De kans

Foto: Elly Snel.

Het blijven zoeken naar een verleden

Met elk laagje overhoop gelegen

Met zoveel vragen, zoveel zorgen

Altijd gisteren, nooit eens morgen

Het harde metaal krast over zieke zielen

Ze hielden ons voor gek en randdebielen

Ze deden ons wat aan, elke dag en elk jaar

Achter elke hoek angst voor ieder gevaar

Verscholen in een schelp zo diep

Die onder zee om hulp riep

Tranen gelaten, smart en veel pijn

Waarom nog leven, waarom nog zijn

De stekker eruit, de stekker erin

Afscheid genomen, een nieuw begin

Laat ons de zorgen, laat ons het verleden

We beginnen opnieuw, we kijken naar heden

Wat was komt nooit meer helemaal goed

Maar herpak je met kansen en nieuwe moed

Kijk nu vooruit, vergeef hen die kwaden

Ze wisten niet beter met domme domme daden

Spring er zelf in, het leven opnieuw

Je hebt nu een kans, je hebt nog een ziel

Autisme Storm.

Toendra

Foto: florisla op Flickr.com.

Het is min 19 in de verlaten toendra en de ijzige lucht dringt door alle metaal van de trein die moeizaam op gang komt.

Zuchtend, piepend en smekend sleept de zware locomotief zich voort in het stille desolate landschap tussen het dode liggende vee dat de laatste vrieskou niet heeft overleeft.

De metalen spoorstaven worden door koning winter tegen elkaar naar boven geduwd.

De trein schokt vooruit over elke bubbel.

De dikke pelsen frakken bieden nauwelijks weerstand en de ijzige ademwolkjes verspreiden zich als de smoor van Havaanse sigaren in de donkere treincoupé.

Het houten bankstel kreunt met elke nerf mee als een vergane matroesjka.

Aan de wekenlange ijskoude lijkt maar geen eind te komen.

De loodzware winter van dood en verderf heeft genadeloos toegeslagen.

Mens en dier, machine en leven vechten met de duivelse winter een strijd om overleven uit.

Niemand zal straks ongehavend de lente beminnen als het aanschouwen van een Russische ballerina in het theater van Moskou.

De winter zal sterven, de lente zal met stille tred op het voorplan treden.

De littekens van de witte hel zullen nog maanden meeslepen in de ontwakende toendra van morgen.

Autisme Storm.

Een winter van water

Een winter van water.

De lente komt later.

Het snotteren, het snuiten.

De mist. In het hoofd en daarbuiten.

Een winter als een koude herfst.

Waarin alles langzaam sterft.

Tot niets meer dood kan gaan.

Een traan van de maan en de zwaan.

Allen wachten op beter, wachten op dan.

Uitzien tot de natuur weer kan.

Ontwaken en bloeien.

Verschijnen, stoeien en groeien.

Alsof de vaak en slaap nooit ophielden.

En de dood allen verzielden.

Ze proefden de kou als metaal in de mond.

Ze aten kalkoen, zich dik en heel rond.

Ze verdreven het donker, het zwart en de nacht.

Tot de ooievaar de jonker en lente weer bracht.

Autisme Storm.