Vijf jaar later wordt de beurs opgeleverd en vanaf dat moment trekken dagelijks honderden branders en distillateurs uit het hele land naar Schiedam. Op de binnenplaats, die toen nog niet overdekt was, wordt luidruchtig gehandeld in moutwijn, granen en spoeling. Er heerst een lichte chaos die vergelijkbaar is met de beurs op Wall Street. Rechts van de Korenbeurs, aan de Dam 2 is in die tijd Koffiehuis De Beurs gevestigd, waar verhitte handelaren even kunnen uitblazen.
Ruim 125 jaar blijft De Korenbeurs in gebruik als handelscentrum. Door de opkomst van de spiritusalcohol, die de moutwijn en granen overbodig maakt moet De Korenbeurs in 1918 haar deuren sluiten Foto: Jan Sluijter.
De overspelige spoeling van het lot.
Je kwam aan land en vaagde alle zekerheid weg.
Het zout in de lucht en de zoete vis verloren.
De palmen die zich omdraaien tot de olie bezwijkt.
Het rendier verloren in een toendra van oerwoud.
De zon die uitdooft en de wolken die licht geven.
De mensen die braaf en goed waren en de dieven echt stout.
De zee weer blauw en de zondag weer rust.
Het lot was evenwel verloren.
Al duizenden jaren een zoutpilaar van ons bestaan.
Het is min 19 in de verlaten toendra en de ijzige lucht dringt door alle metaal van de trein die moeizaam op gang komt.
Zuchtend, piepend en smekend sleept de zware locomotief zich voort in het stille desolate landschap tussen het dode liggende vee dat de laatste vrieskou niet heeft overleeft.
De metalen spoorstaven worden door koning winter tegen elkaar naar boven geduwd.
Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten.
Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders?
Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf.
Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven.
Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen.
Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen.
Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn.
Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn!
Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden.
Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal?
Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal.
Vlucht naar voren.
Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn.
Mijn hoofd zit vol. Weeral!
Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer.
Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde.
Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij.
De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen.
De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn.
Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken.
Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd.
Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen.
Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij.
De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.