hot?

Hoe moet ik die zware klus ooit klaren, zonder vuur en met poten nu al vol met blaren?

Had ik in de witte winkel maar een oven gekocht, dan had ik nu een lekker mensje gaar en zocht.