Het verhaal in het verleden voor de mensen van heden.
Hoe lang was het geleden?
Dat ze elkaar terug in de ogen konden kijken?
Een zerk ertussen.
Van de melkboer, die van zijn melk was toen zijn zaak van melk op de fles ging.
Tetra Pak. Dat was de toekomst hadden twee Zweden bedacht.
En het was afgelopen met melk en fruitsap in flessen.
Zijn zaak en zijn hart begaven het.
Nu ligt hij spelbreker te wezen tussen hen.
Zij die daar in elkaars ogen keken en zagen dat het goed was.
Die elkaars hart hoorden tikken.
Tot ze alleen hun dikke hoorapparaat nog zagen als ze hun dikke bokaalglazen met de wind voelden tikken op hun dikke neuzen die in tegenovergestelde richting stonden.
In melkwitte letters staan hun namen nu geschreven in dikke basalt.
En tussen hen in met gouden grote dikke krullen die van een melkboer die zijn tijd had gehad.
De koeien stonden werkloos in de wei.
Sojabonen moest het nieuwe stadsvolk hebben.
En tofu en glutenvrij brood.
De molenaar verbleekte op een oude prentbriefkaart.
De oude tijd zou verhuizen naar filmarchieven.
Zelfs de bibliotheken deden hun beeldenstorm met letters en woorden.
Digitalisering. Computerisering. Online.
Lenen en ontlenen zonder stof of zorgen.
De oude bank verdween. Versleten en niet vervangen.
Alleen de Leie bleef meanderen zoals voorheen.
Ze keek alleen in de bocht de andere kant op.
Weer drie knipogen de oude rivier verder de stad in begeleiden.
Cross Country op 5 oktober 1980. Foto: Lynchburg (Virginia) College Archives – Scanned negatives 35mm 1980 66 Thomas op Flickr.com.
De tijd achtervolgt een rennende student naar een klaarstaande bus.
Zijn grijpgrage klauwen in de dikke mist slaan genadeloos toe.
Als kathedralen vechten de kantoorverlichting en straatlantaarns een verloren oorlog tegen de wurggreep van de ochtenddauw en de nevel die de carnavalstad gijzelen in de eerste uren van een woensdagochtend.
De trein geeuwt zich een weg vooruit. De koplampen net voldoende geopend om het juiste spoor te vinden. De pendelaars op weg om de week in twee te delen met een halfvol halfleeg gevoel in een met ontbijtgranen en ochtendboterhammen gevulde maag.
De vlucht naar voren, de haren naar achteren en de werktas in het midden. Potloodgrijze draden van mist en nevel hertekenen het desolate landschap in een winterslaap op een koele zomerochtend.
Drakenboom op Tenerife. Foto: NadiaBE op Flickr.com.
Ik was alleen en vond toen samen. We waren jong. We werden oud. Jij gaf mij mijn benen en ik gaf jou mijn hand. Het werd een band. Ons verstand. Eindelijk aanbeland. In dit land.
Het vinden van ver hier nabij op de deurmat een welkom en blijf. De deur op een kier, lekker dier blijf hier, voor plezier en vertier, voor luister en kluister, voor een knuf en een puf, voel je hier goed, want dit wordt nu ons thuis.
Na al die zware dromen eindelijk de ochtend aangekomen. In het licht van de wereld. De boosheid op schap, lach op de mond, opnieuw geluk in het rond toen ik jou daar zo vond.
Zonder jou is een beslapen bedlaken zonder rimpels.
Een vulkaan die zelf niet haar neus durft snuiten.
Een aardkloot die zich verstopt achter de maan.
Een stoelendans met driemaal te veel stoelen en ‘never ending classical music’.
Het is als Dirk Brosse die met een onzichtbare strijkstok de tanden poetst.
Zonder jou is een droevige dinsdag die zich niet verkleed als woensdag, maar denkt dat het maandag is.
Zonder jou blijft de wereld draaien.
Blijft de leeuw gapen en de macadam hoofdpijn lijden door het schurende verkeer die zijn haren kortwiekt.
Zonder jou gaat alles prima.
Maar anders blijft anders en gewoon gewoon de regel der regelmaat.
Zoals de woestijn de ochtenddauw mist zonder te sterven onder het mulle zand.
Zoals bedoeïenen hun zomerkamp missen in de winter zonder te beseffen dat geen enkele zandkorrel tweemaal op dezelfde plaats wordt geblazen door de wind.