
Foto: AI – WordPress.com.
het licht scheen
niet langer heen
maar volop
van teen tot kop
geen idee of het herfst of lente was
toen ik het zag, toen ik het las
maar vandaag was iemand blij
en ik wist… dat was hij
Autisme Storm.

Foto: AI – WordPress.com.
het licht scheen
niet langer heen
maar volop
van teen tot kop
geen idee of het herfst of lente was
toen ik het zag, toen ik het las
maar vandaag was iemand blij
en ik wist… dat was hij
Autisme Storm.

Als de wolken zich uitstorten, voel je dan hun pijn?
Als de bloem sterft, ruik je dan het verfrommelde bloemblaadje als een mislukking?
De zon schijnt, maar er is geen licht hier
Alleen schaduwen, het licht zal voor altijd langs je heen schijnen…
Autisme Storm.

Er was eens een jonge dame, genaamd wicht
wiens snelheid veel sneller was dan het licht
ze vertrok op een dag
zonder iemand het zag
en keerde de vorige nacht weer terug
Autisme Storm.

Wanneer het licht in de zon is gedoofd
En het geluid van de fanfare werd gesmoord
Wanneer atleten bevroren wassen beelden worden
Blijft het neonlicht mijn ogen doorboren
Auto’s de hoogste toerentallen halen
In het spinnenweb in mijn hoofd
Kon ik maar het gaspedaal loslaten
De uitgang vinden naar ginds
Naar het land van de stilte
Een sluier dragen om het kabaal te verstommen
De straat verlaten die chaos heet
Adem vinden in het bos van het leven
En niet meer achterom kijken
Autisme Storm.

Ik vond de zoetheid in het witte licht
Van een broeihete ijskast
Omgeven door speeltjes die leefden
In een verleden en toekomst
Waar beertjes zaten in het brood
En vlinders dartelden olifanten groot
Ik vond de zuurheid in het gele licht
Toen de ijskast begon te smelten
En fonteintjes keukenmieren deden laven
Aan jenever met citroenijs
Van een kofschip dat niet wou drijven
In de zwaarte van het heden
Ik vond de zachtheid in het groene licht
Toen marsmannetjes stonden te wachten
Met witte mondmaskertjes op de lijnbus
En ze vergaten te vragen
De eindhalte van hun avontuur
In vond de rust in het zwarte licht
Omdat niemand daar knipperde
De was daar droogde en weekte zonder draden
Een eengemaakte geur van de ontplofte zomer
Na de staatsgreep op de lente
Die we nog steeds niet konden aanvaarden
Autisme Storm.

Wanneer de donkere dagen slopen
En de zomer al lang is weggelopen
Zoeken wij naar het verdwenen licht
Een nuttige taak, een dagelijkse plicht
Maar vrijheid heeft zijn klauwen klaar
Het wordt dus slechter zo voorspel ik maar
Achtervolgt door donkere dagen
Horen we de massa zagen en klagen
Alsof het eeuwig winter wezen zal
Trappen wij telkens in diezelfde val
Met een humeur immer slecht en vals
Maar ik verzeker: het gaat beteren als…
Ach, alles duurt toch zo ontzettend lang
Ginds opgesloten in een donkere hall
Kon ik maar lachen, kon ik maar zien
Kon ik maar… leven bovendien
Maar dat geduld heb ik niet
Mijn hoofd eeuwig zwart vergiet
Wie zal mij redden uit dit tranendal
Voor dat eindelijk die lente komen zal
Autisme Storm.

Een niezende nietsnut zit te niezen alsof zijn leven aan snottebellen vasthangt
Een door het leven doorweekte man
Met een falus en een status
Omdat ze zeggen dat het moet
De complimentjes smaken zoet
Zoals suikerbrood met bruine suiker en speculoospasta
Zijn falus en status gaan nog meer stijgen
Snottebellen van zijde die een oude geliefde opvrijen
Omdat de waarheid een leugen is
Die ’s morgens komt gluren en ’s avonds het licht uit doet
Zijn zoute lichaam hijst zich omhoog naar de bovenstad van de binnenstad
Om te perkamenten tussen vergeelde exploten uit vervlogen dagen
Om nietsnutten te verkopen twee voor de prijs van één
Toen dat nog kon en mocht
Maar de tijden veranderen
En alleen thuis speelt een andere ruis
Van snottebellen tussen de lenden
En het onnuttig noodzakelijke aan het aangename te combineren
In een wereld die alleen hij kent
En voor geen andere ogen bestemd
Waar de waarheid het haalt boven de alledaagse leugen
En hij het hef in eigen handen kan nemen
Autisme Storm.

We gingen op weg zoals elke ochtend
We gingen op weg zoals telkens weer
Toen daalde de zwarte regen neer
Voor jou geen dinsdag meer
Drukke metro een laatste zoen
Vertrouwde stop waarom anders doen
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Bedolven in stof van haat en woede
Bedolven in schoonheid zoet
Zo dichtbij de hel onder de grond
Waar onze liefde vond
Ontspoorde gekken gemene gril
Toen stierf de tijd en het werd stil
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Europa schrok en keek naar jou
Europa huilde om man en vrouw
Kon ik je maar een knuffel geven
Was jij maar bij mij gebleven
Verdronken rivier huilende dagen
Na woede nog zovele vragen
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Onze ontmoeting daar plots gedaan
Onheil en een donkere traan
We omarmden elkaar daar zonder zorgen
Maar waar is nu de weg naar morgen
Je bleef daar achter op jankende treden
Heden werd toen het verleden
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Hun dromen maken wij vandaag
Hun namen als een tweede laag
De stad verbonden in elke hoek
Laat haat voor eeuwig zoek
De stad verbonden in elke hoek
Laat haat voor eeuwig zoek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
De weken tellen geen dinsdagen meer
De uren zoeken minuten weer
Ach irissen zullen er altijd bloeien
Uit donker het licht blijven stoeien
De stad verbonden in elke hoek
Laat haat voor eeuwig zoek
De stad verbonden in elke hoek
Laat haat voor eeuwig zoek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek
—
Tweede laureaat Nekka Liefde voor Lyriek wedstrijd 2019.

Hoe donker is de nacht
Als de ochtend niet meer lacht
Als je het licht niet meer ziet
Tussen al dat grote verdriet
Als iemand het heeft donker gemaakt
En aankomende trein je auto raakt
Als je niet meer kan vertrouwen
En het leven gaat vernauwen
Tot opeens twee straallichten
Die de afstand snel verdichten
Een enorm lawaai een enorm klap
Wat rest een drama op Google Maps
Hoe jong je was
Hoe goed je de regels las
Je wou van alles doen, je wou vooruit
De toekomst verwrongen staal, gebroken ruit
Als engel moet je leven
Te vroeg, te zeer bedreven
Een vriend kwijt, een verlies zo groot
Om een onschuldige, nu plots dood
Autisme Storm.

In dat verre oord
Om tien twaalf uur
Brandt ’s avonds de lamp niet
Ontwaakt de ochtend niet
In het midden van de nacht
Wordt er druk gekocht en verkocht
Door diegene die alleen naar huis toegaat
Het licht van de boomschors
Is verborgen in die vogel op het veld
De wind blies aan de kant van de weg
De achtervolging in
Niemand kijkt toe
De slechte lucht kwam op een dwarsfluit
De bamboe verwelkte
De boot nachtte het verlaten in
De roep van een enkele kraai
Hoeveel voetafdrukken en hoeveel paarden
Versleten de weg van het pad
Iemand kwam terug
De dag bleef niet tot het einde
De weggelopen koper
Liep hand in hand met een stille pijn
Het constante dramaspel
In open lucht
Iemand huilt, iemand zegt ‘het gaat niet goed’
Maar de wegloper hij doet
Altijd hetzelfde spel
Van liegen en bedriegen
Tot de ochtend aan de voordeur klopt
Of niet meer klopt
Autisme Storm.