Een veld vol paardenbloemen

Foto: Raymond Klaassen.

De lucht is prachtig blauw
boven dit veld van paardenbloemen.

Tot zaad vergaan ging ik er in liggen
en de zachte pluiszaden vlogen om me heen.

Ik ademde ze in
en ze vulden mijn longen.

Nu kan ik geen adem meer halen.

Ik ben aan het stikken
en het is zo mooi.

Autisme Storm.

Mijn vogel

Foto: John op Flickr.com.

Mijn vogel lief, mijn lief
waar ben jij als ik zoeken ga,
als ik je niet vinden kan,
dan heb jij mij al gevonden al.

Want jij bent nooit ver weg,
jij bent altijd dichtbij,
als ik denk je zoeken moet,
dan heb jij mij al gevonden snel.

Als ik merk, je zit weer in de lucht,
dan kwetter jij al vlug,
’t was koud zo aan de grond,
dus nam ik maar de vlucht.

Ach vogel, waarom jij
waarom zo ver van mij,
verloren pluim, sneeuwpoot
het leven lijkt wel dood.

Een wolk, ze dreef voorbij
een hond, die keek naar mij
een kind, dat zocht een bal
maar vinden lukte niet.

Acht vogel, hartendief
de wind, die stal mijn lief
doch treuren hoef ik niet,
je zit gewoon naast mij.

En als je weer eens vliegen gaat,
mij in de steken laat,
dan schijnt voortaan de zon,
in mijn hart waar alles begon.

Autisme Storm.

Dat huis van mijn jeugd

Foto: Mary Bailey op Flickr.com.

Waar is dat huis waar de deur nooit opengaat

Waar het wachten blijft op warmte en blijheid

De vreugde altijd zoek is en altijd laat

En het enige kind zwijgt en lijdt

Hier waar vader met strenge hand regeert

En moeder kuisziek de liefde wist

Waar mijn maag zich ommekeert

En iedereen gaat lopen met leugen en list

Waar ik mijzelf niet eens kan zijn

Mijn vader ontsnapt en de koersfiets neemt

Met een strenge hand het kind de hoek indrijft

En mijn moeder een tweede claimed

Waar geborgenheid en een knuffel verborgen blijft

En moeder mij naar de school toestuurt

Met rode muts met witte pompon

Waar pesten duurt en voortduurt

Lachen om mijn anders, mijn dikke ton

Snel met mijn fiets op de vlucht

Verdwalen op grootmoeders’ boerderij

Om te ademen, om vrijheid en lucht

Met de dieren aan mijn zij

Waar is dat huis

Waar mijn moeder flikflooide in de kelder

Waar is dat huis

Waar spanningen vertroebelden het leven helder

Daar wil ik niet langer naartoe

Waar in de living het ziekenbed van moeder lag

Na vier jaar behandelingen en kanker moe

Waar ik stelende zussen bezig zag

Met handen vol parels en juwelen

En kleren en meer van dat fraais

Waarvan kinderwonden niet meer helen

Zoals vissersboten werkloos aan de kaai

Een huis waar ik nooit mijzelf kon zijn

Omdat flikkers nu eenmaal niet in hun kerk pasten

Ik stelden hen zwaar teleur, echt niet fijn

Omdat ik simpelweg viel op gasten

Waarom kan een thuis zo moeilijk zijn

Waarom kan ik niet gewoon de zoon zijn

Die anders is dan iedereen

Als een tomaat naast een winterpeen

Het huis waar ik niet wil komen

Niet wonen

Waar vader nog wat wou toelichten aan haar sterfbed

Een nieuw gegeven, een nieuwe aanzet

Maar dat huis heeft nu afgedaan

Ik woon nu elders

Gelukkig voortaan

Autisme Storm.

Eindhalte van lijden

Foto: Sean Sandoval.

De koude lucht kneep in het frele lichaam

Wakker worden kon niet meer

Het was te vlug en te langzaam gedaan

De weken werden minuten

En de minuten werden jaren

Het ongerepte lichaam snakte naar meer

Tot meer opeens niet meer wou

En de trein van leven tot stilstand kwam

Eindhalte van lijden

Autisme Storm.

Paaseiland

Foto: .WorldCoup. op Flickr.com.

Achtergelaten op een eiland groen zonder blauw

Neuzen in de lucht, eerder bruin dan grauw

Duizenden jaren staan ze te gluren

Ingedommeld verkleumd in de ochtenduren

Hun kale knikkers blakend in de middagzon

Vertwijfeld over lot en oorsprong

Gingen zij over velen hunner tong

Waar Pasen blijft duren

Zijn hun cloons eeuwige buren

Autisme Storm.

De overspelige spoeling

De Korenbeurs in Schiedam.

Deze voormalige koopmansbeurs, één van de pronkstukken uit de Schiedams jeneverindustrie, is meer dan 200 jaar oud. De bouw start in 1787 onder leiding van de Rotterdamse architect Carlo Giovanni Giudici.
 
Vijf jaar later wordt de beurs opgeleverd en vanaf dat moment trekken dagelijks honderden branders en distillateurs uit het hele land naar Schiedam. Op de binnenplaats, die toen nog niet overdekt was, wordt luidruchtig gehandeld in moutwijn, granen en spoeling. Er heerst een lichte chaos die vergelijkbaar is met de beurs op Wall Street. Rechts van de Korenbeurs, aan de Dam 2 is in die tijd Koffiehuis De Beurs gevestigd, waar verhitte handelaren even kunnen uitblazen.
 
Ruim 125 jaar blijft De Korenbeurs in gebruik als handelscentrum. Door de opkomst van de spiritusalcohol, die de moutwijn en granen overbodig maakt moet De Korenbeurs in 1918 haar deuren sluiten
Foto: Jan Sluijter.

De overspelige spoeling van het lot.

Je kwam aan land en vaagde alle zekerheid weg.

Het zout in de lucht en de zoete vis verloren.

De palmen die zich omdraaien tot de olie bezwijkt.

Het rendier verloren in een toendra van oerwoud.

De zon die uitdooft en de wolken die licht geven.

De mensen die braaf en goed waren en de dieven echt stout.

De zee weer blauw en de zondag weer rust.

Het lot was evenwel verloren.

Al duizenden jaren een zoutpilaar van ons bestaan.

Autisme Storm.

Toendra

Foto: florisla op Flickr.com.

Het is min 19 in de verlaten toendra en de ijzige lucht dringt door alle metaal van de trein die moeizaam op gang komt.

Zuchtend, piepend en smekend sleept de zware locomotief zich voort in het stille desolate landschap tussen het dode liggende vee dat de laatste vrieskou niet heeft overleeft.

De metalen spoorstaven worden door koning winter tegen elkaar naar boven geduwd.

De trein schokt vooruit over elke bubbel.

De dikke pelsen frakken bieden nauwelijks weerstand en de ijzige ademwolkjes verspreiden zich als de smoor van Havaanse sigaren in de donkere treincoupé.

Het houten bankstel kreunt met elke nerf mee als een vergane matroesjka.

Aan de wekenlange ijskoude lijkt maar geen eind te komen.

De loodzware winter van dood en verderf heeft genadeloos toegeslagen.

Mens en dier, machine en leven vechten met de duivelse winter een strijd om overleven uit.

Niemand zal straks ongehavend de lente beminnen als het aanschouwen van een Russische ballerina in het theater van Moskou.

De winter zal sterven, de lente zal met stille tred op het voorplan treden.

De littekens van de witte hel zullen nog maanden meeslepen in de ontwakende toendra van morgen.

Autisme Storm.

Weer verandering

Weer verandering! Weer storm in mijn hoofd!

Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten.

Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders?

Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf.

Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven.

Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen.

Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen.

Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn.

Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn!

Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden.

Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal?

Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal.

Vlucht naar voren.

Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn.

Mijn hoofd zit vol. Weeral!

Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer.

Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde.

Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij.

De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen.

De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn.

Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken.

Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd.

Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen.

Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij.

De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.

Autisme Storm.

Leeg

Mij hart bloedt leeg. Het strand zit vol.

Een guillotine van lawaai hakt af.

Mijn adem breekt, de pijn versmeed.

Geschreeuw verstomd de ijle lucht.

Vibratie, een roes, een waanidee.

De pols stoot geen rode tranen meer.

De spetter daalt in zeden neer.

Het gezoem staat op, de ochtend geeuwt.

De pijn vanbinnen, de kloof vanboven.

Hoe leeg beneden, hoe druk daar buiten.

De koekoek stiller, het suizen luider.

Mijn hart is leeg, mijn hoofd is vol.

De routine roept voor mij alleen.

De afleiding zingt voor hun tezamen.

Geluk te koop in roebels en ponden.

Verdriet en onrust in koopjes en solden.

Een steek, een scheur, een ander lied.

Een bloedend hart, niemand die ’t ziet.

Autisme Storm.