Zoeken naar licht

Foto: Lunis’s Dollhouse.

Ik vond de zoetheid in het witte licht

Van een broeihete ijskast

Omgeven door speeltjes die leefden

In een verleden en toekomst

Waar beertjes zaten in het brood

En vlinders dartelden olifanten groot

Ik vond de zuurheid in het gele licht

Toen de ijskast begon te smelten

En fonteintjes keukenmieren deden laven

Aan jenever met citroenijs

Van een kofschip dat niet wou drijven

In de zwaarte van het heden

Ik vond de zachtheid in het groene licht

Toen marsmannetjes stonden te wachten

Met witte mondmaskertjes op de lijnbus

En ze vergaten te vragen

De eindhalte van hun avontuur

In vond de rust in het zwarte licht

Omdat niemand daar knipperde

De was daar droogde en weekte zonder draden

Een eengemaakte geur van de ontplofte zomer

Na de staatsgreep op de lente

Die we nog steeds niet konden aanvaarden

Donkere dagen

Foto: Andis Svare.

Wanneer de donkere dagen komen toegekropen

En de zomer lang geleden al is gaan lopen

Zoeken wij naar het verdwenen licht

Naar een nuttige taak, een plicht

Maar vrijheid, simpel dom heeft de klauwen klaar

Het gaat weer slecht, ik voorspel het maar

Achtervolgt door donkere dagen

Hoor de massa zagen en klagen

Alsof het altijd winter wezen zal

Trappen wij telkens in die val

Ons humeur is slecht en vals

Maar het gaat beteren als…

Maar als dat duurt zo ontzettend lang

Zo opgesloten in een donkerkille hall

Kon ik maar lachen, kon ik maar zien

Kon ik maar leven bovendien

Maar geduld heb ik niet

Mijn hoofd een zwart vergiet

Straks red iemand mij uit dit tranendal

Als eindelijk die lente komen zal

De niezende nietsnut

Een niezende nietsnut zit te niezen alsof zijn leven aan snottebellen vasthangt

Een door het leven doorweekte man

Met een falus en een status

Omdat ze zeggen dat het moet

De complimentjes smaken zoet

Zoals suikerbrood met bruine suiker en speculoospasta

Zijn falus en status gaan nog meer stijgen

Snottebellen van zijde die een oude geliefde opvrijen

Omdat de waarheid een leugen is

Die ’s morgens komt gluren en ’s avonds het licht uit doet

Zijn zoute lichaam hijst zich omhoog naar de bovenstad van de binnenstad

Om te perkamenten tussen vergeelde exploten uit vervlogen dagen

Om nietsnutten te verkopen twee voor de prijs van één

Toen dat nog kon en mocht

Maar de tijden veranderen

En alleen thuis speelt een andere ruis

Van snottebellen tussen de lenden

En het onnuttig noodzakelijke aan het aangename te combineren

In een wereld die alleen hij kent

En voor geen andere ogen bestemd

Waar de waarheid het haalt boven de alledaagse leugen

En hij het hef in eigen handen kan nemen

Maalbeek

Foto: Jelle Vanthuyne.

We gingen op weg zoals elke ochtend

We gingen op weg zoals telkens weer

Toen daalde de zwarte regen neer

Voor jou geen dinsdag meer

Drukke metro een laatste zoen

Vertrouwde stop waarom anders doen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Bedolven in stof van haat en woede

Bedolven in schoonheid zoet

Zo dichtbij de hel onder de grond

Waar onze liefde vond

Ontspoorde gekken gemene gril

Toen stierf de tijd en het werd stil

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Europa schrok en keek naar jou

Europa huilde om man en vrouw

Kon ik je maar een knuffel geven

Was jij maar bij mij gebleven

Verdronken rivier huilende dagen

Na woede nog zovele vragen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Onze ontmoeting daar plots gedaan

Onheil en een donkere traan

We omarmden elkaar daar zonder zorgen

Maar waar is nu de weg naar morgen

Je bleef daar achter op jankende treden

Heden werd toen het verleden

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Hun dromen maken wij vandaag

Hun namen als een tweede laag

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

De weken tellen geen dinsdagen meer

De uren zoeken minuten weer

Ach irissen zullen er altijd bloeien

Uit donker het licht blijven stoeien

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Tweede laureaat Nekka Liefde voor Lyriek wedstrijd 2019.

Hoe donker is de nacht

Foto: Paul Moore.

Hoe donker is de nacht

Als de ochtend niet meer lacht

Als je het licht niet meer ziet

Tussen al dat grote verdriet

Als iemand het heeft donker gemaakt

En aankomende trein je auto raakt

Als je niet meer kan vertrouwen

En het leven gaat vernauwen

Tot opeens twee straallichten

Die de afstand snel verdichten

Een enorm lawaai een enorm klap

Wat rest een drama op Google Maps

Hoe jong je was

Hoe goed je de regels las

Je wou van alles doen, je wou vooruit

De toekomst verwrongen staal, gebroken ruit

Als engel moet je leven

Te vroeg, te zeer bedreven

Een vriend kwijt, een verlies zo groot

Om een onschuldige, nu plots dood

De gure nacht

Foto: jackfre op Flickr.com.

In dat verre oord

Om tien twaalf uur

Brandt ’s avonds de lamp niet

Ontwaakt de ochtend niet

In het midden van de nacht

Wordt er druk gekocht en verkocht

Door diegene die alleen naar huis toegaat

Het licht van de boomschors

Is verborgen in die vogel op het veld

De wind blies aan de kant van de weg

De achtervolging in

Niemand kijkt toe

De slechte lucht kwam op een dwarsfluit

De bamboe verwelkte

De boot nachtte het verlaten in

De roep van een enkele kraai

Hoeveel voetafdrukken en hoeveel paarden

Versleten de weg van het pad

Iemand kwam terug

De dag bleef niet tot het einde

De weggelopen koper

Liep hand in hand met een stille pijn

Het constante dramaspel

In open lucht

Iemand huilt, iemand zegt ‘het gaat niet goed’

Maar de wegloper hij doet

Altijd hetzelfde spel

Van liegen en bedriegen

Tot de ochtend aan de voordeur klopt

Of niet meer klopt

Maalbeek

Foto: Xoteroto op flickr.com

We gingen op weg zoals elke ochtend

We gingen op weg zoals telkens weer

Toen daalde de zwarte regen neer

Voor jou geen dinsdag meer

Drukke metro een laatste zoen

Vertrouwde stop waarom anders doen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Bedolven in stof van haat en woede

Bedolven in schoonheid zoet

Zo dichtbij de hel onder de grond

Waar onze liefde vond

Ontspoorde gekken gemene gril

Toen stierf de tijd en het werd stil

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Europa schrok en keek naar jou

Europa huilde om man en vrouw

Kon ik je maar een knuffel geven

Was jij maar bij mij gebleven

Verdronken rivier huilende dagen

Na woede nog zovele vragen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Onze ontmoeting daar plots gedaan

Onheil en een donkere traan

We omarmden elkaar daar zonder zorgen

Maar waar is nu de weg naar morgen

Je bleef daar achter op jankende treden

Heden werd toen het verleden

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Hun dromen maken wij vandaag

Hun namen als een tweede laag

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

De weken tellen geen dinsdagen meer

De uren zoeken minuten weer

Ach irissen zullen er altijd bloeien

Uit donker het licht blijven stoeien

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek.

De overspelige spoeling

De Korenbeurs in Schiedam.

Deze voormalige koopmansbeurs, één van de pronkstukken uit de Schiedams jeneverindustrie, is meer dan 200 jaar oud. De bouw start in 1787 onder leiding van de Rotterdamse architect Carlo Giovanni Giudici.
 
Vijf jaar later wordt de beurs opgeleverd en vanaf dat moment trekken dagelijks honderden branders en distillateurs uit het hele land naar Schiedam. Op de binnenplaats, die toen nog niet overdekt was, wordt luidruchtig gehandeld in moutwijn, granen en spoeling. Er heerst een lichte chaos die vergelijkbaar is met de beurs op Wall Street. Rechts van de Korenbeurs, aan de Dam 2 is in die tijd Koffiehuis De Beurs gevestigd, waar verhitte handelaren even kunnen uitblazen.
 
Ruim 125 jaar blijft De Korenbeurs in gebruik als handelscentrum. Door de opkomst van de spiritusalcohol, die de moutwijn en granen overbodig maakt moet De Korenbeurs in 1918 haar deuren sluiten
Foto: Jan Sluijter.

De overspelige spoeling van het lot.

Je kwam aan land en vaagde alle zekerheid weg.

Het zout in de lucht en de zoete vis verloren.

De palmen die zich omdraaien tot de olie bezwijkt.

Het rendier verloren in een toendra van oerwoud.

De zon die uitdooft en de wolken die licht geven.

De mensen die braaf en goed waren en de dieven echt stout.

De zee weer blauw en de zondag weer rust.

Het lot was evenwel verloren.

Al duizenden jaren een zoutpilaar van ons bestaan.

Kleuren

Foto: Mikka Noptek.

Geel is het licht. Geel is de dag. Geel is de zon en de kracht.

Ook groen. De natuur en het leven.

Maar als alle kleuren samen komen is er enkel zwart. En dan licht. Sterker dan wij kunnen zien met onze ogen.

Geel is niet geel. Groen is niet groen. Zwart is niet donker.

Het zijn duizenden kleuren alle-tezamen. Wij simpele onnozele mensen zien geen kleuren. Wij denken alleen dat we kleuren kunnen zien.

Water is wit of is het blauw? De zee is groen, grijs of is het appelzeeblauw?

Wij zien geen kleuren. Omdat ons mens-zijn zijn beperkingen heeft (zoals een autist).

De kleur van elk karma omvat de ziel. Als de ziel gaat leven na een korte winterslaap, krijgt het karma zijn kleur.

De oude ziel

Cheltenham Badlands nabij Toronto in Canada.
Foto: Lucia op Flickr.com.

De oude ziel zweeft hier nu rond. In de nacht komt hij tot leven en weer tot rust. Donker is licht en licht is donker. De beide voeten van de grond tot er geen voeten meer nodig zijn. De voeten zijn ballast. In een andere wereld alleen een last. Als ze verdwenen zijn, rest het hart en het hoofd.

De ziel en de mens. Tot ze één worden. De immense oerkracht, het helderste van het bestaan. De indrukken van het verleden meanderen in een kolkende rivier zichzelf voorbij razend tot de pijnen en de zorgen worden achtergelaten in het landschap van gisteren. Pas dan komt de oude ziel tot rust.

De kolkende rivier wordt opnieuw een rustig stromen. Van de dag bekomend, de transformatie verder zettend met de wederkerende cyclus van ons bestaan. Verlangend uitkijkend naar nieuwe groeven van straks en morgen die de rivier in de bedding van het leven snijdt. Tot straks en morgen tot stilstand komen in de zaligheid van het heden. Tot het karma zijn energie boost heeft verworven. En de oude ziel opnieuw tot rust komt, voldaan in het bestaan.